'We moeten de keuterboer niet koesteren'

Afrika kan een groot deel van China en Europa voeden, zei landbouwkundige Rudy Rabbinge vanmiddag in zijn afscheidsrede. Mits „dogma’s en taboes” worden verlaten.

Landbouwkundige Rudy Rabbinge heeft zich afgelopen dertig jaar de benen uit het lijf gelopen om in binnen- en buitenland ‘Wageningse’ ideeën aan de man te brengen. Aanvankelijk waren dat vooral uitkomsten van computermodellen rond gewasgroei. Je stopt in zo’n model gegevens over bodem, plant, klimaat, bemesting en watergebruik en vervolgens rolt eruit waar in een regio hoeveel tarwe, aardappelen of natuur is te halen.

Inmiddels is Rabbinge internationaal pleitbezorger van allerlei Wageningse ideeën zoals gezondere melk, energie uit algen en coöperaties voor arme boeren. Hij zit in VN-besturen met Afrikaanse ministers, Chinese leiders, directeuren van VN-organisaties en CEO’s van multinationals. Tot zijn vrienden rekent hij Kofi Annan en de gevierde Afrikaanse zakenman Mohamed Ibrahim. In Nederland was hij onder andere acht jaar senator voor de PvdA. Vandaag nam hij afscheid als hoogleraar duurzame ontwikkeling en voedselzekerheid.

Waarop baseert u uw stelling dat Afrika zo’n belangrijke rol kan gaan spelen in de wereldvoedselvoorziening?

„Vijftien van de vijftig Afrikaanse landen zijn weer gaan investeren in landbouw. En de nieuwe landbouwminister van Nigeria, Akinwumi Adesina, was vicepresident van de Alliance for Green Revolution in Africa (AGRA) waarvan Kofi Annan en ik ook in het bestuur zitten. Verder blijkt de enorme landbouwpotentie uit allerlei studies die we hebben gedaan: als je de bodemvruchtbaarheid verhoogt en je zorgt voor betere zaden, kennisoverdracht en een goed functionerende markt, dan kun je van een ton graanproductie per hectare naar negen ton – opbrengsten die boeren nu ook in Nederland halen. Cassave kan van minder dan twee ton naar veertig ton.”

Wat zegt het nu als zulke mooie kaarten en opbrengsten voor Afrika uit de computers rollen?

„Ze leren ons wat mogelijk is. En ze maken mensen enthousiast om keuzes te maken en actie te ondernemen. Mede op basis van die modelstudies hebben we AGRA opgericht om die groene revolutie te realiseren [in AGRA gaat nu 400 miljoen euro om red.]. En dat gaat heel goed. Ik sprak vorige week nog op een top in Tunis van de Ibrahim Foundation, waar ook de directeuren van de FAO, de WTO en de [landbouwfinancier] IFAD waren. En ik zag het vertrouwen en het geloof in Afrika. Ik ben deze maand ook in Florida wezen praten met de kunstmestindustrie. Zij moeten voor de oude, uitgeputte Afrikaanse bodem ijzer, zink en mangaan gaan leveren. Daar gaan ze nu workshops over beleggen.”

NGO’s constateren dat de grootschalige landaankopen van Chinese en Zuid-Afrikaanse bedrijven de kleine boeren beroven van water en grond.

„Ik heb daar net een rapport over geschreven voor de FAO. Wij zeggen: het is fout als er land wordt opgekocht alleen voor exportproductie, en dat gebeurt. Maar er moet óók dringend in die Afrikaanse landbouw worden geïnvesteerd. We stellen een gedragscode voor, met daarin onder andere de voorwaarde dat lokale boeren baat hebben bij die investeringen. Tegelijkertijd moet je de keuterboer niet koesteren.”

Is het koesteren van de keuterboer een van de dogma’s die u met kennis wilt bestrijden?

„Veel NGO’s willen alleen met de armsten van de armsten werken. Maar je moet dáár aansluiten waar ontwikkeling is, waar boeren ondernemerschap tonen. Dat zijn vaak de net iets grotere boeren, en heel vaak vrouwencoöperaties. Geen kunstmest is ook zo’n taboe onder NGO’s. En geen megastallen. Ik vind zulke dogma’s heel slecht. Als je armoede of milieuvervuiling wilt oplossen moet je open de mogelijkheden verkennen.”

Wageningen wordt wel gezien als een verlengstuk van de agro-industrie.

„Daar klopt niks van. Wij hebben in de jaren zeventig en tachtig zó vaak gewaarschuwd dat Nederlandse boeren schandalig veel mest op hun land gooien – 700 kilo per hectare, dat had nooit mogen gebeuren. Maar zoals dat steeds gaat: eerst ontkennen politici zulke problemen, dan relativeren ze deze, en als de samenleving zich gaat roeren komen ze met draconische maatregelen die vaak ook niet goed zijn. Zoals nu die restricties aan de schaal van stallen, terwijl schaal helemaal niks zegt over duurzaamheid. Het heeft alles te maken met de slappe knieën van politici.”

Vanwege die slappe knieën heeft u uw lidmaatschap van de PvdA opgezegd?

„Nee, dat was omdat ik vind dat de partij niet meer handelt volgens zijn eigen beginselen, die van solidariteit en brede emancipatie.”

    • Marianne Heselmans