Parlement accepteert kostenberekening hsl

Onvolledig, maar zeker niet opzettelijk. Dat stelde minister Schultz gisteren over haar beeld van de kosten van de hsl. De Tweede Kamer laat het er verder bij zitten.

Schimmig doen? Bewust mist creëren? Minister Melanie Schultz van Haegen (Infrastructuur, VVD) was zich gisteravond in de Tweede Kamer bij de behandeling van de begroting van haar ministerie van geen kwaad bewust. „Wij hebben een goed stuk werk neergelegd. Waarom zou ik een schimmig beeld laten ontstaan? Daar heb ik geen enkele baat bij.”

Maar Schultz heeft de schijn tegen. 390 miljoen, zoveel geld zou nodig zijn om de financiële problemen met de hogesnelheidslijn (hsl) op te lossen, zo bleek vrijdag op een persconferentie. Dat bedrag was bijna een opluchting vergeleken met eerder gepubliceerde doemscenario’s: de maximale schade voor de belastingbetaler zou kunnen oplopen tot 2,4 miljard.

Maar uit de brief die Schultz naar de Tweede Kamer stuurde, bleek dat het hsl-debacle een miljard euro gaat kosten. Naast de 390 miljoen uit de begroting van Schultz komt er ook nog 200 miljoen uit de begroting van het ministerie van Financiën. Verder rekent Schultz alvast 400 miljoen aan toekomstige hsl-opbrengsten (2025 tot en met 2028) mee in haar rekensom. Beide bedragen ontbreken op het door het ministerie verspreide persbericht.

Het leidde tot grote commotie bij de Tweede Kamer. „De minister tovert met haar telraam”, zei D66-Kamerlid Kees Verhoeven. De ChristenUnie sprak over „een omissie”. Ook coalitiepartij CDA vertrouwt het niet en wil het onderzoeksbureau van de Kamer de cijfers laten doorrekenen.

Maar volgens Schultz heeft ze elke keer expliciet gesproken over de schade voor háár begroting, niet over de totale schade voor de belastingbetaler. Waarom eigenlijk niet? „Omdat ik op de persconferentie alleen maar vragen kreeg over de gevolgen voor mijn eigen begroting”, zei Schultz. En, zei ze erbij, „in mijn brief aan de Kamer heb ik alle duidelijkheid gegeven. Mijn allereerste rol is de Kamer goed te informeren.”

Na enig aandringen wilde Schultz gisteren wel toegeven dat de totale schade voor de schatkist aanzienlijk groter is. Maar zeker geen miljard, want de 400 miljoen aan toekomstige inkomsten kunnen niet worden meegerekend, omdat dat geen kosten voor de belastingbetaler zijn. „Al blijft het natuurlijk een zwaar bedrag. Maar ik heb altijd gezegd dat de oplossing niet gratis is.”

De Tweede Kamer liet het er uiteindelijk maar bij zitten. „Het zou de minister gesierd hebben als ze haar goede werk had afgerond met een duidelijke boodschap aan de kiezer”, vond Kees Verhoeven. Hij raadde Schultz aan een op communicatiecursus te gaan. Al zou je ook kunnen zeggen dat Schultz die cursus juist niet nodig heeft, nu ze erin is geslaagd een paar dagen lang het onvolledige beeld van 390 miljoen te laten rondgaan. Al ging dat ook een keer mis. Zo zei Schultz voor de NOS-radio vrijdag: „De dreiging was dat het misschien wel 2,4 miljard zou kosten. Uiteindelijk hebben we dat terugonderhandeld naar 390 miljoen. Dus dat scheelt bijna 2 miljard. Dat is in ieder geval goed nieuws voor de belastingbetaler.”

In de deal van Schultz gaat de hsl vanaf 2015 deel uitmaken van het intercitynet, waar de NS tot 2025 mag blijven rijden. NS gaat daarvoor 181 miljoen per jaar betalen. Enkele lijnen, in Limburg en wellicht ook in het oosten en noorden van het land, worden openbaar aanbesteed. Maar beide hoofdprijzen, het hoofdrailnet en de hsl, gaan dus opnieuw naar de NS. Vreemd, vond een deel van de Kamer, want dat is eigenlijk een beloning voor slecht gedrag.

Opvallend genoeg vond Schultz dat zelf eigenlijk ook: „Het liefst zou je tegen een partij die een concessie niet nakomt, willen zeggen dat er dan ook geen grond meer is voor toekomstige samenwerking. Maar zo simpel ligt het niet. We kunnen niet zomaar het hoofdrailnet en hsl aan allerlei andere partijen uitbesteden. Er zijn geen grote partijen die dit zouden kunnen doen. Die hebben zich in ieder geval nog nooit aangemeld.” Uiteindelijk, zei Schultz, is de gekozen oplossing „zo goed mogelijk voor de reiziger, zo goed mogelijk voor de belastingbetaler, en zo goed mogelijk voor de infrastructuurbegroting.”