De opstand in Egypte begint eigenlijk pas

Commentatoren roepen al dat de Egyptische opstand is mislukt, maar een terugkeer naar de onderdrukking is uitgesloten, betoogt Chams Eddine Zaougui.

Egypte zet over enkele dagen opnieuw een historische stap, door voor het eerst in zijn lange geschiedenis vrije en eerlijke verkiezingen te organiseren. In zekere zin leeft de bevolking al 3.500 jaar onder een of andere vorm van autocratisch bestuur. De farao’s, de Abbasiden, de Fatimiden, de Mamelukken, de Europese heersers, de legerofficieren – allemaal vonden ze dat ze waren voorbestemd om te regeren over Egypte. Van electorale legitimiteit of een politieke visie waarbij de bevolking op de eerste plaats komt, was nooit sprake. Volgens Steven Cook, auteur van The Struggle for Egypt. From Nassar to Tahrir Square was dit een van de voornaamste oorzaken voor het uitbreken van de opstand.

De inzet en de betekenis van deze eerste democratische verkiezingen kunnen nauwelijks worden overschat, vooral omdat Egypte het grootste Arabische land is, met 85 miljoen inwoners, een oud en strategisch bondgenootschap met Washington en Jeruzalem en een traditionele voortrekkersrol in de regio. Hierbij vergeleken is Tunesië, waar ongeveer een maand eerder voor het eerst vrije verkiezingen werden gehouden, maar een perifere speler.

Wat de komende maanden in Egypte zal gebeuren – er zijn maar liefst twaalf stemronden – is cruciaal. Als het slecht gaat, zou de wind die door de Arabische wereld waait weleens terug kunnen gaan liggen, of zelfs tijdelijk kunnen veranderen van richting. Het omgekeerde is natuurlijk ook waar. Een geslaagde verkiezing zou de Arabische opstanden een enorme boost geven.

Laat ik het maar meteen zeggen – het ziet er niet goed. Zowel organisatorisch als qua uitkomst stevent Egypte af op een rampscenario. Terwijl in het piepkleine Tunesië een vrij efficiënte en geloofwaardige overgang plaatsvindt naar iets wat op een solide democratie lijkt, dreigt kolos Egypte te struikelen over allerlei obstakels.

Het eerste wat opvalt zijn de slechte voorbereidingen van de verkiezingen. Dit is vooral de schuld van de Hoge Raad van de Gewapende Strijdkrachten. Deze wil via allerlei vuile spelletjes zijn macht en economische privileges veiligstellen. Zo heeft de legertop opvallend lang gewacht om duidelijkheid te verschaffen over de procedure en datum van de verkiezingen. De diverse politieke partijen hadden zodoende belachelijk weinig tijd om zich goed voor te bereiden.

Om de zaken verder te bemoeilijken, kozen de generaals op de valreep voor een extreem ingewikkeld kiessysteem. Een hybride mix van rechtstreeks verkozenen en een proportionele vertegenwoordiging – waarbij de helft van alle zetels naar ‘arbeiders en landbouwers’ moet gaan – zal de uitslag bepalen. Heel opvallend was de klungelige en arrogante poging van de generaals om een supraconstitutioneel document te laten opstellen. Dit moest overzicht van het militaire budget door het parlement onmogelijk maken. Tegelijkertijd willen de generaals een veto kunnen uitspreken tegen elke wet die het leger aangaat.

Als één ding duidelijk is, is het dat de Egyptische legerleiding – ondanks haar zogenaamde toewijding aan een burgerlijke democratie – een zwak parlement wil creëren.

Een andere sombere vaststelling heeft te maken met de verkiezingsuitslag. Net als in Tunesië zullen de islamisten een eclatante overwinning behalen. Recente peilingen schommelen rond de 40 procent. Op zich hoeft dit geen onoverkomelijk probleem te zijn, zolang partijen ondanks hun ideologische verschillen bereid zijn om samen te werken, maar hier knelt het schoentje. Waar Ennahda in Tunesië zich profileert als een democratische partij die met seculiere groeperingen wil samenwerken, lijkt de Moslimbroederschap de radicale salafisten te omarmen. Dit is het begin van een onzalig bondgenootschap. Het voorspelbare gevolg is dat de nieuwe politieke arena zal bestaan uit twee grote blokken – de moslimpartijen aan de ene en de seculiere aan de andere kant. Deze sterke polarisering zal het niet gemakkelijk maken om de economische en sociale problemen van Egypte snel en efficiënt aan te pakken.

Om al deze redenen is het verleidelijk om te denken dat de Egyptische opstand is mislukt. Wellicht zullen commentatoren dat ook zeggen en schrijven na de verkiezingen, maar deze analyse grijpt naast de feiten, net als de overdreven enthousiaste en optimistische analyses van het eerste uur. Ook als het rampzalige verkiezingen worden – wat dus heel waarschijnlijk is – hoeft dit niet nefast te zijn voor wat sommigen de ‘Egyptische Revolutie’ noemen.

Na decennia van militaire dictatuur zijn er zelden best case scenario’s, maar de belangrijkste reden waarom Egypte ondanks de problemen en gevaren geen totaal hopeloze zaak is, is dat de bevolking tot nu toe halsstarrig weigert om zich zomaar neer te leggen bij de mogelijkheid van een nieuwe dictatuur. Kijk maar naar de recente clashes tussen demonstranten en de oproerpolitie. Zolang deze dreiging blijft uitgaan van miljoenen woedende en verontwaardigde Egyptenaren, lijkt een terugkeer naar de nachtmerrie van het verleden uitgesloten.

Egypte heeft nog een lange weg af te leggen. Deze eerste vrije verkiezingen zijn noch het eindpunt, noch het hoogtepunt van de Egyptische Revolutie. Ze zijn slechts het begin.

Chams Eddine Zaougui is arabist en filosoof.