Aan de leugendetector

V erslaggevers ontwaarden rode ogen toen hij na vier dagen hoorzitting van het sporttribunaal CAS als een gebochelde schim in de taxi stapte. Rode ogen? Zou Alberto Contador in zijn laatste pleidooi van een kwartier gehuild hebben? Een week eerder stond de Spaanse matador doodgelukkig op het bordes van het gemeentehuis: meisje aan de arm, net getrouwd.

In het wielrennen is geluk van korte duur.

Rechtelozer dan een wielrenner kom je het in de moderne maatschappij niet tegen. Een klein stofje in plas en bloed en de guillotine valt. Jurisprudentie van het CAS: aan het touwtje van het wereldantidopingbureau WADA en van de internationale wielerunie UCI.

Quotarechters, vonnisneuroten.

Recht haal je zelden bij het CAS. Mededogen een enkele keer. Ik hoor het Jaap Stam nog zeggen in de dagen van zijn schimmige nandrolonaffaire: „Darmen zijn het, daar in Lausanne”. Jaap voelde zich per hondenfluitje aan de schandpaal genageld.

Die darmen oordelen nu over een drievoudig Tourwinnaar.

De chronologie van de dopingzaak-Contador is hallucinant. In juli 2010, op de rustdag van de Tour, wordt de gele truidrager betrapt op clenbuterol. In september bevestigt hij de positieve plas. Met de zucht van een cherubijn deelt hij mee dat 50 pictogram clenbuterol in zijn bloed verdwaald raakte. „Vervuilde biefstuk!”

0,00000000000,5.

Ieder levend wezen mag zijn handen kussen als het daar bij blijft. Rutte, Zapatero, de paus, ondergetekende: een voor een delta’s van clenbuterol. Linda de Mol heeft gegarandeerd ooit ook een gecontamineerd biefstukje gegeten. De hormonenmaffia is overal, niet alleen in China en Mexico, ook in de polder. Lijfartsen doen daar niet moeilijk over. Zij kennen hun pappenheimers. Vreemd was het natuurlijk wel dat wijlen Frank Vandenbroucke een flacon clenbuterol op het nachtkastje had liggen. „Voor zijn zieke hond.” Maar Frank was toen al de weg kwijt.

In het paardenmilieu – ook niet de beste der werelden – komt clenbuterol niet meer voor in de farmaceutische tijdrekening. Oud spul, weten ze. Uit 1914-1918, toen oorlog nog oorlog was. De grootinquisiteurs van WADA en UCI hangen graag in oude tijden. Het bevredigt hun lynchethiek.

En dus ging Contador deze week aan een leugendetector. Dat krijg je in Nederland niet eens met pedofielen klaar, maar voor wielrenners kan de vernedering niet groot genoeg zijn. Ook werd de Baskische dorpsslager als getuige opgeroepen om uit te leggen hoe dat nou precies zat met zijn vervuilde biefstukken. De goede man had uiteraard nog nooit van clenbuterol gehoord. Japanners met hun Wagyu-rund kwamen nog niet in de buurt van zijn gezonde spul. Slager versus renner: het kerkhof der proleten lag in een deuk bij deze broedermoord van de onderklasse.

Zou een beeldenstormer als Johan Cruijff zich niet eens aan het wielrennen willen vergrijpen? Inrichtende machten, ploegleiders, sponsors, zowat iedereen deelt de jezuïtische schijn van parvenu’s. Over de rug van de renners.

Wat met Contadors bloed gebeurd is, weet ik niet. Het doet geen afbreuk aan mijn respect en liefde voor de kampioen, want de UCI heeft als morele instantie alle krediet verloren. Een gift aanvaarden van de grootse dopingverdachte aller tijden, Lance Armstrong, en vervolgens een timide boerenjongen uit Pinto voor een druppel bloed aan het kruis proberen te nagelen. Ze koketteren met een striptease van onpartijdigheid.

Ik kijk nu naar het rode hoofd van UCI-baas Pat McQuaid. Feestje voor de hormonenmaffia. Clenbuterol voor het opscheppen.