Het ging snel: kort geleden was het nog hommeles

Mark Rutte kreeg de VVD op orde. ‘Gewoon rechts’ is zijn koers. En die werkt. Het enige gevaar is nu eigenlijk nog of de partij wel voldoende tegengeluid organiseert.

Bijna elke week is er kritiek. Dat lijkt dan heftig: de liberalen hadden nooit met de PVV moeten gaan samenwerken, Mauro Manuel mag echt niet worden uitgezet, het taboe rond de hypotheekrenteaftrek moet maar eens worden worden geslecht. Een verdeelde partij dus? Geenszins. Het is altijd dezelfde man die zich roert: Frans Weisglas, de oud-Tweede Kamervoorzitter.

De rijen zijn gesloten, de partij heeft een onbetwiste leider, een heldere koers met een duidelijke communicatielijn. Het gaat goed met de VVD. Zaterdag, tijdens de algemene ledenvergadering in Zaandam, wordt het gezellig. Geen belegen Dixieland-bandje meer, die tijd is al een paar jaar voorbij. Wel een dag dat de VVD-leden op een „energieke, serieuze, maar ook op een ontspannen manier met elkaar inspiratie opdoen hoe je met kleine dingen kunt bijdragen aan een liberaler Nederland”, zo meldt het programma.

Het cliché dat het tegenwoordig snel kan gaan in de politiek is volledig van toepassing op de VVD en diens leider Mark Rutte. Het is niet lang geleden dat er artikelen verschenen waarin de vraag werd gesteld of het ooit nog goed zou komen met de liberalen. Door de interne strijd tussen Mark Rutte en Rita Verdonk, vlak na de matig verlopen verkiezingen van 2006, zakte de VVD diep weg in opiniepeilingen. En nadat Rutte Verdonk had weggekregen duurde het nog wel twee jaar dat er niet meer aan zijn leiderschap werd getwijfeld. Er waren meer kritische mastodonden: oud-partijvoorzitter Bas Eenhoorn zei in 2009 nog dat Rutte zich „te veel liet opjagen”. Een voorganger van Rutte, de inmiddels overleden Hans Dijkstal, vond dat hij „te veel op de incidenten van de dag” inging. Erelid Frits Korthals Altes analyseerde dat de VVD-leider „te weinig greep kreeg op conservatieve kiezers”.

Maar Mark Rutte kreeg de VVD op orde, met een paar vertrouwelingen. Met dank aan Ivo Opstelten (destijds partijvoorzitter), Uri Rosenthal (fractieleider Eerste Kamer), en fractiegenoten Edith Schippers en Stef Blok werd Rutte koersvast. Niet meer profileren op de vrijheid van meningsuiting, geen geflirt meer met het milieu – ‘GroenRechts’ – of pleiten voor verheffing van de onderklasse. Nee, alle communicatie richtte zich op: het op orde brengen van de economie, een kleinere overheid, meer veiligheid en minder immigratie. Gewoon rechts dus. En ook belangrijk: de VVD reageerde niet meer op oprispingen van Geert Wilders. Dat werkte. De VVD is sinds de verkiezingen van 2010 de grootste partij.

En het werkt nog steeds. Rutte heeft de economie en de overheidsfinanciën tot de speerpunten van zijn kabinet gemaakt. De staatsschuld terugdringen en de economie aan de gang houden; de premier lijkt zich nauwelijks met een ander onderwerp bezig te houden. Niemand twijfelt er aan dat de coalitie extra miljarden gaat bezuinigen als de economische voorspellingen en zelf bedachte strenge begrotingsregels dat voorschrijven. Het kabinet is al begonnen met het uitstorten van miljardenbezuinigingen over de samenleving, maar die samenleving houdt zich relatief koest.

Is er dan geen gevaar voor een terugval? Ook hier geldt natuurlijk het cliché dat het snel kan gaan. Het minderheidskabinet blijft kwetsbaar. Het CDA worstelt met zichzelf, en Geert Wilders kan zomaar beslissen ermee op te houden. Bovendien wil een succesvolle partij met een gevierd leider nog wel eens te weinig tegenmacht organiseren. Precies dat gebeurde met het CDA van Jan Peter Balkenende, volgens vele evaluaties en analyses. Ook de CDA-fractie lukte het in de eindfase van het tijdperk-Balkenende zich niet te profileren. Dat lijkt nu ook het geval, de VVD-fractie telt amper leden die bij een groot publiek bekend zijn.

Rutte is zich van deze risico’s bewust. Iets meer interne reuring vindt hij niet erg, zolang het maar over de inhoud gaat. De partij kan nog wel een Frans Weisglas gebruiken.