Historisch, opwindend en met lef

The Artist.

Regie: Michel Hazanavicius. Met: Jean Dujardin, Bérénice Bejo *****.

Een bijna tekstloze, Franse zwart-witfilm, met titelkaarten en een soundtrack vol oude ballroomjazz. Marketingtypes braken zich er vast het hoofd over: hoe verkoop je The Artist? Als gimmickfilm? Als must see? Dat laatste is het zeker, al is het maar omdat The Artist zo ongehoord slim, grappig en ontroerend is. Een bijna perfecte, hartverwarmende film: hulde aan het lef van de filmmakers.

The Artist geldt als een Oscarkandidaat in meerdere categorieën, waaronder beste acteur: Jean Dujardin als zelfingenomen held van de stille film George Valentin. Een uitdovende ster die in een A Star is Born-script het pad van Peppy Miller kruist, actrice van de toekomst. De scène waarin zij halverwege een trap een onhandig smeulend gesprek hebben, is een van de vele klassieke momenten in The Artist. Maar Peppy gaat de trap op, George daalt af. The Artist biedt een droomwereld die historisch is, maar ook exotisch en opwindend. Hier gebeurt iets magisch: het is een tragikomedie die je op allerlei niveaus raakt. Het ene moment lach je of bewonder je een ingenieus shot; dan zie je met een brok in de keel Valentin vallen.

Dat we George Valentin tussen alle grappen door serieus nemen, is ook de verdienste van Jean Dujardin, eigenaar van een winnende glimlach die hier veel diepere registers haalt. Sleutel is de waardige tristesse die hij zelfs in zijn delirium behoudt. Bérénice Bejo, eega van de regisseur, is helemaal op haar plaats als de rijzende ster Peppy Miller. Na de zwoele diva’s van de stille film, sudderend in het diffuse licht van het melodrama, belichaamt zij de avontuurlijke, pittige heldin van de jaren dertig. Dat zij haar grote liefde voor Valentin combineert met terloopse consumptie van toyboys, is een Frans accentje in The Artist. Een klein meesterwerk.

Coen van Zwol