Op de longstay kan je ongestoord gestoord zijn

Meer dan 200 ‘uitbehandelde’ tbs’ers zitten in een longstay-kliniek. Maar dat je daar alleen „tussen zes planken” uitkomt, is niet waar, zegt manager Peter Braun. Steeds meer longstayers vertrekken.

Op het omheinde terrein scharrelen kippen, geitjes en een pony. Een man laat een motorzaag ronken in de herfstzon voor hij hem in een boomstronk zet. Van het hout dat hij zaagt, timmeren anderen verderop loungebanken die buiten de hekken van de tbs-kliniek in het Brabantse dorp Zeeland worden verkocht. Binnen, in een knutselruimte zit een man van middelbare leeftijd met een wezenloze blik aan een tafel. Af en toe knipt hij met een schaartje in een stuk gekleurd papier.

Op het terrein van de kliniek van de Pompestichting wonen 88 tbs’ers met een longstaystatus. Het zijn overvallers, verkrachters en moordenaars die ondanks therapie en soms medicatie gevaarlijk zijn gebleven. Ze hebben een persoonlijkheidsstoornis, zijn schizofreen of leden aan een psychose toen ze hun misdrijf pleegden. Een deel is zwakbegaafd.

Hun verblijf is niet meer gericht op terugkeer in de samenleving, een wezenskenmerk van tbs. „We proberen ze hier een zo menswaardig mogelijk bestaan te geven”, zegt clustermanager en psychotherapeut Peter Braun. Daarbij horen, binnen de hekken, veel vrijheden. Bewoners mogen werken, knutselen of tuinieren, maar het hoeft niet. Hun cel mogen ze met eigen meubels inrichten.

Advocaten noemen longstay wel ‘verborgen levenslang’, omdat niet meer wordt gewerkt aan resocialisatie. Veel mensen worden hier oud, bevestigt Braun. Ze gaan op verlof met een rollator. „En sommige mensen gaan hier dood. Dan wordt werkelijkheid wat altijd over de longstay wordt gezegd: je komt er alleen uit tussen zes planken.”

Maar dat beeld is niet juist. Of, het is in ieder geval niet het hele verhaal, zegt Braun. Het komt in Zeeland steeds vaker voor dat longstayers hun status kwijtraken, omdat het beter met ze gaat. Dan kunnen ze terug naar een gewone tbs-kliniek, of zelfs naar een psychiatrische inrichting.

Neem Johan, van achter in de vijftig. Het is niet zijn echte naam, de Pompestichting wil niet dat tbs’ers herkend kunnen worden door hun slachtoffers. Hij heeft tbs gekregen voor een steekpartij, vertelt hij. Hij praat monotoon en met een dikke tong, mogelijk door het antipsychoticum dat hij slikt. Met hem is het hier langzaam beter gegaan, vertelt Braun. De medicatie is verfijnd. Johan heeft een reëel beeld van zijn eigen vermogens. Volledige vrijheid streeft hij niet meer na. „Buiten wordt het niets, ik zou vereenzamen.” Hij is ook bang dat hij zijn medicijnen dan ‘vergeet’ in te nemen en weer psychotisch wordt. In de kliniek wachten medewerkers tot de uitgedeelde pillen zijn doorgeslikt.

Enkele maanden geleden heeft de commissie die daarover gaat, de longstaystatus van Johan beëindigd. Maar daarmee is nog niet gezegd dat hij ook weggaat uit Zeeland. Hij kwam geschrokken terug van een kennismaking in een gewone tbs-kliniek. „In de spreekkamer zaten geen ramen. Er was maar een klein luchtplaatsje. Er was geen winkeltje, het was er vies. ” Nu weet Johan niet meer goed of hij wel weg wil. „Een chaletje hier op het terrein, doktor Bruin, zou dat kunnen?”

