Theo Voorzaat

Het zal een jaar of dertig geleden zijn dat ik voor het eerst in een catalogus de afbeelding van een schilderij van Theo Voorzaat zag. Een ouderwets sleepbootje, hoge schoorsteen, vaart de haven uit, de woeste zee in. Dit bootje heet de NO RETURN IV. Ik knipte het plaatje uit, bewaarde het zorgvuldig, maar toch is het in de loop der jaren ergens onderweg verloren gegaan. Het werk van Voorzaat bleef me bezighouden. Met de grootste nauwkeurigheid schildert hij taferelen van verval, verlaten huizen met ingegooide ramen, desolate straten, ruïnes van fabrieken, eenzame mensen, alles meestal onder donkere luchten. Als u dit leest zult u misschien denken dat deze schilder het er wel dik bovenop legt. Nee. Je kijkt ernaar en je denkt: dit heb ik gezien. Misschien niet in deze voorstelling, maar in zijn essentie. Het is het concentraat van je waarneming.

In de verte doet de stijl van Voorzaat aan die van Carel Willink denken. Haalt u zich zijn schilderij De Jobstijding (1932) voor de geest. De vrouw die op een desolaat stadskruispunt met een brief in haar hand een nog niets vermoedende man achterna rent. Het verbaast me dat er nooit een grappenmaker is geweest die deze voorstelling tot een postzegel heeft verwerkt. En dan Het gele huis (1934), dat godverlaten deftige gebouw, eind negentiende eeuw. Het staat er nog, aan de Vossiusstraat. Het is nu Hotel Piet Hein. Het is alsof het gebouwd is om door Willink te worden geschilderd.

In het werk van Voorzaat komt ook wel wat van die oude deftigheid voor maar dan in een symbolische functie. Bijvoorbeeld in Point of no Return, twee van die stadsvilla’s, maar hier met ingegooide of dichtgemetselde ramen. Ze staan op een houten stellage, tegen een massieve achtergrond van wolkenkrabbers. Een van zijn beste schilderijen vind ik Scheuring. Een paneel van 112 bij 52 centimeter met links en in het centrum een grote afgedankte fabriek, kapotte ramen, een grote ketel met gaten, de ruïne van een schoorsteen en in het midden een vrouw en een man die elkaar omhelzen. Naar rechts toe wordt de hemel steeds donkerder, dan heeft hij een scheur verticaal over de hele voorstelling geschilderd en uiterst rechts zien we een oude grijze man in een berustende houding. Voor hem ligt een bordje met het opschrift ‘Oud vuil’. En nog een schilderij waarin we de eigen tijd herkennen: Burenruzie. Tegen de achtergrond van een vervallen huis staan twee mannen, kaalgeschoren hoofden, in agressieve houding tegenover elkaar. Schelden! Dit is een voorstelling die je ook kunt horen.

Veel van zijn meesterwerken heeft Willink geschilderd tijdens de economische crisis van de jaren dertig, de opkomst van Hitler, de nadering van de Tweede Wereldoorlog. Uit dit deel van zijn oeuvre proef je het tijdvak. Kunnen we dit ook van het werk van Voorzaat zeggen? Het is wel duidelijk dat hij een pessimistische geest heeft. Wat dit aangaat wordt hij in deze jaren op zijn wenken bediend. Maar je moet de tijdgeest ook in voorstellingen kunnen vertalen. Dat kan hij, dat is zijn meesterschap. Zijn werk is te zien bij Galerie Lieve Hemel in Amsterdam.