Hoe lang kunnen we dit nog blijven doen?

Veel vissers zien hun vangst teruglopen. Oorzaak: ze vangen te veel.

Europa wil een ‘duurzame hervorming’ van de visserij.

Nederland , Vlaardingen , 30-06-2005 De beste haring uit de haringtest van het Algemeen Dagblad hangt klaar om opgegeten te worden . Foto ; Pim Ras / Hollandse Hoogte Pim Ras/Hollandse Hoogte

De Europese Commissie maakt zich wel grote zorgen en wil een nieuwe opzet voor de Europese visserij. Dat moet uiterlijk in 2013 leiden tot ‘duurzame’ visserij in de Europese wateren. Ook elders in de wereld zouden de Europese vissers zich aan de Europese regels moeten houden.

Niet alleen de vis staat op het spel, stelt de Griekse eurocommissaris Maria Damanaki, maar ook de visserij-industrie die aan duizenden mensen in Europa een bestaan biedt. Damanaki: „We hebben te veel gevist, te veel vis weggegooid die we niet aan de wal wilden brengen, belastinggeld gebruikt om de vloot groter te maken, en wat is het gevolg? Driekwart van de visstand staat onder druk door overbevissing. Als we zo doorgaan zullen er van de 136 visbestanden in de Europese wateren, in 2022 nog slechts acht duurzaam zijn.”

Bij eerdere hervormingen van het Europese visserijbeleid zijn oude visserijvloten gesaneerd. Met Europese subsidies zijn grotere schepen gebouwd die meer vis kunnen bovenhalen. En het systeem van quota en visserijrechten, waarbij aan landen en schepen bepaalde hoeveelheden vangst worden toegedeeld, heeft ertoe geleid dat er enorm veel vis wordt teruggestort in zee omdat die niet van de juiste soort, maat of kwaliteit is. Volgens gegevens van onderzoeksinstituut Imares gaat er op 1 kilo aangelande vis, 1,3 kilo vis overboord. Alle discards, zoals de teruggegooide vissen worden genoemd, gaan dood.

Sjirry Poepjes uit Makkum voert ver van de fonkelende wereld van de Brusselse bureaucratie, haar eigen strijd voor behoud van de duurzame vis en de duurzame visser. De meeste vissers lappen de Europese regels aan hun laars, meent ze. Als de landen van de Europese Unie nou eens begonnen met het handhaven van de bestaande regels, dan zouden ze vervolgens kunnen vaststellen hoeveel er gevist kan worden en wat er wel of niet gesaneerd moet worden.

Al jaren ziet ze hoe de met Europese subsidies gebouwde ‘Eurokotters’ de Nederlandse kustwateren afgrazen op zoek naar garnalen en platvis. Formeel mogen ze binnen de twaalfmijlszone slechts met 300 pk varen, maar de Eurokotters kunnen veel harder en ondanks verzegeling van de motor doen de meeste dat volgens haar ook. „Kracht is vangen, hoe meer bodemberoering, hoe meer vangst.” Het is eerder regel dan uitzondering.

De kleine kustkotter van de familie Poepjes vist dezer dagen op brasem langs de stranden van het IJsselmeer. Het grootste deel van het jaar vist zoon Hans, die het scheepje van zijn ouders heeft overgenomen, op garnalen in de Waddenzee. Zonder bijvangst, want door een speciale voorziening in het net, wordt de jonge vis eruit gezeefd. Deze zogeheten safelap is verplicht. Ook al gebruiken lang niet alle vissers hem, wat leidt tot bijvangst in de garnalenvisserij.

De Poepjes hebben tien jaar geleden bewust gekozen voor ‘duurzaam’. 2001 was een onverwacht goed jaar. De garnalenprijs was hoog en het geld stroomde binnen. In plaats van een groter schip te kopen, besloten Sjirry en haar man Arend om hun kotter duurzamer te maken: betere uitrusting en motor, minder uitstoot. Met de WON 77, een kleine kotter van 40 ton, kunnen ze aan twee kanten van de Afsluitdijk terecht. Ze bepalen zelf waar en wanneer ze vissen.

