Liever een webcat dan een huiself

Beschaafd klonk in de Tweede Kamer protest tegen het gebulder waarmee de PVV, met gedoogsteun van VVD en CDA, de bezuinigingen op kunst en cultuur begeleidt. Steeds dreunt die partij de tafel van nul op, met als constante dat kunst nergens goed voor is, tenzij je wat elitaire halvegaren met een dikke bankrekening meetelt. En nu tekenen enkele Kamerleden van de oppositie dan verzet aan. Boris van der Ham (D66): „Het kabinet had ook kunnen bezuinigen zonder zo’n negatieve toon aan te slaan.”

Is dat diplomatieke Tweede-Kamertaal voor: lazer op? Ik geloof er niks van. Het klinkt eerder verontschuldigend: sorry dat ik zeur, maar kan het een beetje minder? Tot op de dag van vandaag heeft niet één Kamerlid een serieus betoog ten beste durven geven over de zin van de kunsten in Nederland. Men pruttelt wat. Of men verschuilt zich achter het behoud van ‘topkunst’, de holle term uit de jaren tachtig die toenmalig minister van Cultuur Elco Brinkman in het leven riep. ‘Topkunst’ is de huiself van de politiek. Het is de kunst die iedereen kent en waarvan men elkaar napraat dat het zo geweldig is. Rembrandt. Het Concertgebouworkest. Klopt: het behouden waard. Maar intelligent kunstbeleid kijkt ook vooruit en investeert in jonge kunstenaars. Dat zou er bijvoorbeeld niet over piekeren om de Rijksakademie dood te knijpen, sinds 1870 trouw hoedster van bewezen beeldend talent.

En toch gaat dat gebeuren.

Anticiperend op een anorectische Rijksakademie vlucht ik naar Gent, naar de afstudeertentoonstelling van het HISK – het Hoger Instituut voor Schone Kunsten. Net als de Rijksakademie is dat een postdoc-opleiding waar je niet zomaar op komt. Hij is voorbehouden aan de besten van de besten.

De twaalf laureaten laten de kamers van het voormalige officierskwartier (het HISK-gebouw was hiervoor deel van een stadskazerne) knetteren van spannende kunst. Wie hun werken tot zich neemt, moet zich vooral niet afvragen wat het allemaal betekent. Het is eerst zaak te huiveren en te lachen, je te ergeren, te vergapen, te laten vervoeren. De geest wordt opgeschud door gedachten en gevoelens die de kunstenaars omzetten in daden: video’s, installaties, tekeningen, foto’s en, op de zolder, een romantische machine en de geur van motorolie. Actie is reactie is actie.

Hé, een poes. Hij slaapt nabij een video-installatie, op een kussen onder de verwarming. Het is een webcat, aan zijn halsband hangt een webcam. Op de site van het HISK zie ik wat hij de afgelopen maanden zag, terwijl hij in het gebouw wandelde, rende, sprong, kopjes gaf – alles wat kunstenaars zoal doen met hun werk, inclusief die kopjes. Het cameraatje registreerde onze werkelijkheid zoals we die niet kennen. Bekijk wat de webcat zag en je beseft: kunst biedt onverhoedse inzichten, daar bestaat het voor.

Ik ben toch in Gent, ik ga even naar het S.M.A.K., het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst. Het is vaak goed (en S.M.A.K klinkt als een zoen). Nu ook weer, met een onweerstaanbare tentoonstelling van de Belgische beeldenstormtroeper Johan Grimonprez.

Grimonprez ziet betekenissen die een ander zo snel niet doorheeft. Soms formuleert hij iets op de muur, zoals de tekst over de Engelse vrachtwagenchauffeur die drie jaar lang elke zaterdag in hetzelfde theater op dezelfde stoel The Sound of Music bekeek, „en toen het theater werd gesloten, kocht hij de stoel”. ’t Is niks en het is veel. Grimonprez groef het op uit de werkelijkheid, pelde het af en legde een vreemde, pure liefde bloot.

Een goede film vertelt je een verhaal, een goede video lijft je in – ik kan me 80 minuten lang niet onttrekken aan Grimonprez’ video Double Take. Daarin laat hij me de perversiteit van de Koude Oorlog ervaren, via journaalbeelden met onder veel meer de presidenten Kennedy, Nixon en Chroesjtsjov (ontmaskerd als elkaars verdubbelingen) en reclamefilmpjes voor oploskoffie. En met hulp van Hitchcocks films en van Alfred Hitchcock zelf.

De installatie verklaart de wereld met beelden van vroeger. Zo kon de wereld zichzelf destijds niet zien. Maar wij nu wel. Gimonprez bindt ons onder de kin van de kat. Hij stuurt onze blik en wijst: Kijk eens? Verbazend, niet?

Joyce Roodnat

    • Joyce Roodnat