Zwaar weer voor de Rijksakademie

Een uniek instituut, zegt de kunstwereld over de Rijksakademie. Toch ziet de toekomst er somber uit. Na volgend jaar wordt de rijkssubsidie afgebouwd. Maar sluiten is geen optie, zegt directeur Els van Odijk.

Met een tevreden gezicht komt Jean-Charles de Quillacq uit het verflaboratorium van de Amsterdamse Rijksakademie. In de spuitruimte ligt een fotowerk dat hij komend weekeinde wil laten zien tijdens de jaarlijkse Open Ateliers, een jeugdportret van hem en zijn zusje. Maar de epoxylaag die over de foto heen is gespoten, glom hem net iets te veel. „De omgeving werd erin weerspiegeld.” En dus heeft hij zojuist aan een technicus van de Rijksakademie gevraagd of er niet een wat mattere laag overheen kan.

Het is spitsuur in de werkplaatsen van de Rijksakademie. In de keramiekoven staat een sculptuur te bakken. Een 3D-printer stapelt gestaag laagjes kunststof op elkaar. Metersgrote foto’s worden in hun lijsten gestopt. Nog een paar dagen en dan zullen de vijftig kunstenaars die hier een atelier hebben aan de buitenwereld laten zien waar zij het afgelopen jaar mee bezig zijn geweest. Een cruciaal moment, want tijdens dat weekeinde in november trekt de hele internationale kunstwereld aan hen voorbij. Dan worden contacten gelegd met galeriehouders, verzamelaars en musea. Voor veel kunstenaars zal dat ene weekeind bepalend zijn voor de rest van hun leven.

De Franse kunstenaar Jean-Charles de Quillacq zit in het tweede jaar van zijn residency. Het verblijf in Amsterdam heeft zijn werk een enorme impuls gegeven, vertelt hij. „Je kunt hier alles uitproberen. En het grote voordeel is: je bent niet alleen, je wordt omringd door kunstenaars uit heel de wereld. Op ieder werk krijg je direct respons, waardoor weer nieuwe ideeën ontstaan. Alles gaat supersnel. Ik heb het gevoel dat ik hier tijd aan het winnen ben.”

Die gespecialiseerde werkplaatsen maken de Rijksakademie – in 1870 door koning Willem III opgericht en sinds 1985 een tweejarige postacademische instelling – tot een unieke plaats in de wereld. Natuurlijk, er zijn ook elders residencies waar je als kunstenaar onderdak en een atelier kunt krijgen. Maar op de Rijksakademie staat er een team van technisch adviseurs ter beschikking, die met hun jarenlange ervaring van onschatbare waarde zijn voor de kunstenaars. Dankzij hen kunnen zij naar hartelust experimenteren met allerhande materialen. „Je probeert de droom van de kunstenaar te realiseren”, zo omschrijft verfspecialist Arend Nijkamp zijn rol. „Dat is het mooie van de Rijksakademie: je werkt één op één met de kunstenaars, en je maakt altijd een product op maat.”

Dat technische team hielp bijvoorbeeld de Brit Nathaniel Mellors met de elektronica voor zijn hightech sprekende poppen, die afgelopen zomer hoge ogen gooiden op de Biënnale van Venetië. En toen de Russische Vika Mitrichenka een paar jaar geleden vroeg of keramiekspecialist Pieter Kemink kon helpen met het maken van een levensgrote leeuw die zijn kop kon ronddraaien en met zijn ogen filmbeelden kon projecteren, werd er niet gezegd: onmogelijk. De leeuw kwam er, reisde over de hele wereld en werd uiteindelijk door een Chinese verzamelaar aangekocht.

Bezuiniging

De ‘carrièreversneller’, zo wordt de Rijksakademie wel genoemd. Het is een instituut met een ongekende slagingsgarantie: ieder jaar levert het toptalenten af die moeiteloos hun weg naar het internationale circuit weten te vinden. Op de Biënnale van Venetië waren deze zomer maar liefst achttien oud-deelnemers vertegenwoordigd. En op de Frieze in Londen, een van de belangrijkste internationale kunstbeurzen, was vorige maand kunst te koop van ruim zeventig alumni.

