Revoluties verlopen nooit volgens plan

In films is een revolutie vaak een overzichtelijk proces. In talloze scenario’s, die veelal in Hollywood zijn geconcipieerd, is sprake van waarachtig massaprotest, harde repressie, politieke chicanes, tegenslag, moedig leiderschap en wat niet al. Waarna het goede wint met een feeëriek volksfeest. Zo wordt een beeld gecreëerd dat een revolutie een proces is dat wordt afgerond als ware het ’t doorknippen van een lint.

Maar zo gaat het niet. Elke omwenteling heeft haar eigen karakter en nooit verloopt ze volgens schema. De zogeheten Arabische Lente illustreert dat. De overeenkomst tussen bijvoorbeeld Tunesië, Egypte, Libië, Jemen, Bahrein en Syrië is het sociale volksprotest, waarmee het begon. Bijna overal is de sociale crisis de aanjager geweest voor de politieke eisen van de burgers.

Maar intussen verloopt het politieke proces overal anders. In Tunesië is voor het eerst een nieuwe volksvertegenwoordiging bijeengekomen. In Jemen is gisteren president Saleh afgetreden. In Syrië begint de binnenlandse strijd tussen het regime van Assad en zijn tegenstanders het karakter van een burgeroorlog te krijgen. Waar in Bahrein het soennitische bewind toegeeft buitensporig geweld te hebben gebruikt tegen shi’tische betogers, dreigt in Libië nog altijd wraak en versnippering.

Net als begin dit jaar is Egypte een sleutelland. De machtspositie van maarschalk Tantawi in de coulissen heeft afgelopen driekwart jaar geleid tot een voortdurende sociale stagnatie, die nu weer tot een politieke uitbarsting is gekomen. De concessies van de militaire junta, die sinds de val van Mubarak feitelijk regeert, zijn nu ‘te weinig en te laat’.

Die afwijzende reactie is begrijpelijk. Het formeren van een nieuwe regering, het laten doorgaan van de parlementsverkiezingen eind deze maand, het vervroegen van de presidentsverkiezingen naar medio 2012: al deze toezeggingen laten onverlet dat de Egyptische krijgsmacht zijn politieke rol op een schemerige achtergrond niet wil opgeven.

Maar een snelle uitweg is er ook niet. De oppositie die zich op het Tahrir-plein heeft verzameld, is nog steeds een allegaartje van liberalen tot salafisten. De politiek geslepen Moslimbroeders houden niet voor niets afstand, hoewel hun gok op succes bij de parlementsverkiezingen ook riskant is. En het buitenland heeft evenmin beslissende invloed. Ook de Verenigde Staten, die het Egyptische leger elk jaar met een bedrag van 1,3 miljard dollar financieren, moeten afwachten.

Europa en Amerika moeten de hulp nu desondanks niet staken, maar juist herijken in de richting van projecten die niet de Egyptische krijgsmacht, maar de economie kunnen oppeppen. Want in de jammerlijke staat ervan ligt de kern van de voortdurende politieke crisis in Egypte.