De riskante verlokking van olierijkdom

Irak beschikt over grote olie- en gasreserves. Het regime wil deze rijkdom graag te gelde maken, maar kampt met politieke tegenwerking, corruptie en terreur. Ondanks deze onzekerheden ruiken de multinationals kansen.

Rumoer in de oliewereld. Waar haalt Exxon Mobil het lef vandaan om buiten Bagdad om een contract voor olieboringen te sluiten met de Koerden? De Amerikaanse regering heeft nog zo gewaarschuwd dat rechtstreeks zakendoen met het autonome noorden de toch al slechte relatie tussen Bagdad en de Koerden kan schaden.

Nu dreigt de Iraakse regering, die zeggenschap claimt over alle olievoorraden in het land, een groot contract met Exxon voor oliewinning in het zuiden op te zeggen. En zo het grootste oliebedrijf ter wereld ten voorbeeld te stellen aan al die andere multinationals die hun oog hebben laten vallen op de bodemschatten in Koerdistan.

Bagdad moet er niet aan denken dat de Koerdische regionale regering zelf grote contracten met buitenlandse bedrijven sluit. Irak is voor ruim 90 procent van zijn begroting afhankelijk van de inkomsten uit olie en gas. Zo’n 40 procent van de bekende voorraden in Irak – 115 miljard vaten, waarmee het land ná Saoedi-Arabië, Canada en Iran de grootste reserves ter wereld heeft – ligt in Koerdistan. En als de Koerden hun eigen contracten sluiten, dan wil de zuidelijke regio rond Basra, waar ook veel grote velden liggen, straks ook.

Irak heeft grote ambities voor zijn olie- en gasindustrie. Sinds internationale energiebedrijven in 2008 weer toegang kregen tot het land heeft de regering twaalf grote oliecontracten en drie gascontracten gesloten met multinationals. Irak produceert nu ongeveer 2,8 miljoen vaten olie per dag, en kan volgens schattingen van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) in 2017 zo’n 6 tot 7 miljoen vaten per dag leveren, de sterkste groei ter wereld. [Zie grafiek: Prognose olieproductie.]

En die schattingen zijn alleen gebaseerd op bestaande contracten. Slechts dertig van de tachtig ontdekte olievelden zijn nu in productie, en grote delen van het land, waaronder de westelijke woestijn, zijn nauwelijks verkend. In maart wordt voor de vierde keer sinds 2009 een veilingronde gehouden, ditmaal van twaalf stukken land, voor verkenning en proefboringen. Tientallen multinationals hebben zich al voor de veiling ingeschreven.

Om al deze rijkdommen te gelde te kunnen maken moet Bagdad wel greep krijgen op het hele land, hoewel dat vooralsnog een uitzichtloze zaak is. Onbekende percentages gaan verloren aan corruptie, diefstal en smokkel over de grens met Iran.

Een groter probleem is het autonome noorden. De Koerdische regering heeft tot nu toe meer dan veertig olie- en gascontracten gesloten met kleinere bedrijven, maar geen enkele grote multinational durfde het aan om Bagdad te provoceren.

Totdat in september Tony Hayward, de oud-topman van BP die vorig jaar moest opstappen na de milieuramp in de Golf van Mexico, met zijn nieuwe investeringsmaatschappij Vallares het Turkse bedrijf Gelel Enerji overnam, dat 90.000 vaten per dag produceert in Koerdistan. Volgens Hayward is Koerdistan „misschien wel de laatste regio ter wereld waar bedrijven makkelijk naar olie kunnen zoeken”. Dat is hem de investering van 2,1 miljard dollar wel waard.

Maar de overname van een bestaand contract is nog iets anders dan een heel nieuw contract sluiten, zoals de deal van Exxon die vorige week bekend werd. Drie van de zes gebieden waar Exxon naar olie gaat zoeken liggen notabene in betwist gebied.

