'Ik doe meer dan vakken vullen'

Joop Daalmeijer zal het niet makkelijk krijgen als de nieuwe voorzitter van de Raad voor Cultuur. „Het is verschrikkelijk kapot gegaan.”

Opgewekt prikt hij met zijn vork in een dampende kroket. „Er zijn er nog vier”, moedigt hij zijn woordvoerder aan. Hij is hier net, maar Joop Daalmeijer wekt de indruk zich al helemaal thuis te voelen bij de Raad voor Cultuur.

Officieel zou Daalmeijer vorige week maandag aantreden als nieuwe voorzitter van de raad. Maar omdat de handtekening van de koningin onder dat besluit ontbrak, ging het feest niet door. „Een administratief foutje”, zegt hij opgewekt als ik hem op die dag bel. Maar als ik hem twee dagen later weer bel, klinkt hij geïrriteerd. Want het is nog steeds niet geregeld. „Ben op weg naar een ontmoeting met de raad en de staatssecretaris. Zal daar eens vragen hoe het zit”, zegt hij afgemeten.

Het typeert Joop Daalmeijer. Vrienden en collega’s beschrijven hem als een man die zich niet laat afleiden door triviale zaken als bureaucratische rompslomp. Daalmeijer, zeggen ze, krijgt dingen voor elkaar. „Hij gaat tot het bot, linksom of rechtsom, dat maakt hem niet uit”, zegt goede vriend en voormalig PvdA-Kamerlid John Leerdam. „Hij beseft dat niet altijd alles kan, maar hij geeft niet snel op”, weet baron Berend-Jan van Voorst tot Voorst, die samen met hem in het bestuur van de Vlaams-Nederlandse culturele organisatie De Buren zit.

Over één ding zijn alle geïnterviewden het eens. Bij de Raad voor Cultuur, adviesorgaan voor regering en parlement, komt Daalmeijer in een lastige positie terecht. Hij volgt Els Swaab op die in juli haar functie neerlegde omdat ze zich niet kon vinden in de manier waarop het kabinet de bezuinigingen van 200 miljoen euro wil doorvoeren. Het stak haar vooral dat staatssecretaris Halbe Zijlstra (Cultuur, VVD) weigerde de bezuinigingen over langere tijd uit te smeren, zoals de raad had voorgesteld.

De verhoudingen raakten verstoord, zowel met diverse culturele instellingen die vonden dat Swaab überhaupt niet akkoord had moeten gaan met de hoge bezuinigingen, als met de staatssecretaris die geërgerd reageerde toen Swaab opstapte. Daalmeijer zal die verstoorde verhoudingen moeten herstellen.

Maar, opmerkelijk, op de vraag of hij goed pleisters kan plakken op gewonde zielen, weet niemand antwoord. Of het moet, indirect, John Leerdam zijn. „Hij kan keihard overkomen, zegt waar het op staat. Sommigen vinden dat confronterend, anderen halen daar juist energie uit.”

Het is een lastige positie, erkent Daalmeijer, alweer opgewekt. „Het zal moeilijk zijn beide partijen bij elkaar te brengen. Het is verschrikkelijk kapot gegaan.” Maar, zegt hij, „zolang je eerlijk bent en aan de hand van argumenten uitlegt, komt het goed.” Een van de eerste dingen die hij wil doen, is kabinet en kunst weer met elkaar in contact brengen. „Dat de staatssecretaris niet alleen wordt uitgefloten, maar dat er ook naar elkaar wordt geluisterd. Nu kan hij niet eens boven het boe-geroep uitkomen.” De staatssecretaris is een toegankelijke man, meent Daalmeijer. „Maar wordt hij in een hoek gedreven, dan zoekt hij zekerheid door terug te keren naar zijn oude koers. Dus moet je hem niet in zo’n positie brengen.”

