'In de aandelenhandel is eeuwen niets veranderd'

Hoe ontstond in 17de-eeuws Amsterdam de handel in aandelen? Wie kochten ze? ‘Als er al een les is te trekken uit de 17de eeuw dan is het dat crashes nodig zijn om handelaren bewust te maken van risico’s.’

Nederland, Amsterdam, 11-11-2011 Historicus Lodewijk Petram op de Dam, heeft een boek geschreven over het begin van de aandelenhandel in de 17e eeuw in Amsterdam. Voor een deel speelde de allereerste aandelenhandel zich af op de Dam voor het toenmalige stadhuis (nu Paleis op de Dam). foto: Bram Budel Bram Budel

Confusión de confusiones oftewel Verwarring der verwarringen – met dit boek uit 1688 over de aandelenhandel in Amsterdam begint én eindigt de econoom en historicus Lodewijk Petram (1981) De bakermat van de beurs. Hoe in zeventiende-eeuws Amsterdam de moderne aandelenhandel ontstond.

In Confusión de confusiones legt de Portugese jood Josseph de la Vega de ondoorgrondelijke Amsterdamse aandelenhandel uit aan de hand van de ervaringen van twee beginnende handelaren. ‘De meest valse en schandelijke handel’ noemt hij de aandelenhandel, een kwalificatie die de laatste jaren ook wel is gebruikt voor de uit de hand gelopen handel in rommelhypotheken die leidde tot de financiële crisis.

De Financial Times noemde Confusión de confusiones een van de beste tien boeken over beleggen. Maar Lodewijk Petram vindt het boek ‘moeilijk te volgen’ en ‘niet direct relevant’ voor de moderne belegger. „Het is geschreven in bloemrijke taal”, vertelt hij in zijn appartement in de Amsterdamse Rivierenbuurt. „De la Vega heeft vermoedelijk echte literatuur willen schrijven, maar roept daardoor meer vragen op dan hij antwoorden geeft. Ik heb minder literaire pretenties: in De bakermat heb ik zo helder en zo mooi mogelijk proberen te vertellen hoe de moderne aandelenhandel in Amsterdam is ontstaan.”

Hierin is Petram buitengewoon goed geslaagd. Op een levendige manier, met veel verhalen over weifelende, bedriegende, klagende en resolute Amsterdamse aandelenhandelaren, laat hij zien hoe de oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) in 1602 in Amsterdam al gauw leidde tot een levendige handel in VOC-aandelen en derivaten.

Eerder dit jaar promoveerde u op een proefschrift over de 17de-eeuwse aandelenhandel. Hoe verhoudt De bakermat van de beurs zich tot het proefschrift?

„Voor het boek ben ik niet opnieuw in de archieven gedoken. Na de voltooiing van mijn proefschrift ben ik weer met een leeg scherm achter mijn computer gaan zitten om voor een breder publiek te vertellen hoe de moderne aandelenhandel in Amsterdam ontstond en zich ontwikkelde.”

Aandelen bestonden in eerdere eeuwen al in Venetië en Genua. En over Brugge wordt wel beweerd dat deze stad al in de 15de eeuw een aandelenbeurs kende. Maar uw stelling is dat die toch echt in Amsterdam ontstond. Waarop baseert u dit?

„Je hoeft natuurlijk geen genie te zijn om zoiets als aandelen te verzinnen. Het is niet meer dan geld stoppen in een onderneming en daar het recht aan ontlenen om een deel van de opbrengst te krijgen. Aandelen bestonden dan ook al lang vóór de VOC en er zal in Brugge naast de handel in wisselbrieven en dergelijke ook wel eens een aandeel zijn verkocht.

„Maar het belangrijkste kenmerk van aandelenhandel is dat je op elk gewenst moment je aandeel voor ongeveer de marktprijs kunt verkopen. En dat kon pas voor het eerst in de geschiedenis in Amsterdam. Iedereen kon in de 17de eeuw dagelijks de Beurs van Hendrick de Keyser bij de Dam binnenwandelen. Daar vond je bij een bepaalde zuil op de binnenplaats dan altijd wel een koper als je van je VOC-aandeel afwilde.

,,In Amsterdam ontstonden ook de eerste besloten genootschappen van aandelenhandelaren. Handel gaat beter als mensen elkaar goed kennen en vertrouwen. Vertrouwen is tot op de dag van vandaag het fundament van de aandelenhandel.”

Waardoor ontstond in Amsterdam de eerste moderne aandelenhandel?

„Die ontstond door de oprichting van de VOC in 1602. Vóór de VOC bleven aandelen ook in Amsterdam beperkt tot selecte gezelschappen die bijvoorbeeld geld staken in een compagnie die een paar schepen naar Oost-Indië liet varen. Na hoogstens een paar jaar, als de schepen terug waren en de handelswaar verkocht, kreeg je je geld plus winst terug en werd de compagnie geliquideerd. De handel in zulke aandelen bleef daardoor zeer beperkt.

