Zielig stompje mast na een oorverdovende knal

De Volvo Ocean Race kampt met tegenslag. Gebroken masten, gaten in de romp, de helft van de vloot ligt nu al op apegapen. Van de boten wordt het uiterste gevraagd.

Mar Mostro, het monster van de zee. Maar het Amerikaanse zeiljacht van Puma Ocean Racing oogt klein en nietig als het op volle zee langszij drijft bij het containerschip Zim Monaco – een welkome passant in het onmetelijke waterrijk van de zuidelijke Atlantische Oceaan. „Dit zijn onze nieuwe beste vrienden”, zegt Puma-schipper Ken Read in de boordcamera. „Laten we hopen dat ze diesel hebben.”

Van zijn mast rest niet veel meer dan een zielig stompje. Midden in de eerste etappe van de Volvo Ocean Race, van Alicante naar Kaapstad, had het noodlot maandag toegeslagen. Met een oorverdovende knal was de 31 meter hoge mast geknapt, in drie stukken. Het waaide hard, maar 23 knopen (windkracht 6) is niet overdreven. Niemand raakte gewond, maar daar dobberden ze, op 2.000 eindeloze zeemijlen (3.700 kilometer) van elk vasteland. Zonder mast.

Slachtoffers vielen er nog niet, maar de elfde editie van de race had nauwelijks dramatischer kunnen beginnen. De negen maanden durende oceaanmarathon is amper drie weken onderweg en de halve vloot ligt al voor pampus. En dat terwijl de race met zes boten al een laagterecord aan inschrijvingen had.

Meteen na de start op de Middellandse Zee werden de zeilers begroet door een venijnige storm. Met voor de boeg nog 39.000 zeemijlen (72.000 kilometer) verloor Abu Dhabi Ocean Racing met de boot Azzam al na 85 zeemijlen zijn mast.

Een paar uur later ontdekten de zeilers van het Chinese Sanya een enorm gat in de romp de boot, bekend als de Telefónica Blue uit de vorige race. Voor de Nieuw-Zeelandse schipper Mike Sanderson, winnaar van de race met New Zealand Endeavour (1994) en ABN Amro I (2006), zat er niets anders op dan terug te keren naar Spanje. „Maar we komen met een gerepareerde boot terug”, zei Sanderson, die voor het eerst een etappe moest opgeven.”

Racedirecteur Knut Frostad is ongelukkig met de valse start. „Ik ben hier niet blij mee’’, erkent de Noor, zelf deelnemer aan vier edities. „Je zoekt de grenzen op, soms ga je te ver. Ik hoop dat we de hele vloot weer bij elkaar hebben in Kaapstad en dat we daarna een goede race hebben.”

De incidenten zijn geen uitzondering. Bouwe Bekking verloor in 2006 zelfs zijn hele boot in een vliegende storm op de Atlantische Oceaan. Zijn zeilers werden gered door ABN Amro II, van de Movistar werd nog geen lepel teruggevonden.

Maar waar gebroken masten en andere zware averij vroeger automatisch het einde van de race betekenden, worden nu direct botenbouwers ingevlogen. Tijdens de laatste editie liepen het Nederlandse Delta Lloyd en het Spaanse Telefónica Black zware schade op in de buurt van Taiwan. Aan boord van vrachtschepen werden beide jachten over de Stille Oceaan verscheept, zodat zij op tijd vaarklaar konden worden gemaakt voor een volgende etappe. Zoals Frostad zegt: „Negen maanden is een heel lange tijd.” Doorgaan is duur, maar opgeven is duurder. Daarvoor zijn de investeringen, zo’n vijftien miljoen euro per boot, te groot.

De zeventigvoeters (21,3 meter) zijn veiliger, sterker en lichter dan ooit – maar ook sneller dan ooit. Met de jaren evolueerde de race van een overlevingstocht tot topsport, een wedstrijd tussen mensen en materialen. Ook al heeft ‘heel blijven’ nog altijd voorrang, een paar graden scherper aan de wind zeilen betekent het verschil tussen winnen en verliezen. „Het is zó moeilijk in te schatten waar de limiet ligt van je materiaal, en het is zo gemakkelijk de grens te overschrijden en iets kapot te maken”, zei de Spaanse schipper Iker Martínez gisteren vanaf de Telefónica, koploper van het vlootje dat nog met een zeil richting Kaapstad vaart.

Ze kennen de risico’s. „Het is moeilijk snel rond de wereld te varen in zulke snelle racemachines”, zei Frostad. „Maar ik ben ervan overtuigd dat we de grootste uitdaging in deze race nog niet hebben gehad. Daar gaat deze wedstrijd over: hoe verwerk je als bemanning dit soort tegenslagen?”

Een liter of vierhonderd aan diesel – in ruil voor een tas Puma-shirtjes voor de hulpvaardige bemanning van het containerschip; het moet voldoende zijn om van zeewater drinkwater te kunnen maken en om het zwalkende jacht op zijn kleine motor in veiligheid te brengen. Niet dat de beoogde vluchthaven veel voorstelt: de vulkaan Tristan da Cunha, die over twee of drie dagen moet opdoemen voor de boeg van het jacht, is het meest afgelegen bewoonde eilandje ter wereld. Daar wordt de boot aan boord van een vrachtschip gehesen, zodat Mar Mostro alsnog de haven van Kaapstad kan binnenlopen – ook al is het zeemonster opgeborgen in een container. De nieuwe mast ligt al onder de Tafelberg, ingevlogen uit New York. Ze hopen op tijd te zijn voor de tweede etappe, naar Abu Dhabi.

En langs de andere kust van het Afrikaanse continent wacht weer een nieuwe uitdaging: piraten.