Volgens Iraakse regeringsfunctionarissen zou het Brits-Nederlandse Shell met Exxon hebben willen meedoen, maar heeft het zich teruggetrokken om een groot gasakkoord met Bagdad veilig te stellen. Twee dagen nadat de Exxon-deal bekend werd, kwam naar buiten dat Shell na drie jaar moeizame onderhandelen gas gaat opvangen dat vrijkomt bij de olieproductie op drie grote velden rond Basra.

Exxon heeft slecht politiek advies gekregen, denken sommige analisten, en een miscalculatie gemaakt. „Washington moet furieus zijn. Wat moet je ervan zeggen als je eigen bedrijf de stabiliteit in Irak kapot maakt?”, zei een consultant deze week tegen persbureau Reuters.

Anderen denken dat Exxon een weloverwogen risico neemt. „De deal is een enorme stap”, die „grote gevolgen kan hebben voor andere oliemaatschappijen die naar Koerdistan willen”, zegt Gala Riani, Midden-Oostenanalist bij het Amerikaanse onderzoeksbureau IHS Global Insight. „Het toont aan dat Exxon denkt beter af te zijn in Koerdistan dan in het zuiden.” Sinds de eerste veilingrondes in 2009 heeft Exxon, samen met Shell, een contract voor het grote olieveld West Qurna 1.

De opbrengsten in het zuiden vallen tegen, zeggen deskundigen. Bagdad heeft zich bij het sluiten van de contracten assertief opgesteld, vastbesloten om na de oorlog zelf de controle over de industrie te houden. Bagdad geeft de bedrijven een vaste vergoeding per vat, van tussen de 1,50 à 2 dollar, maar begint pas met betalen als het bedrijf de productie met 10 procent heeft verhoogd. Ook vergoedt Bagdad de investeringskosten, maar eveneens pas nadat een bepaalde productie is bereikt.

„De huidige contracten leveren de oliebedrijven weinig op”, zegt Riani. „Ze zijn een stuk slechter dan elders in de wereld. De bedrijven gaan ermee akkoord, omdat ze hopen in de toekomst alsnog te profiteren, als er nieuwe concessies te vergeven zijn bij nieuwe veilingen. De algemene verwachting is dat er nog veel olie ontdekt zal worden. Nu snellen de bedrijven naar binnen, in de hoop om snel een goede relatie met de regering op te bouwen.”

„Op dit moment is er geen enkel olie- of gasbedrijf dat dit soort contracten niet wil aanvaarden”, zegt Cyril Widdershoven, olie- en gasdeskundige van TNO. „Ze moeten wel, want andere regio’s met zo veel en zulke goede olie zijn er bijna niet meer. De wereld is totaal veranderd. Als iemand bij Shell vóór de Irakoorlog had voorspeld dat het bedrijf genoegen had moeten nemen met 1,50 dollar per vat, dan hadden ze hem uit het raam gegooid.”

Ook het gascontract van Shell – tezamen het Iraakse staatsbedrijf South Gas Company en het Japanse Mitsubishi – lijkt bepaald geen jackpot. Het vergt een investering van 17 miljard dollar om het gas, dat nu nog wordt afgefakkeld, op te vangen en te verwerken. Shell heeft met Bagdad afgesproken dat het gas in eerste instantie is bestemd voor de opwekking van elektriciteit voor de lokale bevolking, maar dat levert weinig op en bovendien ontbreken de benodigde elektriciteitscentrales.

Een surplus mag eventueel op termijn worden geëxporteerd, maar daarvoor moet het eerst tot vloeibaar LNG gemaakt worden, en ook die installatie is er nog niet. Widdershoven: „Financieel-economisch is dit contract hartstikke onaantrekkelijk, maar Shell heeft geen andere optie.”

Exxon heeft behalve van de strenge contracten ook last van de gebrekkige infrastructuur voor de export in het zuiden. „In feite bestaat die niet”, zegt Joost Hiltermann, Midden-Oostenspecialist van de denktank International Crisis Group.

