De succesformule uit Veghel

Een overname van een grote supermarktketen is meer dan een bundeling van winkelformules en het over tafel schuiven van een aanzienlijke som geld. Ook al zijn beide aan de orde nu de Jumbo Supermarktengroep uit Veghel de C1000 winkels koopt, die eigendom zijn van de Europese private-equityfinancier CVC, lokale winkeliers en de directie. Na de overname wordt Jumbo met een marktaandeel van 23 procent een geduchte concurrent van marktleider (34 procent) Albert Heijn. De rest van de markt is versnipperd over zelfstandige winkeliers en regionale ketens. Sommige moeten zich nu afvragen of zij niet intensiever moeten samenwerken dan alleen in inkoopcombinaties.

De doorbraak van Jumbo is ook het succes van een ambitieuze ondernemersfamilie tegenover de beursconcurrent Albert Heijn. Het succes van de ‘provincie’ tegenover de Randstad, vanouds Albert Heijn-territorium. En het succes van winkelformules waarin plaats is voor zelfstandige ondernemers.

Jumbo, een ouderwets – in de positieve zin van het woord – familiebedrijf, moet zich opnieuw in de schulden steken om de overname te betalen. Gesproken wordt over 900 miljoen euro. De keten deed dat twee jaar geleden ook bij de overname van Super de Boer. Die overname lijkt soepel verlopen, maar zekerheid dat integratie opnieuw succesvol zal zijn, is er niet. Achter de vlaggen en de vrolijke gezichten is detailhandel een harde strijd om lage marges die wordt uitgevochten met scherpe inkoop en geoliede logistiek. Niet voor niets is het Amerikaanse credo: retail is detail. Het Laurus concern, een combinatie van overgenomen supermarkten die Albert Heijn wel eens even mores zou leren, eindigde in 2006 in een implosie. Juist omdat integratie en logistiek faalden. Hoe succesvol Jumbo overigens echt is, kan niet objectief vastgesteld worden. Jumbo heeft sinds het jaarverslag over 2008 geen gedetailleerde financiële informatie meer openbaar gemaakt. Dat is de zuinigheid die een familiebedrijf van dit kaliber nu onwaardig is

Het feit dat Jumbo zich in de schulden moet steken verkleint de kans op nieuwe ‘prijsoorlogen’ tussen de supermarkten. Jumbo zal zijn inkomstengroei op peil moeten houden om rente en aflossing te betalen en dat in een markt waarin consumenten de crisis in het huishoudboekje gaan voelen. Ahold, de moedermaatschappij van Albert Heijn, kan uiteraard een deel van zijn goed gevulde kas gebruiken om de nieuwe concurrent dwars te zitten. Maar wil het concern een deel van de winst die anders bestemd zou zijn voor zijn aandeelhouders opofferen aan prijsverlagingen voor zijn klanten? Nee. Maar reken wel op stuntwerk en prikacties.