Excuses Erdogan bloedbad alevieten

De Turkse premier Recep Tayyip Erdogan heeft een taboe doorbroken door namens de staat excuses aan te bieden voor de massamoord op alevieten in de oostelijke provincie Dersim eind jaren dertig.

Het is voor het eerst dat de Turkse staat verontschuldigingen aanbiedt voor de bloedige onderdrukking van minderheden in de vorige eeuw. In Turkije is nu een intens debat uitgebroken over de vraag of de staat ook voor andere bloedbaden excuses moet aanbieden, zoals de massamoord op Armeniërs in 1915.

In de oostelijke provincie Dersim, die tegenwoordig Tünceli heet, verzette de merendeels alevitische bevolking zich eind jaren dertig tegen de assimilatiepolitiek van de eenpartijstaat van Mustafa Kemal Atatürk.

Premier Erdogan toonde gisteren documenten waaruit zou blijken dat ten minste „dertienduizend” mensen vermoord werden tussen 1936 en 1939. De lokale bevolking van Dersim, een ratjetoe van Koerden, Armeniërs, Zaza en Turken, gelooft dat er ruim vier keer zoveel werden omgebracht. „Als verontschuldigingen van de staat nodig zijn, en als die mogelijkheid bestaat, dan bied ik bij deze mijn excuses aan”, zei Erdogan op het partijcongres van zijn AK-partij.

De leider van de oppositiepartij CHP, Kemal Kilicdaroglu, die is geboren in Tünceli, had de regering om dergelijke excuses gevraagd. Maar Erdogan herinnerde eraan dat de CHP in de jaren dertig de eenpartijstaat van Atatürk leidde. „Ben ik het die zijn excuses moet aanbieden of u”, sneerde hij naar de oppositieleider. „Als er iemand in naam van de CHP excuses moet aanbieden, dan bent u het. U komt uit Dersim. U zegt dat het voor u een eer is om uit Dersum te komen. Redt dan die eer.”

Maar deze politieke pesterij schept volgens veel columnisten een belangrijk precedent. „Wat de redenen ook zijn, Erdogans openbaring is belangrijk en heeft belangrijke consequenties”, schrijft Murat Yetkin vandaag in de krant Radikal. „Een psychologische barrière is doorbroken. Deze excuses zijn van groot belang voor de Armeense gemeenschappen, die claimen dat de massamoord in 1915 het resultaat was van genocidaire politiek.”

Studies van bevolkingsregisters tonen aan dat in 1915 ruim een miljoen Armeniërs uit het oosten van het Ottomaanse Rijk verdwenen. Turkije weigert dit als genocide te bestempelen, onder meer uit angst voor de eis van herstelbetalingen.