Broeikas? De overheid laat het koud

Eind jaren tachtig was de belangstelling voor klimaat op een hoogtepunt.

Nu lijkt klimaatverandering ineens een luxeprobleem, schrijft Wijnand Duyvendak.

In Nederlandse beleidsnota’s is het woord klimaatverandering tegenwoordig taboe. Het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen om te voorkomen dat de aarde verder opwarmt, is niet iets waar de overheid zich op laat voorstaan. Liever gebruikt men de term duurzame energie, dat klinkt beter – en vrijblijvender – dan emissiereductie.

Dat is weleens anders geweest, blijkt uit het onlangs verschenen boek Het groene optimisme van Wijnand Duyvendak, oud-directeur van de vereniging Milieudefensie en ex-Kamerlid voor GroenLinks. In 1979 zegt Kamerlid en scheikundige Reinier Braams (VVD) bijvoorbeeld in een debat dat hij zich zorgen maakt over ‘het koolzuurprobleem’. CDA’er Ad Lansink hoopt dat wetenschappers in de toekomst planten genetisch zo kunnen manipuleren dat ze het teveel aan CO2 uit de atmosfeer kunnen halen. In een motie van PPR en VVD wordt de regering gevraagd een standpunt in te nemen over klimaatverandering.

Volgens Duyvendak gaat het kabinet aanvankelijk voortvarend met het thema aan de slag. Nederland loopt lange tijd voorop, organiseert de eerste internationale ministersconferentie over klimaat (in Noordwijk in 1989), werkt aan nationaal beleid en lobbyt intussen in Europa voor gezamenlijke maatregelen.

Logisch, vindt Duyvendak, want de alarmerende adviezen en nota’s stapelen zich op. Maar, is zijn conclusie, het onderwerp blijft steken in die rapporten: ze ‘kunnen steeds beter aangeven hoe een duurzame energiehuishouding eruit zou kunnen zien, maar laten vaak in het midden hoe je daartoe komt’.

Voor zijn boek sprak Duyvendak met veel hoofdrolspelers. Hij las tientallen beleidsnotities en artikelen en putte uit zijn eigen ervaring in de milieuwereld. Hij is er redelijk goed in geslaagd om zijn verleden als linkse milieuactivist niet te veel te laten doorklinken, al blijkt uit de keuze van de gesprekspartners wel waar zijn voorkeur ligt. Er komen veel meer ambtenaren en bewindslieden uit de milieuhoek aan het woord dan van Economische Zaken, en meer milieuactivisten dan werkgevers.

En dat is jammer, want Duyvendak beschrijft de Haagse klimaattragedie als een ‘loopgravenoorlog’ tussen de ministeries van Milieu (dat samen met Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het ministerie van VROM vormde) en Economische Zaken. Een strijd die in het huidige kabinet uiteindelijk is beslecht met de opsplitsing van VROM, waarbij milieu is ondergebracht als een staatssecretariaat bij Verkeer en Waterstaat.

‘VROM heeft de tekenen des tijds niet begrepen’ schreef Kamerlid Ger Koopmans (CDA), die betrokken was bij de formatie van het huidige kabinet, daarover onlangs in Binnenlands Bestuur. ‘Milieuproblemen werden aangepakt met een ingewikkelde, bijna door niemand meer te begrijpen regelbrij’. In hetzelfde blad legde topambtenaar Roel Bekker, die namens de regering de overheid saneert, uit dat VROM rond 2010 kennelijk ‘aan het einde van zijn levenscylcus was’. De ontmanteling, stelt Duyvendak, was al veel eerder begonnen. Zo werkten er in 2010 nog ongeveer 300 mensen op het ministerie, tegen zo’n 1.100 in de jaren negentig.

Duyvendak vraagt zich af hoe het zover kon komen. Wat is er gebeurd met de waarschuwing in het rapport Zorgen voor morgen (1988), dat zonder vergaande emissiereductie ‘grootschalige ontwrichting van de mondiale biosfeer dreigt’? Wie herinnert zich nog de opmerking van koningin Beatrix in haar kersttoespraak in datzelfde jaar: „Langzaam sterft de aarde en wordt het onvoorstelbare – het einde van het leven zelf – tóch voorstelbaar?”

Op dat moment was de belangstelling voor klimaat op een hoogtepunt. Maar intussen kampte Nederland met een economische crisis en leek klimaatverandering ineens een luxeprobleem, dat best even kon wachten.

Zo ging het steeds. Eerst was klimaatverandering te abstract, toen te ver weg en uiteindelijk te groot voor een gemakkelijke oplossing. En bij klimaatverandering bestaan geen maatregelen met snel resultaat, zoals bij zure regen of fijnstof. Toen de overheid iets wilde, trapte het bedrijfsleven op de rem. En nu bedrijven willen, durft de overheid niet meer. Individuele burgers willen wel, maar niet ten koste van hun consumptiepatroon. Milieuorganisaties wijzen fossiele brandstoffen af, maar hebben geen overtuigend alternatief.

In die patstelling heeft het klimaat het onderspit gedolven. Triomfantelijk noemde minister van Economische Zaken Maxime Verhagen (CDA) het een paar maanden geleden de schuld van linkse organisaties dat het milieu is ‘verworden tot een moralistische stok om ondernemers, boeren en bedrijven mee te slaan die hun boterham proberen te verdienen’. Duyvendak laat zien hoe onzinnig die redenering is. Veel milieuorganisaties werken al jaren samen met multinationals om broeikasgassen te reduceren, ze hebben hun anti-kapitalisme al lang laten varen. Het is zoals oud-minister van Milieu Ed Nijpels (VVD) tegen Duyvendak zegt: „De pech voor het milieu is dat het wordt gezien als links.”

Vanavond is in het Kohnstammhuis in Amsterdam een debat over ‘Welke lessen kunnen we trekken uit de aanpak in de afgelopen 25 jaar van de klimaatverandering?’ Meer informatie op: www.wijnandduyvendak.nl

Wijnand Duyvendak: Het groene optimisme. Prometheus Bert Bakker, 304 blz. € 29,95