Wat er wel aan faciliteiten is, daar wordt om gestreden. Hiltermann: „BP en Shell gaan ook olie produceren in het zuiden. BP had als eerste een contract en heeft daarom de eerste rechten om de bestaande exportinfrastructuur te gebruiken. Alles moet via twee offshore-terminals in de Golf, maar een daarvan is kapot. Als ze niet kunnen exporteren, dan zitten de energiebedrijven vast in het zuiden.”

Hoe graag de multinationals ook willen exporteren, de kans is groot dat OPEC, het kartel van olieproducerende landen, op de rem trapt als de productie te hard stijgt. De belangrijke leden Saoedi-Arabië en Iran zullen protesteren, zeggen analisten, als een te groot aanbod uit Irak de olieprijzen drukt. Veel olielanden hebben een hoge olieprijs nodig om hun begroting sluitend te krijgen.

Hiltermann: „Het is een beetje een droom om te denken dat er veel geld valt te verdienen in het zuiden. Exxon zal denken: we krijgen te weinig terug. Als we ons terugtrekken uit het zuiden zal Irak zeggen dat dat contractbreuk is. Maar als we blijven en intussen contracten kunnen sluiten met de Koerden hebben we het beste van twee werelden.”

Alle grote concerns doen hetzelfde, zegt Widdershoven van TNO: „Praten met Bagdad en tegelijkertijd de deur platlopen in het noorden. Dat heet financiële diplomatie.”

Buurland Iran kan ook nog langs een andere weg voor moeilijkheden zorgen. Iran heeft grote politieke en economische invloed op Irak. „Iran is een veiligheidsrisico”, zegt Riani. „In het zuiden zijn veel slapende en actieve milities die onder controle staan van Teheran.”

Spanningen tussen het Westen en Iran kunnen leiden tot gewelddadige acties van deze groepen op westerse olie-installaties in Irak. De laatste tijd lopen die spanningen juist weer hoog op.

Toch blijft het de vraag of het echt veel beter zakendoen is in het noorden. Koerdistan mag de grootste potentie hebben, de grootste risico’s liggen daar ook. Een van de grootste olievelden, bij Kirkuk, is deels gelegen in de autonome regio Koerdistan. Het gebied rond de oliestad Kirkuk loopt grote kans om het brandpunt te worden in een gewapend conflict.

De Koerden eisen het gebied op, inclusief Kiruk dat ze als hoofdstad van hun autonome gebied in het noorden claimen. Bagdad weigert dat hardnekkig. Volgens de grondwet had er al in 2007 een referendum in betwist gebied moeten worden gehouden waarin de bevolking zich voor of tegen inlijving bij Koerdistan had kunnen uitspreken. Dat is niet gebeurd.

Verder is Koerdistan geen soevereine staat. Dat maakt de juridische waarde van contracten twijfelachtig. Zie ook de Iraakse regering, die het Exxon-contract „illegaal” noemde.

In het zuiden ligt dat anders, omdat Irak een soevereine staat is. Maar ook hier verkeren oliebedrijven in grote onzekerheid of hun contracten iets waard zijn. Bagdad en de Koerden zijn al jaren in conflict over een oliewet, die de juridische basis voor de contracten moet vormen.

„Als er in de toekomst een nieuwe Iraakse regering komt die vindt dat alles anders moet, dan hebben energiebedrijven geen poot om op te staan”, zegt analist Widdershoven. Hiltermann: „Zonder oliewet kunnen ze er zo uitgedonderd worden.”

De onderhandelingen over de oliewet zijn in 2009 gestaakt. Deze week meldde de nieuwswebsite Iraq Oil Report dat de onderhandelaars de resetknop hebben ingedrukt en opnieuw in gesprek zijn. Het is de bedoeling dat er voor het einde van het jaar een wetsvoorstel ligt, ruim voor de vierde veiling in maart. Maar deskundigen hebben sterke twijfels of dat gaat lukken.

Zo bezien kunnen de Iraakse en Amerikaanse regeringen waarschuwen wat ze willen, maar heeft Exxon van alle spelers het sterkste signaal afgegeven: wij wachten niet langer af.