Een ei opeten met de botten van de kip die het legde

Beeldende kunst

NIJVER|heden, de evolutie van ambachten, t/m 12 febr. 2012 in het Zuiderzeemuseum, Wierdijk 22, Enkhuizen, Inl: zuiderzeemuseum.nl ****

Netten boeten en touw slaan, nee, dat hoeft niet meer. Maar de belangstelling voor hedendaags ambachtswerk is tegenwoordig groot bij ontwerpers en architecten.

Met de tentoonstelling NIJVER|heden, de evolutie van ambachten in het Zuiderzeemuseum laten gastcuratoren Jurgen Bey en Rianne Makkink zien hoe actueel nieuwe nijverheid is. Ze zetten werk van 28 hedendaagse ontwerpers uit binnen- en buitenland tegenover objecten uit de collectie van het Zuiderzeemuseum. „Door maatwerk te leveren”, schrijven zij in de catalogus, „heeft deze manier van ontwerpen en produceren de potentie om maatschappelijke vraagstukken op te lossen”.

Soms is die confrontatie met het erfgoed en de werkwijze van vroeger heel direct. Tegenover de oude ketels van een jamfabriek hangt bijvoorbeeld een poster van Raw Color, het bureau van Daniera ter Haar en Christoph Brach. Waar de jamfabriek vruchten verwerkte, maken zij van groenten een natuurlijke inkt. Met een buisje wordt op een affiche de bieteninkt aangebracht. Langzaam kleurt de afbeelding rood: van een biet inderdaad, met erboven de tekst ‘100% sap’.

‘Ambachtelijk’ kan net als vroeger minutieus handwerk inhouden, maar ook kleinschalige machinale productie. Tegenover een oude kaasmakerij uit het depot is de door zonnepanelen aangedreven robot van Dirk van der Kooij methodisch aan het werk. In ruim drie uur produceert de robot een stoel van het plastic van vermalen koelkasten dat als pastaslierten uit de spuitarm vloeit. Op dezelfde voorgeprogrammeerde wijze wordt een doos door twee armen heen en weer geschud: dit is de mal waarin Marloes ten Bhomer haar schoenen van polyurethaan giet.

Dat het ontstaan van een product zelf al schoonheid kan hebben, zonder mal of robot, bewijzen de sieraden van suiker van Greetje van Helmond. Kunnen we waarde toekennen aan sieraden die niet van goud zijn, vroeg ze zich af, maar van een goedkoop, makkelijk verkrijgbaar materiaal als suiker? Ze hangt draden in glazen potten vol verzadigd suikerwater waarna de kristallen vanzelf groeien. Ze noemt ze met een knipoog ‘Unsustainable jewelry’ (niet-duurzame juwelen): je kunt ze maar een paar keer dragen voor ze uit elkaar beginnen te vallen. Niet de eeuwigheidswaarde van edelmetaal geeft ze hun waarde, maar juist de vluchtigheid.

Een van de mooiste projecten is het Chicken Project van de Engelsman Kieren Jones. Hij ontwierp onderdak voor kippen en toen ze dood waren maakte hij van hun vel een jack dat gewatteerd werd met hun veren; van de botjes van één kip kon hij net genoeg klei produceren om één eierdopje te maken; en tot slot kon hij van een de kippenbotten een lepeltje maken voor het zout op het ei in het eierdopje. De kippencirkel was rond.

Opmerkelijk aan de tentoonstelling is de intensiteit en vindingrijkheid waarmee ontwerpers naar een resultaat toewerken. Eigenlijk is de handeling even belangrijk als de uitkomst.

Maar wat ook opvalt is het verschil in zelfbewustzijn tussen toen en nu. De objecten uit de de depots van het museum – de kaasketel en de wipkarn, de zakjesvulmachine en de vethoorn, het boetgerei en de marlpriem – zijn allemaal puur functioneel. Ze werden gemaakt om een functie te dienen, zonder enige bijgedachte over schoonheid, duurzaamheid of de tegenstelling lokaal/mondiaal. Die directheid van een vorm die vanzelfsprekend een functie volgt, is weg. Deze nieuwe objecten zijn behalve producten, ook manifesten. In de evolutie van het ambacht is de onschuld verloren gegaan.