De veel grotere Eurokotters, van wel 150 ton zijn gedwongen wekelijks uit te varen op garnaal en platvis. Het systeem dwingt ze bijna om de regels te overtreden door met meer pk’s te vissen, bijvangst niet aan te melden of overboord te gooien. Sjirry Poepjes denkt dat de verplichte installatie van een blackbox op alle schepen, die pk’s, uitstoot, olieverbruik, visuren en visplaatsen vastlegt, al een heel verschil zou maken.

Maar Louwe de Boer uit Urk wil juist minder regels en meer verantwoordelijkheid. De Boer is directeur van Ekofish, een groep van duurzame vissers uit Urk. Hij gooit zijn netten veel verder uit dan de familie Poepjes. Uit de wateren tussen Denemarken en Schotland haalt hij wekelijks ruim 150 ton schol op.

De Urker vindt dat de visserij zelf nauwer bij de nieuwe plannen van Brussel moet worden betrokken. „Reguleren is een taak van onszelf, niet van de overheid”, zegt hij. Van de gegevens over de visstand die de Europese Commissie hanteert, klopt volgens hem „geen zak”. „Wij zien precies wat er op zee gebeurt.”

De Boer heeft zijn eigen manier van duurzaam vissen ontwikkeld. Aanvankelijk vooral uit economische overwegingen. De brandstofprijzen waren de pan uitgerezen. Inmiddels is Ekofish een overtuigd groen merk dat ook andere vissers probeert over te halen duurzamer te vissen. Zijn schol heeft het gewilde duurzaamheidslabel MSC (Marine Stewardship Council, ook wel ‘gecertificeerde duurzame visserij’ genoemd).

In zijn kantoor op de visafslag in Urk tekent hij het net dat hij heeft ontworpen voor zijn duurzame visserij: de twinrig. Het zijn twee netten die in een punt naast elkaar langzaam over de bodem worden getrokken. Hij hoeft niet volle kracht te varen en bespaart zo brandstof. Doordar de stand van de mazen minstens 12 centimeter groot is, kan de kleine vis eruit glippen. Volwassen schol blijft hangen aan een botje op de kop van de vis. Zo kan De Boer specifiek op schol vissen, de bijvangst beperken tot een kwart, en de ‘discards’ die terug de zee in gaan tot 3 procent.

In het nieuwe visserijbeleid, waarover nog met de EU-regeringen en het Europees Parlement overeenstemming moet worden bereikt, stelt Brussel voor om het overboord zetten van ‘discards’ te verbieden. Alle vis die uit zee wordt gehaald moet worden aangeland. Dat moetmeer inzicht geven in wat er op zee gebeurt.

Op basis van de vangst zou ook beter berekend kunnen worden hoe groot of klein het bestand van een vissoort is. Door ontwikkeling van technologie zou er meer specifiek op bepaalde soorten kunnen worden gevist, zoals de Ekofish-groep al doet. Wat er toch nog meekomt zou aan de wal gebruikt moeten worden voor de productie van diervoer of vismeel.

Greenpeace gaat dat nog lang niet ver genoeg. De verplichte aanlanding van alle bijvangst is een belangrijke stap, maar lost het probleem niet op. Jaarlijks wordt er, als het bijvoorbeeld om tong gaat, meer vis op de veilingen aangeboden dan er gevist zou mogen worden. Zolang er een quotasysteem blijft bestaan dat zegt hoeveel een visser mag vissen, zal de neiging groot zijn om de regels te overtreden, stelt Saskia Richartz van Greenpeace in Brussel.

Net als vissersvrouw Poepjes in Makkum, noemt Richartz de meeste vissersschepen „veel te groot om duurzaam te kunnen vissen”. Daar moet dus rigoureus het mes in. „De zee is van ons allemaal. De rechten moeten niet per land verdeeld worden. Er moet een openbare inschrijving komen. Het gaat er om wie mag uitvaren en wie niet. Goed gedrag moet beloond worden. Niet slecht gedrag, zoals nu.”

    • Renée Postma