Gepokt en gemazeld

De nieuwe voorzitter van de raad wordt geprezen om de politieke contacten die hij opdeed in zijn eerdere carrière, in de media; eerst als journalist en later bij verschillende omroepen, waar hij diverse coördinerende en managementfuncties had. „Tijdens zijn jaren bij de omroepen is hij gepokt en gemazeld in het politieke overleg. Hij heeft veel politieke contacten en is bereid die aan te wenden, meer dan zijn voorganger”, zegt directeur Melle Daamen van de Amsterdamse Schouwburg en een van de negen leden van de Raad voor Cultuur fijntjes.

Over zijn passie voor cultuur is men minder eensluidend. Hij heeft een voorliefde voor traditionele kunstvormen, zoals klassieke muziek en dans. Minder interesse heeft hij in hedendaagse, beeldende kunst. Musea bezoekt hij volgens eigen zeggen vooral in het buitenland en van beeldend kunstcentrum De Appel in Amsterdam had hij tot voor kort nog nooit gehoord.

Ondergeschoven kindje

De directeur van De Appel, Ann Demeester, kan erom lachen. „Hij is de eerste niet, beeldende kunst is vaak het ondergeschoven kindje. De kennis houdt op bij de negentiende eeuw.” Beeldende-kunstinstellingen moeten, zegt ze, Daalmeijer direct uitnodigen. „De sector die hij het minst kent, moet hij het eerst scannen.” Ze vindt het nog altijd jammer dat staatssecretaris Zijlstra niet op hetzelfde aanbod inging. „Ook als je een instelling bezoekt, kan je die na afloop van je bezoek nog altijd afschaffen.”

Maar of Ann Demeester in Daalmeijer de warme pleitbezorger van kunst en cultuur vindt, is de vraag. „Hij ziet de raad niet als lobbyclub voor de kunsten”, zegt John Leerdam heel stellig. „Hij is niet blind voor de realiteit. De budgettaire realiteit, welteverstaan”, meent baron Van Voorst tot Voorst. Zelf is Joop Daalmeijer heel duidelijk over zijn positie. „Ik ben niet de klassenvertegenwoordiger van de kunstsector en ik ben niet de boodschappenjongen van de staatssecretaris. De Raad voor Cultuur is onafhankelijk. Daar zal ik voor strijden.”

Naast zijn vasthoudendheid en zijn politieke contacten wordt ook zijn zakelijk inzicht geroemd. Huidig directeur Jan Hoek van de Wereldomroep herinnert aan de hervormingen binnen die omroep die Daalmeijer teweegbracht. „Hij heeft de Wereldomroep mede hervormd van een traditionele broadcastingorganisatie naar een open organisatie, met meer oog voor de luisteraar en voor marketing. Een organisatie die mooie dingen maakt waar een breed publiek in is geïnteresseerd.” Dat zal de staatssecretaris, die cultureel ondernemerschap tot een van de speerpunten van zijn beleid heeft verheven, als muziek in de oren klinken.

Maar het zal op tegenwind stuiten in de kunstsector – en niet in de laatste plaats in de Raad voor Cultuur zelf. Schouwburgdirecteur Daamen voorspelt vuurwerk: „Hij heeft al te kennen gegeven niet te slap te zijn om tegen de adviezen van de commissies in te gaan. Die houding klinkt mij als muziek in de oren.”

En George Lawson van het Fonds Podiumkunsten vertelt: „Het culturele veld is geen gezelligheidsvereniging. Er zijn veel verschillende belangen en opvattingen. Die elementen zitten ook in de raad, en het is óók zijn taak om die tot een eenheid te smeden. En ja, daar heb ik alle vertrouwen in.”

Zelf heeft Daalmeijer al te kennen gegeven dertien commissies die onder de raad vallen, snel te willen omringen met mensen uit het bedrijfsleven, uit de marketing. Zij zullen „pré-adviezen” gaan geven.

