Heimwee naar Arie Selinger

Slecht bondsbeleid en een slappe mentaliteit van de spelers zijn de belangrijkste oorzaken van de teloorgang van het mannenvolleybal.

Vijftien jaar na de olympische titel heeft het Nederlands mannenteam de kelder van het internationale volleybal bereikt. Sinds gisteren weten de volleyballers definitief dat deelname aan de Olympische Spelen in Londen onmogelijk is, maar ook dat er nauwelijks een toekomstperspectief is. Althans niet met de huidige selectie.

Nederland leed gisteren op het pre-olympische kwalificatietoernooi in het Kroatische Osijek een ontluisterende 3-2 nederlaag tegen de internationale dwerg Kroatië, de nummer 59 van de wereldranglijst. Na de 3-0 nederlaag tegen Finland, eerder deze week, is uitschakeling een feit.

De ontluistering van Nederland als olympisch kampioen heeft vele oorzaken. Natuurlijk had de volleybalbond Nevobo een adequater topsportbeleid moeten voeren – met de vrouwen gaat het niet veel beter. Er is veel te lang geteerd op het succes uit de jaren negentig. De opleiding werd verwaarloosd, een houding waarvan nu de gevolgen pijnlijk zichtbaar worden. Sinds anderhalf jaar heeft oud-international Ron Zwerver, icoon van de gouden generatie, het talententeam onder zijn hoede. Maar het resultaat van zijn werk zal waarschijnlijk pas over zo’n tien jaar merkbaar zijn.

De spelers valt ook veel te verwijten. Zij missen de totale overgave om een succesvol international te worden. De vorige bondscoach Peter Blangé omschreef de vereiste houding vier maanden geleden in deze krant als volgt: „Ik heb geleerd dat er maar één weg naar succes leidt: keihard trainen, veel spelen en meedogenloos zijn.”

Uitgerekend aan die eisen voldoen de huidige internationals niet. Na het clubseizoen willen de meeste spelers niet meer een zomer keihard bij het nationale team trainen. De belangrijkste spelers vragen tegenwoordig de bondscoach eerst om rust. Eventueel zijn ze later in de zomer beschikbaar, bijvoorbeeld als er een belangrijk pre-olympisch kwalificatietoernooi gespeeld moet worden. Van het basisteam van gisteren tegen Kroatië had maar één speler vanaf mei het volledige trainingsprogramma gevolgd.

Voor de huidige bondscoach Edwin Benne was dat geen werken. Hij kon onmogelijk structuur in zijn werk aanbrengen, laat staan een team naar een hoger niveau tillen. En alternatieven had Benne niet, omdat bij de nationale jeugdteams het vereiste niveau ontbreekt. De Nevobo besloot zelfs geen ploeg naar het WK voor junioren uit te zenden. Overigens tot ergernis van Blangé, die vindt dat talenten veel moeten spelen. Van competitie worden ze volgend hem sterker, niet alleen van trainen.

Daarmee uitte de oud-bondscoach verkapt kritiek op het werk van Bert Goedkoop als technisch directeur. Hoewel hij dat zelf tegenspreekt, heeft Goedkoop de huidige generatie internationals afgeschreven. Het nationale team wordt nog gefaciliteerd om te trainen en een minimaal programma te spelen, maar daar houdt de bondshulp mee op. Goedkoop maakte zijn minachting vooral duidelijk door Nederland terug te trekken uit de World League, de sterkste competitie voor landenteams.

Die stap kwam hem op zware kritiek van oud-bondscoaches te staan. Naast Blangé spraken ook Joop Alberda, die het gouden team bij de Spelen in Atlanta leidde, en Toon Gerbrands daarover afgelopen zomer in deze krant hun onbegrip uit. Alberda: „Je ontneemt internationals perspectief.” En Gerbrands: „Wie vrijwillig uit de World League stapt heeft het niet begrepen. Die plek moet je koesteren; dan weet je waar je op mondiaal niveau staat.”

Goedkoop riposteerde dat het huidige niveau van de nationale ploeg de hoge kosten van deelname aan de World League niet langer rechtvaardigt „Het werd steeds meer een kwestie van aanklampen. Dan moet je geen financiële risico’s nemen.”

En zo is het Nederlands mannenvolleybalteam in een uitzichtloze situatie terechtgekomen. Tenminste, als internationaal succes wordt nagestreefd. En dat is het geval. Althans, dat spreekt de bond uit. Maar Goedkoop handelt er vooralsnog niet naar. Hij zet al zijn kaarten op het talententeam van Zwerver. Op zich een verdedigbare keus, ware het niet dat je dan minimaal een decennium internationaal een ondergeschikte rol moet spelen. En dat is risicovol, omdat het nog maar de vraag is of Zwerver spelers kan afleveren die bereid zijn ver te gaan voor een internationale carrière.

Voor die spelers gloort geen mooi podium als de World League. Zij krijgen eerst de ondankbare taak Nederland uit het sportieve moeras te trekken. Dat alleen al wordt een loodzware opgave.

Het wordt tijd dat de Nevobo de weg naar de gouden medaille uit 1996 analyseert. Dan zullen de bestuurders concluderen dat aan dat succes een cultuuromslag vooraf ging. In 1985 schudde de Israëlische buitenstaander Arie Selinger, vader van ex-vrouwencoach Avital, de volleyballers wakker. Wat is er logischer dan die weg weer te volgen? Elke andere aanpak is zinloos gebleken.