Renner met een geheim

Joop Zoetemelk, de beste Nederlandse renner aller tijden, zei nooit meer dan „pffft” of „Parijs is nog ver”. Uit zijn biografie blijkt nu waarom.

Joop Zoetemelk in 2005 bij de onthulling van zijn standbeeld. in het Zuidhollandse Rijpwetering, waar hij opgroeide. Foto Marcel Antonisse/ANP

‘Er stonden vijf, zes auto’s met zwaailichten bij mij in de tuin. Ja, er moest, vonden ze, een politieonderzoek plaatsvinden. Was ze een natuurlijke dood gestorven? Ik zat met Loetitia op de bank. Ik zeg nog tegen mijn dochter: ‘vanavond zitten we in de cel’. Ik informeerde ondertussen mijn schoonbroer en vroeg of zijn zus begraven of gecremeerd moest worden.’

De navrante passage staat in de biografie Joop Zoetemelk, een open boek, dat vorige week is verschenen en maandag wordt gepresenteerd. De binnenkort 65-jarige oud-wielerkampioen vertelt in het boek voor het eerst over het alcoholisme van zijn vrouw Françoise en haar overlijden in juli 2008, tijdens de Tour de France.

„Als het alleen maar om zijn privéleven was gegaan had ik dit nooit zo opgeschreven”, zegt journalist Joop Holthausen, die samen met Jacob Bergsma en Peter Ouwerkerk Zoetemelks biografie schreef. „Ik ben ervan overtuigd dat dit drama bepalend is geweest voor de carrière van Zoetemelk. Als je dit verhaal kent, krijg je nog meer respect voor hem, als renner en als mens.”

Niet dat het Zoetemelk aan waardering ontbreekt. Hij is naast Jan Janssen de enige Nederlandse winnaar van de Ronde van Frankrijk (1980). Ook won hij olympisch goud op de honderd kilometer ploegentijdrit in Mexico 1968 en, op 38-jarige leeftijd, de wereldtitel op de weg in 1985. Voor zijn biografie haalde Zoetemelk vier koffers van zolder met medailles, foto’s en 51 leiderstricots, inclusief een gele en een regenboogtrui. De rest heeft hij in de open haard gegooid. „Wat moest ik ermee?”

Opgestoken duim

Liefst 428 officiële zeges telde wielerstatisticus Bergsma, veel meer dan de tot nu toe bekende 320. Hij stelt voor om Zoetemelks bijnaam ‘eeuwige tweede’ – ontstaan tijdens zijn zes tweede plaatsen in het recordaantal van zestien uitgereden Tours – te veranderen in ‘eeuwige eerste’. Zoetemelk is Nederlands beste wielrenner aller tijden, achtste op de meest betrouwbare ‘eeuwige’ wereldranglijst van de Pool Daniel Marszalek.

Trouwe fans zagen de grootheid van ‘Jopie’ altijd al. Jongens waren we, en fietstochten naar criteriums in Wateringen of Kortenhoef behoorden in de jaren zeventig en tachtig tot de vaste hoogtepunten van onze zomers. Het was de glorietijd van het Nederlandse wielrennen: Jan Raas, Hennie Kuiper, Gerrie Knetemann en Joop Zoetemelk. Theo Koomen voor Radio Tour de France, op televisie Mart Smeets en Jean Nelissen. Tienduizenden juichten hun helden van de Tour toe bij de rondjes om de kerk. „Mooi spandoek jongens”, zei Zoetemelk lachend met opgestoken duim. Dan was onze dag goed. Meer zei Joop toch nooit.

Sommigen waren negatief over Zoetemelk, vooral in België. Wieltjesplakker werd hij genoemd, omdat hij – vaak als enige – het wiel van de Belgische toprenner Eddy Merckx kon houden. „Maar ik heb zelf ook op de fiets gezeten”, vertelt biograaf Holthausen, die Zoetemelk als verslaggever volgde vanaf de amateurs. „Dan weet je hoe moeilijk het is om een betere renner als Merckx of Bernard Hinault alleen al bij te houden. Het was geweldig wat Joop deed. Dat schreef ik ook. Al weet ik niet of hij dat wist, hij las zelden iets.”

