Ieren zijn hun ontzag voor de Kerk kwijt

Na de onafhankelijkheid gebruikten de Ieren de katholieke kerk om zich van de Britten te onderscheiden. Nu de kerk zelf in opspraak is, werkt dat niet meer.

Eén ambassade minder bespaart 1,2 miljoen euro per jaar. Nu uit de komende begroting zal blijken dat de Ieren volgend jaar nog een forse bezuiniging van 3,5 miljard wacht, is iedere besparing meegenomen. Dus rekende minister van Buitenlandse Zaken Eamon Gilmore vorige week vrijdag het Ierse parlement nog eens voor: met de sluiting van de ambassade in het Vaticaan bespaart Ierland 1,2 miljoen euro. Ook de Ierse ambassades in Iran en Oost-Timor gaan dicht.

Maar toch. Ierland is straks een van de weinige katholieke landen zonder permanente vertegenwoordiging in het Vaticaan. „Een vreemde beslissing”, zei de aartsbisschop van Dublin, Diarmuid Martin. Een van zijn voorgangers werd in 1937 nog geraadpleegd bij het opstellen van de Ierse grondwet.

De beslissing de ambassade te sluiten past echter in een patroon. Ontzag en onderdanigheid voor de katholieke kerk lijken in Ierse regeringskringen plaats te hebben gemaakt voor anti-katholicisme. De staat probeert zijn primaat over de kerk te bevestigen.

Het duidelijkste voorbeeld was de toespraak van premier Enda Kenny deze zomer over een rapport over misbruik in het bisdom Cloyne, en de weigering van de pauselijke nuntius om mee te werken aan het onderzoek. In het parlement sprak Kenny, toen net twee maanden premier, over het „elitarisme” en „narcisme” in het Vaticaan en over „de pogingen van de Heilige Stoel om een onderzoek van een soevereine, democratische republiek te dwarsbomen”.

Geen enkele Ierse premier had het Vaticaan nog zó durven toespreken. En het opmerkelijkste was dat Kenny alom werd geprezen. Uit een onderzoek vorige week van het dagblad de Irish Examiner naar de brieven en e-mails die de premier kreeg na zijn toespraak, bleek dat bijna negentig procent van de schrijvers hem van harte steunde.

Keert Ierland de katholieke kerk de rug toe?

In St Mary’s Pro-Cathedral, de zetel van het aartsbisdom Dublin, wonen deze vrijdagmiddag rond lunchtijd zo’n dertig mensen de mis bij. Alle gebogen hoofden zijn grijs. Rechts, in de zijbeuk, staan drie grote spandoeken. ‘Word priester’, schreeuwen ze in grote letters. Vroeger zat de kathedraal aanzienlijk voller tijdens de vrijdagmis, vertelt een van de gelovigen na afloop.

Naast de voordeur hangen in een glazen kastje de telefoonnummers van diegenen die zich binnen de kerk met kinderbescherming bezighouden. Een groen boekje bevat de regels waaraan St Mary’s Pro-Cathedral zich zal houden om ‘een veilige omgeving voor kinderen te creëren’.

„Het stelselmatige misbruik van kinderen door priesters en nonnen heeft een aardschok veroorzaakt”, zegt hoogleraar Tom Inglis van University College Dublin. Hij doet onderzoek naar de secularisatie van Ierland. Lang was katholicisme „deel van het Iers-zijn”, zegt hij. „Tijdens de kolonisatie zette de Ieren zich hiermee af tegen de anglicaanse Britten. Dus na de onafhankelijkheid werden de Ieren superkatholiek. Het geloof drong door in de hele samenleving, in de politiek en de wetgeving.”

Dat veranderde vanaf de jaren zeventig. Onder invloed van globalisering nam eerst het aantal roepingen af. Vervolgens gingen jongeren niet meer wekelijks naar de kerk. Uit referenda over ethische zaken – echtscheiding, homoseksualiteit – bleek dat de visie van de staat en de kerk over de Ierse samenleving niet meer dezelfde was.

In de jaren negentig kwam uiteindelijk ook een einde aan de morele heerschappij van de kerk. „Eerst kregen we al een lichte schok toen [de populaire en progressieve, red.] bisschop Casey een zoon bleek te hebben”. En toen kwam de grote schok. „Ierland realiseerde zich opeens dat de kerk een rooms-katholieke kerk was, dat we de regels van Rome volgden, en dat de Ierse slachtoffers niet met dat respect en die waardigheid werden behandeld die Ierland wel hadden getoond naar het Vaticaan.”

De onderdanige houding maakte plaats voor wat Inglis „een nieuwe vorm van katholicisme” noemt: „De Ieren stopten niet te geloven. Ze stopten te geloven in het instituut kerk. Ze durven nu te zeggen: ‘het Vaticaan heeft ongelijk’.” Precies dat vertolkte Enda Kenny met zijn toespraak.

Ook David Quinn vindt dat niet verkeerd. Hij is de oprichter van de conservatief-religieuze denktank Iona Institute en oud-hoofdredacteur van The Irish Catholic. „De katholieke kerk was té dominant. Daar zal iedere katholiek het mee eens zijn.”

Ook hij komt met een verwijzing naar de Britse kolonisatie van Ierland. „Toen ik opgroeide, waren er nog ouderen die de Easter Rising van 1912 hadden meegemaakt. De anti-Britse reflex die zij hadden, kom je nu tegen in de relatie tot de rooms-katholieke kerk. Het duurde honderd jaar voordat een Britse monarch hier weer kon komen, en het zal denk ik ook generaties duren voordat deze schade is hersteld.” Maar de regering gaat te ver in zijn anti-katholicisme, vindt Quinn. „De kerk mag nu helemaal geen mening hebben.”

De daadwerkelijke politieke macht van de rooms-katholieke kerk is bovendien beperkt, zegt zowel Quinn als Inglis. Alleen als het gaat om abortuswetgeving of onderwijs – de kerk runt nog altijd negen van de tien basisscholen – is er invloed. Inglis noemt de sluiting van de Ierse ambassade daarom ook „symboolpolitiek”, een beslissing die makkelijk te nemen was. „De lakmoesproef is een nieuwe abortuszaak. Wat zal dan de houding zijn van de regering?” Tot nu toe durft geen politicus zich pro-abortus te noemen.