Een boodschap uit de Europese microkosmos

En wie zei daar dat de Belgen geen patriotten zijn? Ja, de kabinetsformatie, die al langer dan anderhalf jaar voortsleept, breekt record na record. De onmogelijke matrix van Vlaams-Waals en links-rechts waarin een coalitie moet worden gesmeed, lijkt prohibitief complex. Maar gisteren toonden de Belgen een grote eensgezindheid. Ze tekenden zó massaal in op zogenoemde ‘staatsbons’, dat het record van een half miljard euro van drie jaar geleden wel eens zou kunnen worden gebroken.

Staatsbons, het Belgische meervoud van ‘staatsbon’, zijn staatsleningen direct aan particulieren, die door de Belgische overheid vier maal per jaar worden verkocht. Ze zijn verhandelbaar op de beurs, en kennen dus ook een koersverloop, net als gewone staatsobligaties.

Wat de gebeurtenis van gisteren bijzonder maakt is dat de geboden rente veel lager was dan gewone Belgische staatsobligaties geven. De staatsbon met een looptijd van acht jaar bijvoorbeeld geeft een couponrente van 4,2 procent en die met een looptijd van drie jaar 3,5 procent.

Ter vergelijking: staatsobligaties met een looptijd van twee jaar geven op dit moment effectief 5 procent rente en die met een looptijd van tien jaar 5,7 procent.

De massale toeloop op een investering die minder rendeert dan gewone staatsobligaties kan op verschillende manieren worden verklaard. Allereerst geven ze sowieso meer rente dan een gewone spaarrekening, want net als Nederlanders ontvangen Belgen daar bitter weinig op. Het is aannemelijk dat, ondanks de verhandelbaarheid van de staatsbons, de meeste Belgen ze gewoon gedurende de gehele looptijd aanhouden.

Bovendien hebben de Belgen zojuist de bank Dexia zien wankelen. Kennelijk is het stallen van spaargeld bij de overheid een steeds aantrekkelijker optie dan bij het onder te brengen bij banken.

Maar doorslaggevend kan ook de oproep van demissionair premier Leterme, die nog steeds het regeringsfort bewaakt, zijn geweest om de staatsbons te kopen.

De Belgische ervaring herinnert aan iets heel essentieels. De eurozone als geheel heeft weliswaar een forse staatsschuld, maar die is relatief lager dan die van de Verenigde Staten. De eurozone als geheel is in balans met het buitenland: er zijn nauwelijks of geen gezamenlijke tekorten of overschotten op de betalingsbalans.

De financiering van het huidige schuldprobleem kan dus probleemloos worden opgehoest door de landen van de eurozone zelf – zij het uiteraard dat er intern flinke overschotten en tekorten zijn. Maar Chinezen, Brazilianen, Koeweiti’s of het Internationaal Monetaire Fonds zijn helemaal niet nodig. Als er maar een idee is van een gezamenlijke lotsbestemming onder de Europeanen zelf.

België is wel vaker een microkosmos van Europa. Zie het groeiende onbegrip tussen ‘noord’ en ‘zuid’, en het onvermogen om een eensgezinde politieke coalitie te smeden om de crisis te lijf te gaan. De Belgische rente op de staatsschuld komt dicht in de buurt van het gewogen gemiddelde van de eurozone als geheel. En de conjunctuurindicator van de Nationale Bank van België is sinds jaar en dag een verrassend sterke gids voor de economische toestand van de eurozone als geheel.

Nu de financiële markten hun oog hebben laten vallen op België, zit de schrik er goed in bij de zuiderburen. Wellicht oefent de sterk stijgende rente op de staatsschuld, die alleen gisteren al met een kwart procentpunt omhoog schoot, een beslissende druk uit om politiek eindelijk tot zaken te komen. Wie weet zijn, ook op dat vlak, de Belgen het symbool voor wat er in Europa zelf nodig is.

Maarten Schinkel