‘Ik ben eigenwijs en ook provocerend ingesteld’

Voor uitgeverij Van Oorschot ontwierp typograaf Gerrit Noordzij (1931) decennialang de prachtig beletterde omslagen van onder andere Hermans’ Ik heb altijd gelijk en Voskuils Het bureau. Hij ontvangt vrijdag in het stadhuis van Haarlem de Laurens Janszoon Costerprijs 2011 wegens zijn verdiensten voor het boekenvak.

Bijna dertig jaar, tussen 1960 en 1989, doceerde Gerrit Noordzij (Rotterdam, 1931) Grafische en Typografische Vormgeving aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. „Ik mis het contact met de studenten nog steeds”, zegt hij in zijn werkkamer in zijn huis in Hattem. „Het is een onthechtingsproces. Lesgeven is de kans bij uitstek telkens te blijven leren, ook als docent.”

U gaf les aan toekomstige beeldend kunstenaars. Wat was hun band met de grafische kunsten?

„Typografie is de grondslag van al het nadenken over vorm, vormvastheid, evenwicht en ritmiek van letters op papier. Letters ontstaan altijd uit de wisselwerking tussen zwart en wit, tussen het zwart van de inkt en de witte omgeving eromheen. Aan de manier waarop iemand letters tekent, kun je aflezen hoe vormbewust hij of zij is. Bovendien wil ik studenten leren stilstaan waar de meesten aan voorbijgaan. Kijken en nadenken zijn een van de belangrijkste vereisten voor kunstonderwijs, eigenlijk voor elk onderwijs.”

Gerrit Noordzij wijst op een plaat zwart graniet die op de werktafel in zijn atelier staat. In het graniet heeft hij het alfabet gegraveerd. De letters zijn van een klassieke schoonheid en staan in prachtig evenwicht tot elkaar. Die stijl is kenmerkend voor het werk van Noordzij. Bij uitgeverij Van Oorschot ontwierp hij decennialang prachtig beletterde omslagen voor boeken van auteurs als Willem Frederik Hermans, J.J. Voskuil, Willem Jan Otten en A. Alberts. Hij is ontwerper van postzegels, munten en inscripties in glas. Ook kalligrafeerde hij de akte van troonsafstand door Koningin Juliana en de trouwakte voor prinses Beatrix.

„Enkele jaren terug lag ik na een zware operatie in het ziekenhuis”, vertelt Noordzij. „Ik vroeg toen om een plaat graniet en een graveerstift. Ik ben in het steen dat alfabet gaan graveren. Dat bood troost en rust.” [..]

U schreef tal van boeken en artikelen over typografie.

„Ik ben eigenwijs en ook provocerend ingesteld. Voor mij is taal alleen maar vorm. Niemand kan zich taal voorstellen zonder vorm. Ierse monniken deden in de zevende eeuw een belangrijke stap voorwaarts in de boekdrukkunst. Ze brachten spaties aan tussen de woorden. Vanaf dat ogenblik kreeg elk woord ruimte om zich heen. De woordvormen die ik bedenk, beschouw ik als architectuur.”

Hoe ontwerpt u een letter?

„In de boekproductie is er helaas niet veel ruimte meer voor de geschreven tekstletter. Ik probeer een boek zo te maken dat het uitnodigt tot lezen. Ik ben geboeid door de historie van de typografie.”

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Woensdag 23 november 2011, pagina 18 - 19. Abonnees kunnen het hele interview hier lezen.