Eén ding staat vast, zegt iedereen. De bezuinigingen zijn een feit. Maar welke consequenties dat heeft, kortom, hoe Daalmeijer zijn nieuwe functie moet invullen, daarover verschillen de meningen. George Lawson van het Fonds Podiumkunsten wil een strategische visie. „Ik verwacht een opvatting over waar de kunst heen moet. En ik hoop dat het niet de hele tijd over subsidies gaat.” Directeur Ann Demeester van kunstcentrum De Appel hoopt dat Daalmeijer redt wat er te redden valt. „Ik weet: hij moet vooral beleid uitvoeren. Maar hopelijk blijft hij aangeven wat de gevolgen zijn van dit beleid. Er zitten zoveel paradoxen in, bijvoorbeeld dat de kunstenaar zelfstandiger moet ondernemen, maar tegelijk wordt het btw-tarief verhoogd. Dat is volstrekt contraproductief.”

Ook binnen de politiek zijn de meningen verdeeld over wat Daalmeijer moet doen – en vooral over wat hij kán doen. Jetta Klijnsma van oppositiepartij PvdA is ronduit pessimistisch over de speelruimte van de nieuwe voorzitter. „De Raad voor Cultuur is onder dit kabinet ‘on hold’ gezet. Het advies heeft de staatssecretaris naast zich neergelegd, en ook over het Kunstenplan 2012 heeft de raad niets te vertellen. Dat is gestort beton. Zijlstra is alleen geïnteresseerd in verdiencapaciteit en bezuinigingen. Maar daar heb je de raad niet bij nodig.”

„Onzin”, zegt collega-Kamerlid Bart de Liefde van regeringsfractie VVD. „De raad en Daalmeijer moeten gewoon hun werk doen. En dat is het beoordelen van individuele aanvragen. In zijn brief van juli heeft de staatssecretaris geen namen genoemd van instellingen die mogen blijven; hij heeft het alleen over ‘topinstellingen’. En ja, we kunnen wel raden welke dat zijn, maar dat houdt niet in dat ze achterover kunnen leunen. Ze moeten wel degelijk een goed onderbouwde subsidieaanvraag indienen.”

Out of the box denken

En Daalmeijer zelf? Hij bestrijdt dat hij met handen en voeten is gebonden. „Ik hoef niet alleen vakken te vullen. Er is wel degelijk ruimte voor eigen ideeën. Ik kan alleen de bedragen niet over de sectoren heen tillen, ik kan niet het geld van ballet aan de productiehuizen geven. Maar we kunnen bijvoorbeeld helpen met samenwerkingsverbanden.” In dat verband wijst hij op de steden Rotterdam en Den Haag. Dat Rotterdam een filharmonisch orkest houdt, dat niet alleen in De Doelen speelt, maar ook in Den Haag en in Utrecht. En dat Den Haag een kamerorkest heeft („een groot orkest hoor, met zo’n vijftig man”), dat ook optreedt in Rotterdam. En dat de orkesten de overheadkosten delen. „Out of the box denken”, noemt Daalmeijer dat. Die term valt vaak tijdens het gesprek.

De nieuwe voorzitter is voor vier jaar aangesteld, voor twee dagen in de week. Maar hij zal zijn vrije tijd gebruiken om exposities, voorstellingen en andere culturele evenementen te bezoeken. Want Daalmeijer is, meer dan zijn voorganger Swaab, van plan om naar buiten te treden. En vooral ook om meer de publiciteit op te zoeken. „Els was een meer naar binnen gerichte bestuurder.”

Tijdens zijn bezoeken wil hij en passant pleisters op de gewonde zielen plakken. Heeft ie alle tijd voor, zegt hij. Immers, hij is sinds 1 september gepensioneerd. „Hij heeft twee weken van zijn pensioen genoten”, lacht Van Voorst tot Voorst. Maar Daalmeijer mag het dan niet rustiger aan gaan doen, dat pensioen biedt wel degelijk een veilige achtervang. „Ik hoef niet van het voorzitterschap te leven. Dat kan ik nog altijd in de strijd gooien.”