H5N1-virus kan ook killer zijn

In een Nederlands biosafety lab is een dodelijke en besmettelijke vorm van het H5N1-vogelgriepvirus gemaakt. Mag de informatie erover openbaar worden?

In Nederland is een variant van het zeer dodelijke H5N1-vogelgriepvirus gemaakt dat in proefdieronderzoek makkelijk door de lucht zoogdieren besmet. En wellicht ook mensen. Daarmee is opzettelijk een griepvirus gemaakt dat een nieuwe wereldwijde epidemie kan veroorzaken, als het ontsnapt uit het zwaarbewaakte en -beveiligde biosecurity lab waar het is gemaakt en wordt bewaard.

Onderzoeksleider Ron Fouchier, viroloog en hoogleraar binnen de influenza-onderzoekgroep van Ab Osterhaus aan het Erasmus MC, heeft een wetenschappelijke publicatie over het virus aangeboden aan het tijdschrift Science. Science wil het artikel publiceren, maar heeft het eerst voorgelegd aan de NSABB, een Amerikaanse overheidscommissie die beoordeelt of wetenschappelijke informatie geheim moet blijven vanwege het gevaar dat schurkenstaten of bioterroristen ermee aan de haal gaan en een biologisch wapen fabriceren. „De NSABB broedt er al twee maanden op”, zegt Fouchier in een telefonisch interview, „maar ik hoop dat ze er na het weekend uit zijn en dan kan Science snel publiceren.”

Wat hebben jullie gemaakt?

Fouchier: „Het H5N1-virus dat in Azië al jaren pluimvee doodt, hebben we zo aangepast dat fretten er niet alleen dodelijk ziek van worden, maar elkaar ook door de lucht snel besmetten. Dat laatste gebeurde tot nu toe niet. We hebben geanalyseerd welke vijf à zes mutaties noodzakelijk zijn voor die overgang.” Ab Osterhaus vult aan: „Ieder van die mutaties is apart ook al gezien bij de H5N1-virussen in Azië, maar niet in combinatie.”

Waarom maakten jullie dat virus?

„Daar is een aantal redenen voor”, zegt Fouchier. „Er zijn virologen die menen dat alleen H1-, H2- en H3-influenzavirussen pandemieën kunnen veroorzaken. Wij hebben nu aangetoond dat H5 dat ook kan. Dat heeft gevolgen voor de adviezen die virologen geven aan overheden en de Wereldgezondheidsorganisatie. Die waren op dat punt tot nu toe tegenstrijdig. Verder wil je weten hoe een virus eruitziet dat een pandemie kan veroorzaken. Dan kun je sneller vaccins produceren.”

„De laatste grieppandemie verliep weliswaar mild”, onderbreekt Osterhaus, „maar er was wel een probleem met de vaccinproductie. De helft van de wereld heeft meer dan een half jaar op vaccin moeten wachten.”

„Een derde argument”, zegt Fouchier, „is dat in Azië niet agressief wordt opgetreden tegen het virus. Als genanalyse van de rondwarende virussen laat zien dat die gevaarlijke mutaties samen gaan voorkomen, dan zou je besmet pluimvee agressiever moeten ruimen.” Osterhaus: „Het is een afweging van maatschappelijke en wetenschappelijke belangen tegen mogelijke gevaren, maar uiteindelijk vinden de meeste virologen en overheden dat je dit onderzoek moet doen. Er worden vaker gevaarlijke virussen gemaakt. Het Spaanse-griepvirus is bijvoorbeeld in het lab nagemaakt.”

Mag dit onderzoek in Nederland?

Fouchier: „We zijn hier in 2007 mee begonnen toen een lab met biosafety level 3+ af was. We hebben een milieuvergunning van het ministerie van I en M. Omdat we werken met een Amerikaanse overheidssubsidie moeten we ook aan de Amerikaanse veiligheidswetgeving voldoen.”

    • Wim Köhler