Maar aan die succesformule dreigt een einde te komen. Het Rijk wil stoppen met de financiering van postacademische instituten voor beeldende kunst. De komende vier jaar zal er jaarlijks nog slechts 2,5 miljoen euro beschikbaar worden gesteld aan vijftig ‘toptalenten’, verdeeld over vier opleidingen: naast de Rijksakademie ook De Ateliers, de Jan van Eyck Academie en het Europees Keramisch Werkcentrum. Nu verblijven daar in totaal zo’n 150 kunstenaars.

Dat betekent dat de 24 kunstenaars die zojuist uit tweeduizend aanmeldingen uit 93 landen geselecteerd zijn voor het jaar 2012 hun werkperiode aan de Rijksakademie misschien niet eens kunnen afronden. „Het aanbod zal er in 2013 hoe dan ook anders uitzien”, zegt directeur Els van Odijk. Volgend jaar al is ze genoodzaakt een groot aantal bezuinigingsmaatregelen door te voeren. Zo is het inschrijfgeld verhoogd, worden tijdelijke contracten niet meer verlengd, en zullen er minder begeleiders worden ingehuurd.

Natuurlijk, zegt ook Van Odijk, moet er ook in de cultuursector bezuinigd worden. Maar de manier waarop de Rijksakademie getroffen wordt, noemt ze „bizar”. „Op dit moment is onze jaarlijkse subsidie 3,4 miljoen euro. Dus stel dat ik heel arrogant ben en zeg: wij hebben als grootste van de vier instellingen sowieso recht op de helft van die 2,5 miljoen, dan nog heeft de Rijksakademie te maken met een bezuiniging van 65 procent. Het is onmenselijk om dat in een jaar op te moeten lossen.”

De Rijksakademie heeft jaarlijks ruim een miljoen euro aan eigen inkomsten. Dat varieert van sponsoring door bedrijven die voor 15.000 euro bijdragen in het verblijf van een kunstenaar, tot een verffabrikant die tubes levert tegen zeer gereduceerde prijs. Van Odijk is de afgelopen maanden druk bezig geweest met het vinden van internationale sponsors, die de buitenlandse kunstenaars zouden kunnen financieren. Ook zijn er contacten gelegd met TNO en met bedrijven als Philips, om te kijken of er op het gebied van innovatie valt samen te werken. „Wij ontwikkelen in onze werkplaatsen soms fantastische nieuwe materialen die ook commercieel interessant kunnen zijn. Maar het kost tijd om zo’n verdienmodel te ontwikkelen, en die wordt ons niet gegund. Tijd is wat ik nu het heftigst bepleit in Den Haag: geef ons een serieuze kans om op eigen benen te staan.”

Als vroegere rijksinstelling heeft de Rijksakademie nog een ander probleem. De oude cavaleriekazerne waarin het instituut gevestigd is, is een rijksmonument en wordt nu door de Rijksgebouwendienst beheerd. Kosten: 1,9 miljoen per jaar. Ook dat bedrag moet de Rijksakademie straks zelf betalen. Daarnaast wil het Rijk de Prix de Rome, de in 1808 ingestelde staatsprijs die nu door de Rijksakademie wordt georganiseerd, elders onderbrengen. En wat de overheid betreft kan ook de rijkscollectie die het instituut beheert, een verzameling van zo’n 6.500 prenten en tekeningen, maar ook gipsen beelden en honderden antiquarische geschriften, worden afgestoten. In die collectie bevinden zich vroege werken van oud-studenten als Breitner, Mondriaan en Toorop, uit de tijd dat zij nog braaf figuurstudies en klassieke beelden tekenden. „Geen museaal werk dus, maar een echte studiecollectie”, zegt Van Odijk. Ze is bang dat die unieke collectie, die ook vaak wordt geraadpleegd door kunststudenten en onderzoekers van buiten, zal verbrokkelen.

Nederlands elftal

Intussen weet ook de internationale kunstgemeenschap dat het voortbestaan van de Rijksakademie op het spel staat. Uit alle hoeken van de wereld stromen de steunbetuigingen binnen. Kunstenaars, wetenschappers, academiedirecteuren, tentoonstellingsmakers en critici reageren vol ongeloof op de plannen van de Nederlandse overheid. En steeds is de strekking van hun reacties hetzelfde: de Rijksakademie is een instituut dat uniek is in de wereld en dat internationaal als model dient voor gelijksoortige onderzoeksplekken. Als zo’n plek wordt gesloten, is dat kapitaalvernietiging. Die expertise krijg je nooit meer terug.