Anderen verweten de timide renner uit Rijpwetering een gebrek aan uitstraling. „Parijs is nog ver” en de verzuchting „pffft” – daarmee hield het in veel interviews wel zo’n beetje op, concluderen ook de schrijvers van het boek. „Zoetemelk had onmiskenbaar talent”, zei de in 2010 overleden Belgische radioreporter Jan Wauters. „Maar hij miste het geestelijk temperament, de zweepslag voor zichzelf, de drive om over de rooie te gaan.” Zelf voelde Zoetemelk – wiens tijdgenoten Johan Cruijff en Ard Schenk nog volop in de belangstelling staan – nooit de behoefte om dat beeld te corrigeren. „Nee, er is geen andere Joop, geen uitbundige Zoetemelk”, vertelde hij bij zijn afscheid in 1987 in het blad Sport International aan Mart Smeets. „Ik ben zoals ik ben. Rustig, teruggetrokken. Ik was gewoon een gemiddeld renner in het peloton. Wel een stille, ja, dat is waar.”

De nu verschenen biografie werpt een nieuw licht op de gereserveerde Zoetemelk. De drankverslaving van zijn vrouw Françoise Duchaussoy, met wie hij eind 1971 trouwde, heeft zwaar gedrukt op het leven van de wielerkampioen. „Vóór zijn huwelijk was hij heel anders”, stelt Holthausen. Een filmpje op YouTube uit de Tour in 1970 levert het bewijs. „Een normale, vrolijke jongen, met wie je goed kon praten. Maar naarmate zijn carrière vorderde, werd Joop stiller. Dat had alles te maken met de drankzucht van zijn vrouw.”

Zoetemelk is openhartig. „Dan vertel ik ook alles”, zei hij volgens Holthausen. Met als resultaat drie verbijsterende hoofdstukken. De rijzende ster wordt ingepalmd door zijn Franse schoonfamilie, met wie hij zelfs zijn huis deelt. Françoises alcoholisme leidt tot steeds grotere ellende. In haar roekeloosheid veroorzaakt zijn vrouw een ernstig auto-ongeluk. Het runnen van een hotel in Meaux mislukt, ze is niet in staat dochter Loetitia op te voeden en moet later zelfs verstek laten gaan bij het huwelijk van zoon Karl. Scheiden is geen optie. „Dat moet je vooral doen”, zegt zijn schoonvader. „Maar de kinderen blijven hier. Daar zorg ik wel voor.” En juist Karl en Loetitia zijn hun vader alles waard.

Bloedtransfusies

Niemand in en om het peloton is op de hoogte van de privésores van Zoetemelk. „Hij was een renner met een geheim”, constateert oud-renner en ploeggenoot Henk Lubberding in de biografie. „Niemand wist het”, zegt ook Holthausen. „Zijn collega’s in het peloton niet, zelfs zijn eigen zus niet. Françoise kon haar drankprobleem goed verbergen. Dat ze dronk was in kleine kring bekend. Maar niet dat het zo ernstig was.”

Het schaadde zijn wielerloopbaan, stelt Zoetemelk. „Ja natuurlijk. Ik heb later ook tegen mijn schoonvader gezegd: als ik jullie niet was tegengekomen had ik een veel betere carrière gehad.” Voor Holthausen is dit de cruciale zin van het boek. „Het zegt alles dat Joop zich zo duidelijk uitspreekt.” In het boek staan meer onthullingen. Bloedtransfusies die Zoetemelk onderging in de Tour van 1976 zouden in het antidopingtijdperk van nu wereldnieuws zijn. „Zoetemelk met rode bloedlichaampjes meer mans”, stond destijds groot in de kranten. Geen haan die er naar kraaide. Zoals ook andere dopingaffaires zijn carrière nooit bedreigden.

De oud-renner is nu gelukkig. Hij bouwt een huis in Frankrijk, met zijn nieuwe vriendin Dany. „Joop is zo veranderd door haar”, zegt Holthausen. „Het geluk spat van hem af.” De komende weken zal door dit boek de Tourwinnaar van 1980 weer in de belangstelling staan. En nog altijd staat hij niet te springen om interviews.

Na het overlijden van zijn vrouw belandde Zoetemelk niet in een politiecel, zoals hij even vreesde. Hij legde aan de politie uit hoe ze was gestorven. In zijn biografie doet hij dat nu nog één keer.