Hij doet of Hij niet zwemt

Kitty Crowther: Kleine Man en God. Vertaald door Siska Goeminne. De Eenhoorn, 42 blz. € 14,50

God is groot. En bloot. En wit, met een rood randje en een fluorescerend aureool. De god althans die Kleine Man op een wandeling in het bos tegenkomt in Kleine Man en God van Kitty Crowther. Hij is niet dé God, maar een god. ‘We zijn met zo veel als er sterren aan de hemel staan, en zelfs nog meer’, zegt God die God niet is. Ter onderstreping van zijn woorden blaast hij op een tekening de fragiele pluisjes van een paardenbloem de lucht in.

Wat God daar in dat bos doet, vertelt Crowther ons niet; wat hij is, evenmin. Voor zover zij met haar verhaal al iets over religie wil zeggen is dat: geloof wat je wilt. Het gaat niet over goed doen of delen of tolerantie. De God van Crowther is een vriendelijke man die vreemde kunsten kan uithalen. Tot verrukking van Kleine Man kan hij elke gedaante aannemen; indiaan, cowboy, een hert, zelfs King Kong en de vader van Kleine Man. En hij is ijdel, vindt het ‘heerlijk om met zijn gedaanteveranderingen te pronken.’ Om Kleine Man zich nog een beetje bijzonder te laten voelen doet God of hij niet kan zwemmen.

Kleine Man en God is een warm verhaal over een ontmoeting tussen twee wezens. Maar wat de meerwaarde van God/god is? Het had ook een kabouter of een fee kunnen zijn. Toch voelt Kleine Man zich speciaal, denkt ‘met een gelukzalige glimlach’ op zijn gezicht dat er dagen zijn ‘die je voor eeuwig veranderen’. Misschien is het ongezegde het geheim, want Kleine Man en God intrigeert, mede door de tekeningen van Crowther. In kleur en compositie zijn het kunstwerkjes, met prachtige vogels en bloemen. En met God en Kleine Man in zoete taferelen tegen fluorescerende luchten. Dieren en planten hebben net als God een aureool – toch een verwijzing naar het religieuze ‘God is overal’.