Alternatieven voor het vuilnisvat

Recepten voor verwerking van restjes zijn een vreemd fenomeen in het kookrepertoire. Onpraktisch ook, want wie weet nu wat er over gaat blijven? Of is moedwillige kliekjesproductie geboden? En als er al restjes van een maaltijd zijn, moeten ze nog de nacht weten te overleven. Wat is er genoeglijker dan rechtstreeks uit de ijskast, onder

Recepten voor verwerking van restjes zijn een vreemd fenomeen in het kookrepertoire. Onpraktisch ook, want wie weet nu wat er over gaat blijven? Of is moedwillige kliekjesproductie geboden? En als er al restjes van een maaltijd zijn, moeten ze nog de nacht weten te overleven. Wat is er genoeglijker dan rechtstreeks uit de ijskast, onder het koele schijnsel van het lampje, de nachtelijke honger te stillen met wat er over is gebleven?

Het is respectabel om geen voedsel weg te gooien, maar restverwerking is eerder een kwestie van culinaire improvisatie dan van een recept met een vooropgezet plan. De uitdaging is toch dat je de ijskast opentrekt, daar iets aantreft als een halve venkelknol, een stuk braadworst, twee ansjovissen, een maïskolf en een eidooier en dat je daar dan iets smakelijks van weet te brouwen.

Hoe dan ook, er zijn geijkte oplossingen voor het wegwerken van restjes. Pastasauzen, omeletten, roerbakgerechten, soepen en salades zijn adequate alternatieven voor het vuilnisvat. Allerhande restjes kunnen er een zinvolle bestemming vinden. Pannenkoeken zijn ook geschikt, of nog beter drie-in-de-pan, waarin verschillende kleine restjes emplooi kunnen vinden. Combineer naar hartelust vertrouwd met avontuurlijk, zoals spekjes met appel, chocolade met walnoten en sinaasappelrasp, ansjovis met venkel, geitenkaas met abrikoos of rivierkreeftenstaartjes met gember en ringetjes rode peper.

Een feestelijke variant is de ‘mega-blini’: een naturel drie-in-het-pannetje, daarop een plakje gerookte zalm en een dot zure room bestrooid met wat fijngeknipte bieslook, of bekroond met een kliekje kaviaar. Fijn, dan blijf je niet met je visseneitjes zitten.

Het handigst is om het beslag te maken en per bakronde verschillende vullingen toe te voegen. Dat staat garant voor een kliekjesfeest. Zorg dat de ingrediënten voor het beslag op keukentemperatuur zijn. Zeef het bakmeel en meng het met het zout. Roer het ei er door en vervolgens, al kloppend, in delen de melk. Aarzel niet de staafmixer in te zetten om een glad beslag te krijgen. Laat het beslag een uur afgedekt rusten op een warme plek.

Smelt een klontje boter in een grote koekenpan. Schep drie porties beslag in de pan. Houd wat afstand tussen de drie porties want het beslag loopt nog wat uit. Matig het vuur en schep op elke drie-in-de-pan ongeveer een eetlepel (niet te veel, anders vallen ze uit elkaar) van de kleingesneden, gare restjes.

Laat de drie-in-de-pannen gaar worden. De bovenkant vormt eerst bellen en belletjes en valt dan droog, zoals de aardkorst aan het begin der tijden. Draai ze om met een spatel en laat ze ook aan de andere zijde bruin kleuren. Bestrooi zoete drie-in-de-pannetjes met poedersuiker. Als die tenminste over is, anders is een straaltje honing of maple syrup ook lekker. Laat de fantasie maar werken. Alles moet op.

Drie-in-de-pan

Voor 9 stuks:

200 g zelfrijzend bakmeel

kwart theelepel zout

1 ei

2,5 dl melk

25 g boter

en restjes als reepjes gerookte zalm, blokjes ham, flinters kaas, ringetjes bosui, schijfjes appel, rozijnen en alles wat er nog meer is overgebleven