Lachen om geklungel met meisjes en rolstoelen

Hasta la vista!

Regie: Geoffrey Enthoven. ****

Het is een soort intentieverklaring, zoals de camera al meteen in slowmotion inzoomt op de bezwete decolletés van joggende meisjes op een strand. Het blijkt de smachtende blik van een gehandicapte jongen. Hasta la Vista! gaat over wellust, dat heeft de Vlaamse regisseur Geoffrey Enthoven meteen helder. Maar niet alleen.

Wat moet een gehandicapte jongen die niet langer maagd wil zijn? In Nederland bespreken psychologen na een intakegesprek of de nood hoog genoeg is en of het uit het budget dagbesteding mag, waarna bedrijven met aromantische namen als Flekszorg (‘verwenzorg op maat’) een ervaren sekswerker langs sturen. Maar seks is in Hasta la vista! eerder aanleiding voor een film over vriendschap en (on)afhankelijkheid. Enthoven: „Het gaat over die puberale drang iets te doen wat eigenlijk niet mag zonder dat je ouders over je schouder meekijken.”

Neem Philip, een obstinate, cynische lastpak van 28 jaar die aan de rolstoel gekluisterd is door arthrogryposis, een ziekte die de ledematen verlamt. Als hij iets te hard „ik wil poepen!” roept, gaat dat meer om zijn vrijheid. Want hoe is het als je moeder je ’s avonds in de juiste positie moet leggen om te masturberen? Zijn beste vrienden zijn Lars – knap en droevig want stervend aan een hersentumor, en de zachte, bijna blinde Josef, pispaaltje én geweten van de drie. Philip heeft gehoord over een Spaans bordeel voor gehandicapten: El Cielo (De Hemel). Op internet regelt hij een invalidenbusje met ene Claude als chauffeur. De ouders moeten geloven dat de vrienden op wijntocht gaan. Wel merken de drie al snel dat ze afhankelijk zijn van Claude, die een dikke verpleegster met een gevangenisverleden blijkt te zijn.

Hasta la Vista! is een tragikomische roadmovie die wil „lachen met gehandicapten”, stelt de persmap, dus niet lachen om gehandicapten. Het is knap hoe Enthoven laveert tussen exploitatie en sentiment. Je lacht om hulpeloosheid, koppigheid en frustratie van invaliden, om geklungel met rolstoelen en meisjes, maar leedvermaak wordt dat nooit. Zielig zijn ze evenmin, zelfs niet als de dood aanklopt.

Coen van Zwol