Neonazi's, maar minder extreem

Er is een grote ideologische verwantschap tussen Duitse en Oostenrijkse neonazi’s. In Oostenrijk is voor rechts geweld een voedingsbodem, maar er zijn twee grote verschillen met Duitsland.

Voor Oostenrijkse neonazi’s is hun land niet meer dan een kamer in het grote Duitse familiehuis. Moet daarom, nu in Duitsland een reeks racistische moorden is ontdekt die lang onder de radar zijn gebleven, Oostenrijk zich ook meer zorgen gaan maken?

Natuurlijk, zegt Heribert Schiedel in een telefoongesprek. Hij werkt op het documentatiecentrum voor nazisme en neonazisme. „Er bestaat in Oostenrijk een duidelijke neonazistische ondergrond, een fundament voor allerlei kleinere cellen.”

Neonazistische partijen zijn sinds het Verbotsgesetz uit 1947 verboden, maar op verschillende websites manifesteren die groepen zich. „Je hoeft hun teksten er maar op na te lezen. Daar spreekt onmiskenbaar uit dat ze bereid zijn geweld te gebruiken. Er zijn de afgelopen jaren genoeg incidenten geweest. Brandstichting. Gevechten op straat, tegen buitenlanders en homoseksuelen. Daklozen die in elkaar worden geslagen.”

Schiedel en vele andere onderzoekers naar extreem-rechts hebben in kaart gebracht hoe nauw de banden zijn tussen extreem-rechts in Duitsland en Oostenrijk.

Na de Duitse eenwording zijn er vanuit Oostenrijk veel contacten geweest met neonazistische groepen in het voormalige Oost-Duitsland. Een extreem-rechtse website richt zich op de „Germaanse wereldnetgemeenschap”. En dan zijn er de Burschenschaften, de conservatieve studentencorpora in Duitsland en Oostenrijk, waar de grens tussen eeuwenoude folklore en extreem-rechtse ideologie soms erg dun is.

Ondanks die zielsverwantschap is politicoloog Reinhard Heinisch, die aan de Universiteit van Salzburg vergelijkend onderzoek doet naar extreem-rechts, voorzichtiger. Dat er in Oostenrijk een voedingsbodem is voor het neonazistische gedachtegoed, is onmiskenbaar, zegt hij. Kijk alleen maar naar de paramilitaire milities die regelmatig in de bossen oefenen, of naar Gottfried Kussel, de nazi-propagandist die in april opnieuw werd gearresteerd. Maar er zijn twee grote verschillen tussen Duitsland en Oostenrijk.

„Historisch gezien is het geweld in Duitsland altijd beter georganiseerd geweest”, zegt hij. „Zowel ter linkerzijde als op rechts was daar meer geweld dan in Oostenrijk. We zijn hier niet immuun voor geweld, maar we leven in een geslotener samenleving, met meer sociale controle.”

Een ander verschil is de politiek. Radicaal-rechtse kiezers vinden in Oostenrijk onderdak bij de populistische FPÖ, de Oostenrijkse Vrijheidspartij, en BZÖ, de Alliantie voor de Toekomst. Die partijen kreeg in 2008 respectievelijk 17 en 10 procent van de stemmen. Ze zitten nu in de oppositie, maar vooral de FPÖ wil zich nu presentabel maken, als een mogelijke coalitiepartner, voor de twee andere grote partijen. „Dat heeft een matigende invloed op extreem-rechts”, zegt Heinisch. „De prioriteit van FPÖ-leider Strache is niet nu nog meer kiezers te krijgen, maar te laten zien dat hij geen rechtse idioot is. Hij wil dat de FPÖ als regeringspartij wordt gezien.”

Ook Schiedel zegt dat de FPÖ „de angel heeft gehaald” uit de bereidheid van extreem-rechtse groepen om fysiek geweld te gebruiken. „Maar daarvoor is wel een prijs betaald. Neofascistische ideeën zijn meer gemeengoed geworden in Oostenrijk. Het is paradoxaal: als extreem-rechts politiek sterker wordt, is het geweld op straat minder.”

En dan citeert hij uit een FPÖ-pamflet uit eind jaren negentig, waarin staat dat een stem op de FPÖ betekent dat er geen buitenlanders worden „afgefakkeld” en „geen negers worden geslagen”.

De Duitse gepensioneerde rechercheur Bernd Wagner zei gisteren in deze krant dat opsporingsautoriteiten een blinde vlek hebben voor extreem-rechts. Volgens Schiedel reageren ook in Oostenrijk politie en justitie traag als het gaat om extreem-rechts en zijn ze daar minder attent op. „Maar dat probleem kom je bijna overal in Europa tegen.”