„Het is alsof Philips van de ene op de andere dag besluit zijn afdeling research & development te sluiten om alleen nog maar producten te maken die in het verleden succesvol waren”, schrijft Mascha Roesink, directeur van Museum De Paviljoens in Almere.

Haar collega Elena Filipovic van het Brusselse kunstcentrum Wiels noemt de bezuinigingsmaatregelen „crimineel”. „Het is schokkend en gevaarlijk dat een handvol ambtenaren in één klap kan wegvagen wat door een samenleving zo zorgvuldig en door de eeuwen heen is opgebouwd.”

Internationaal succesvolle kunstenaars als Guido van der Werve en Folkert de Jong schrijven dat ze het zonder de Rijksakademie, met haar internationale netwerk en gerenommeerde adviseurs, nooit zover geschopt hadden. „De overheid wil dat kunstenaars de eigen broek ophouden”, zegt kunstenaar en Rijksakademie-alumnus Pieter Dobbelsteen. „En juist het instituut dat ‘werkt’, dat succesvolle professionals aflevert, lijkt nu het veld te moeten ruimen. Dat is wrang.”

Schilder Tjebbe Beekman laat vanuit zijn woonplaats Berlijn vol trots weten dat hij dankzij „het kwaliteitsstempel Rijksakademie” al jaren subsidievrij is. Hij legde er contacten met diverse galeries en verkocht zijn werk aan „belangwekkende” verzamelaars. Zijn „zenuwslopende” toelatingsgesprek, in 2003, staat hem nog helder voor de geest. Achter de tafel zaten wereldberoemde kunstenaars als Luc Tuymans, Sigurdur Gudmundsson en Michel François. „Alsof je in voetbaltermen bij Johan Cruijff, Diego Maradona en Pelé tegelijk op audiëntie mag. Toen ik het verlossende telefoontje kreeg dat ik was toegelaten voelde het dus minstens alsof ik voor het Nederlands elftal mocht uitkomen.”

Internationale curatoren

Maar ook voor andere spelers in de kunstwereld zal sluiting van de Rijksakademie drastische gevolgen hebben. Veel Nederlandse galeries en musea werken samen met kunstenaars van de Rijksakademie. Zij profiteren mee wanneer belangrijke internationale curatoren of verzamelaars een bezoek aan de Rijksakademie combineren met museum- of galeriebezoek. Om het belang van de Rijksakademie te benadrukken organiseren twintig Amsterdamse galeries daarom het komende weekeinde tentoonstellingen met in totaal veertig Rijksakademie-kunstenaars.

Galeriehouder Ron Mandos, die werk van zes alumni laat zien, vertelt dat zijn tentoonstelling echt als blijk van support bedoeld is. „Ik besta dankzij de Rijksakademie”, zegt hij. „In tien jaar tijd heb ik mede dankzij dat instituut een bedrijf met vier medewerkers opgebouwd. Bijna iedere jaargang van de Open Ateliers ontmoette ik wel een kunstenaar die bij mij paste. Ik kon er als eerste contacten leggen met kunstenaars als Hans Op de Beeck of Jacco Olivier, kunstenaars die intussen ook door topgaleries als Xavier Hufkens en Victoria Miro vertegenwoordigd worden.” Hun status is belangrijker door dat Rijksakademie-predikaat, wil Mandos maar zeggen, en dat straalt ook op hem af. „Bot gezegd: door dat label verdien je er meer aan.”

In haar werkkamer op de Rijksakademie, waar een flipover met kreten als ‘organisatiestructuur’ en ‘potentiële opdrachtgevers’ herinnert aan het laatste crisisberaad, zegt directeur Van Odijk zich enorm gesteund te voelen door alle reacties. „Daardoor krijg ik steeds weer nieuwe energie om door te blijven knokken”, zegt ze strijdbaar. Want sluiten is geen optie. „We zijn een gezond bedrijf, een spil in de internationale kunstwereld. Er moet gewoonweg een oplossing te vinden zijn.”

RijksakademieOPEN. 26 en 27 nov. 11-19u. Inl: www.rijksakademie.nl