De Zweedse bordeelhoudster verdween in donker Afrika

Henning Mankell: Geschiedenis van een gevallen engel. Vert. Clementine Luijten. Geus, 411 blz. € 24,95

‘In principe is alles wat ik schrijf gestoeld op waarheid’, noteert de Zweedse schrijver Henning Mankell in het Nawoord van zijn nieuwste roman Geschiedenis van een gevallen engel. In dit geval is de vonk van inspiratie bijzonder klein: via een vriend vernam Mankell dat documenten in het koloniale archief in Maputo, de hoofdstad van Mozambique, gegevens bevatten over een Zweedse vrouw die rond 1900 eigenares is geweest van een van de grootste bordelen in de stad. Meer is er over haar niet bekend. Ze is, heel kort, niet meer dan een naam in de registers.

Het tekent Mankells meesterschap dat hij dankzij dit minimale gegeven een intrigerende, prachtig geschreven roman weet te ontvouwen. Dat Mankell een vooraanstaand misdaadschrijver is, is bekend; dat hij zich de laatste decennia tot een volwaardig romancier heeft ontwikkeld, is bijzonder te noemen. Zijn voorlaatste roman, De Daisy Sisters (2009), was zeer geslaagd door de manier waarop hij een beeld geeft van drie generaties vrouwen. Ook in Geschiedenis van een gevallen engel speelt een vrouw de hoofdrol, Hanna Lundmark. Ze bevindt zich als kokkin aan boord van het stoomschip Lovisa dat Zweeds hout brengt naar Australië. Onderweg trouwt ze met de stuurman die kort daarop sterft; in een stad aan de Afrikaanse kust heeft hij een dodelijke infectie opgelopen. Haar man krijgt een zeemansgraf. Wanneer het schip de havenstad van Mozambique binnenloopt, de laatste stop voor de grote oversteek van de Indische Oceaan, besluit ze van boord te gaan. De herinneringen aan haar man zijn te verstikkend.

Ze trouwt voor een tweede keer, ditmaal met een bordeelhouder. Ook hij gaat dood en vanaf dat moment wordt zij de eigenares van het bordeel dat verleidelijk O Paraiso, het Paradijs, heet. Nu Hanna eenmaal deze positie heeft ingenomen, neemt Mankell de kans waar om het leven van de Afrikaanse prostituees van binnenuit te beschrijven.

De werkelijke kern van de roman schuilt in Hanna’s verlangen naar gehechtheid, naar ‘nabijheid’ zoals ze het noemt. Maar al haar pogingen om de zwarte vrouwen te bereiken stuiten af op wantrouwen. De prostituees wensen de blanke vrouw niet als hun gelijke te beschouwen en zullen nooit intimiteiten met haar uitwisselen.

Deze terughoudendheid die soms zelfs overgaat in ingehouden woede en haat, maakt van Hanna een eenzame vrouw in het donkere Afrikaanse continent. Elke vorm van gehechtheid is onmogelijk. Dat neemt niet weg dat de kracht van Hanna’s verlangen groot is. Op subtiele, trefzekere wijze beschrijft Mankell haar vergeefse strijd. En opeens, net als in de archieven, verdwijnt Hanna plots. ‘Niemand heeft haar ooit teruggezien’, zijn de laatste woorden van het boek. In alle eenvoud komen ze hard aan.