'Niemand zag bankencrisis aankomen'

Minister Bos bestreed in 2008 eigenhandig de financiële crisis. De premier werd vooraf geïnformeerd over de miljardenuitgaven, het kabinet meestal achteraf. „De premier had er vrede mee.”

Overleg, inspraak en democratie zijn allemaal leuk en aardig, maar niet in tijden van crisis. Toenmalig minister Bos van Financiën had tijdens het bestrijden van de bankencrisis in 2008 nog net tijd om af en toe premier Balkenende op de hoogte te stellen. Zijn andere collega’s in het kabinet moesten de redding van Fortis, ABN Amro en andere steunmaatregelen meestal in de krant lezen. Om maar te zwijgen van de Tweede Kamer.

„Er zijn geen discussies geweest over de manier waarop besluiten tot stand zijn gekomen. De premier had daar vrede mee”, zei Kajsa Ollongren gisteren in haar verhoor voor de parlementaire commissie die het overheidsbeleid tijdens de bankencrisis onderzoekt. De destijds belangrijkste financiële adviseur van de premier nam Bos, een directe politieke concurrent van Balkenende, volledig in bescherming. „De snelheid van handelen was belangrijk. De minister van Financiën was bevoegd. Het financiële stelsel stond op het spel.”

Ollongren, nu rechterhand van Mark Rutte, was bij bijna alle onderhandelingen betrokken. Zij vormde vanuit Algemene Zaken (Balkenende) het bruggehoofd naar Financiën (Bos) en sprak zich openbaar niet eerder uit over de crisisbeheersing. In het verhoor liet Ollongren, sinds dit jaar als secretaris-generaal bij Algemene Zaken de hoogste ambtenaar, zien hoe snel soms gehandeld moest worden om het instorten van het financiële systeem te voorkomen. Door kennisachterstand in Den Haag was van echte voorbereiding geen sprake. „Hadden we het niet eerder zien aankomen, vroeg iedereen zich af”, aldus Ollongren. Het antwoord was nee. Onder meer door de zwijgzaamheid van de probleembanken.

Op 19 augustus kwamen Michel Tilmant en Herman Verwilst, de topbazen van ING en het Belgische Fortis, langs in het Catshuis. „Bedoeling was dat de premier [de stand van zaken] echt van de mensen uit de financiële sector zou horen.” Dat was een week of vijf, zes voor het uitbreken van de crisis. Fortis hield de problemen niet meer helemaal binnen, maar „in mijn beleving ging het toen goed met ING”, zegt Ollongren.

Dat de bankverzekeraar toen al voor miljarden extra reserveringen had moeten treffen, was in het Catshuis niet aan de orde gekomen. En de problemen van Fortis waren misschien deels bekend, maar Ollongren „had niet het beeld dat de banken op omvallen stonden”.

Amper een maand later zaten de ministers en hun ambtenaren tot hun nek in de problemen met Fortis, waarvan uiteindelijk begin oktober de Nederlandse onderdelen door de overheid werden gekocht. Voor 16,8 miljard. Ook hierbij was de premier slechts zijdelings betrokken geweest. „In dit specifieke geval had de minister van Financiën de voorkeur om het zelf te doen. De premier heeft dat gerespecteerd”, aldus Ollongren.

Is er niet te veel betaald voor de Nederlandse onderdelen van Fortis (onder meer ABN Amro en ASR) wilde de commissie-De Wit weten. Want de faillissementswaarde was niet meer dan 5 miljard euro. Maar die 16,8 miljard, zei Ollongren die als adviseur van Balkenende bij de onderhandelingen betrokken was, „lag binnen de bandbreedte die tot 20 miljard liep. De prijs was voor een deel ook de oplossing van de problemen waarin het stelsel verkeerde”.

Erik Wilders van Financiën speelde een belangrijke rol in de waardering van Fortis en ABN Amro. Hij was verbaasd dat ze later nog extra kapitaal nodig hadden, waardoor de prijs opliep tot 30 miljard. De Nederlandsche Bank had hem gemeld dat „de onderdelen van Fortis voldoende gekapitaliseerd waren”. Die latere kosten hadden ook Ollongren „onaangenaam verrast”, maar misleid voelde zij zich niet. „Ik had niet de indruk dat de anderen [in de onderhandelingen, red.] het wel wisten.”

Als de overheid voor een bodemprijs was gegaan „hadden we nooit een transactie afgerond”, zei Wilders. Want de Belgen wilden met een mooie prijs voor de Nederlandse onderdelen, hun ‘eigen’ onderdelen aan het Franse BNP verkopen.

Ondanks de omvang van de crisis was de sfeer tussen de Belgen en de Nederlanders bijna altijd goed gebleven, zei Ollongren. Natuurlijk waren er spanningen geweest. De Belgische onderhandelaars waren moe, hadden net de redding van Dexia achter de rug. „En toen kwamen wij met onze wensen.” Maar in de top hadden die wrijvingen geen gevolgen.

Alleen de woorden van Bos dat Nederland (gezonde) onderdelen uit Fortis had gehaald om „besmetting” door de rest van de groep te voorkomen, hadden tot overleg tussen Balkenende en zijn Belgische ambtsgenoot Leterme geleid. Die deed niet moeilijk. „Hij zei dat Bos een goed moment had laten passeren om zijn mond te houden.”