Behandeling van tbs’ers is maatwerk. Vertrekken ook, zegt Braun. „Voor sommige bewoners is verandering snel te veel.” Over Johan: „Hij heeft weinig gezelligheid gehad in zijn leven. En hij heeft daar wel veel behoefte aan. Kan ik dat zo zeggen?”

Johan knikt en kijkt naar zijn buik.

Het aantal longstayplaatsen is jarenlang alleen maar gegroeid. Dat er nu ook steeds meer mensen vertrekken, is een nieuwe ontwikkeling. In 2008 vertrokken drie longstayers uit Zeeland, dit jaar dertien, bijna 15 procent. Volgend jaar verwacht Braun er nog meer.

Er zijn verschillende oorzaken, zegt hij. Over bepaalde aandoeningen, zoals autisme, wordt steeds meer bekend. „Als je een autist goed benadert – rust, regelmaat – kun je veel meer bereiken.” Voor hen heeft Zeeland een prikkelarme knutselkamer ingericht.

Opmerkelijk genoeg zorgt staken van de behandeling er ook voor dat sommige daders opknappen. Braun: „Gewone tbs-klinieken zijn gericht op herstel. Iemand moet beter worden, terug in de maatschappij. Voor de tbs’ers betekent het dat continu inzicht gevraagd wordt in hun gedrag, tijdens het delict en nu.” De tbs’ers die in Zeeland arriveren zijn vaak therapiemoe. „Hier worden ze met rust gelaten. De therapeuten die we hebben, noemen we werkmeesters. Ze helpen bij het repareren van fietsen en als het ervan komt, praten ze. Maar de regel is: iedereen mag hier ongestoord gestoord zijn.”

Een behandelcoördinator vertelt dat bewoners de eerste tijd in Zeeland vaak woedend zijn. „Ze hebben tijd nodig om zich neer te leggen bij hun status.” Het komt voor dat bewoners na die eerste periode hun verzet tegen medicatie of behandeling staken. Braun: „Ze beseffen: ik zit hier waarschijnlijk de rest van mijn leven, nou ja, laat ik dan die medicijnen maar eens proberen. Dan kan het snel beter gaan.”

Er speelt ook iets anders. Al in 2006 concludeerde een parlementaire commissie onder leiding van VVD’er Arno Visser dat de populatie in de longstayklinieken was ‘vervuild’. Niet iedereen die er zat, hoorde er ook. „Het komt voor”, zegt Braun, „dat tbs’ers in een strijd verzeild raken met hun behandelaars in een tbs-kliniek”. Dat gebeurt vooral de mensen met een narcistische persoonlijkheidsstoornis. „En natuurlijk kan een behandeling niet aanslaan als je niet meewerkt.”

De kleine, gespierde Mohammed – ook niet zijn echte naam – heeft zo’n narcistische persoonlijkheidsstoornis. Hij zit vast voor insluiping en verkrachting. In de kantine vertelt hij dat hij volgend jaar hoopt te vertrekken. Hij vindt dat hij „ten onrechte” tbs heeft gekregen. Daarom heeft hij nooit meegewerkt aan behandeling. Inmiddels wil hij dat wel. Hier vervult hij altijd de „baantjes met mensen”, zoals koffie schenken achter de bar in de recreatiekamer. Daar geniet hij van.

Mohammed heeft „veel strijd gevoerd”, vertelt Peter Braun. Maar nu kan zijn longstaystatus elk moment worden opgeheven. In theorie zou hij twee jaar later kunnen vrijkomen, maar eerst lonkt onbegeleid verlof. Want dat is een vrijheid die bewoners van de longstaykliniek in Zeeland níét hebben.

Het is zoeken naar oplossingen, voor de mensen die toch een toekomst buiten de hekken blijken te hebben, zegt Peter Braun. Soms is dat heel triviaal. In een gewone tbs-kliniek mogen bewoners niet veel persoonlijke spullen hebben – hun verblijf wordt geacht tijdelijk te zijn. Maar als een gewone kliniek een ex-longstayer wil opnemen, staat die wel met een aanhangwagen vol meubels voor de deur.