„Maar de uitgifte van VOC-aandelen was omvangrijk: meer dan elfhonderd Nederlanders, en zeker niet alleen rijke, kochten een VOC-aandeel. Bovendien was de VOC opgericht voor de duur van 21 jaar – dat was toen bijna een half mensenleven. Uiteindelijk zou dat zelfs oplopen tot twee eeuwen. En aangezien de VOC de eerste jaren geen dividend betaalde, moesten de veelal niet al te rijke aandeelhouders hun aandeel verkopen als ze geld nodig hadden. Zo ontstond er handel in aandelen.

„De handel nam toe toen de VOC de bedrijfsvoering veranderde. In de eerste jaren was de VOC een soort verlengstuk van de Nederlandse staat en ging veel VOC-geld zitten in het veroveren van gebieden in Oost-Indië en in het oorlog voeren tegen Spanje en Portugal. Maar toen de VOC daar eenmaal vaste voet aan de grond had gekregen en een handelsnetwerk had opgezet, werd de compagnie veel meer een handelsbedrijf dat hoge dividenden uitkeerde. Mede door de komst van Portugese joden in Amsterdam, die de VOC-aandelen in de eerste plaats als handelswaar zagen, ontstond er toen ook handel in opties en andere derivaten. Bijna alle afgeleiden die de aandelenhandel nu kent, bestonden ook al in 17de-eeuws Amsterdam.”

De Staten-Generaal verboden naked short selling, termijnverkopen van aandelen die de verkoper niet in bezit heeft. Maar de termijnverkopen gingen gewoon door: net als nu zochten de handelaren de mazen in de wet op. Is er niets veranderd?

„Als je puur naar de transacties kijkt, is er weinig veranderd. Wel is de aandelenhandel nu veel grootschaliger en complexer geworden: in de 17de eeuw bestonden geen algoritmes die het moment van aan- of verkoop bepaalden. Wel hadden handelaren ook toen al de neiging om steeds meer risico’s te nemen naarmate het langer goed ging op de beurs en de koersen bleven stijgen. Het nemen van risico’s is toch een soort innerlijke drang van handelaren.”

Toch bent u terughoudend in het leren van lessen van de 17de-eeuwse aandelenhandel. ‘Als er al een les is te trekken uit de 17de eeuw dan is het dat crashes nodig zijn om handelaren bewust maken van de risico’s’, schrijft u. Dat is niet opzienbarend.

„Ik zie mezelf als een historicus die een mooi verhaal vertelt over een fascinerende periode in de Nederlandse geschiedenis. Ik wijs op parallellen tussen de huidige tijd en de 17de eeuw, maar lezers moeten zelf maar bepalen of daar iets van te leren valt. In De bakermat van de beurs wil ik vooral de menselijke kant van de handel laten zien. Wat bewoog mensen om als eersten in aandelen te gaan handelen?

„De handelaar Jeronimus Velters was bijvoorbeeld steenrijk en kon gemakkelijk van zijn geld leven. Maar hij werd aangetrokken tot de aandelenmarkt, hoewel hij heel nerveus van de handel werd. Hij twijfelde steeds en probeerde overal beursgevoelige informatie te krijgen. Er woedde tussen aandelenhandelaren een ware informatie-oorlog. Wie als eerste wist dat er VOC-schepen waren gezonken of dat Frankrijk in 1672 Nederland de oorlog zou verklaren, kon daar veel geld mee verdienen.”

Na 1688, toen stadhouder Willem III met zijn leger Engeland binnenviel en koning van Engeland werd, haalde de beurs van Londen die van Amsterdam in. In Londen volgde de ene aandelenuitgifte op de andere, terwijl de handel in Amsterdam beperkt bleef tot die in VOC-aandelen. Waarom kreeg het succes van de uitgifte van de VOC-aandelen geen vervolg in het 17de- eeuwse Amsterdam?

„Er was voor de uitgifte van aandelen toestemming nodig van de Staten-Generaal en die beperkten dat. Na de VOC volgde op dezelfde wijze nog wel de oprichting van de West-Indische Compagnie (WIC), maar dat werd geen succesrijke onderneming en dus ontstond er nauwelijks handel in WIC-aandelen.

„Er waren in het 17de-eeuwse Nederland ook niet zo veel nieuwe ondernemingen die veel kapitaal nodig hadden. En als een ondernemer geld nodig had, was het eenvoudiger om dat te lenen van een van de vele steenrijke handelaren dan een ingewikkelde aandelenuitgifte te regelen. Het geld voor de droogmakerijen kon bijvoorbeeld gemakkelijk worden opgebracht door de stedelijke elites. Maar in het Engeland van eind 17de eeuw werden veel bedrijven, vaak wapenfabrieken, opgericht die heel veel kapitaal nodig hadden. Zo werd Londen, en niet Amsterdam, het hart van de Europese financiële wereld.”

Lodewijk Petram: De bakermat van de beurs. Atlas, 256 blz. €24,95

    • Bernard Hulsman