Europese vissers moeten anders vissen

Veel vissers zien hun vangsten aan haring, makreel, kabeljauw en platvis teruglopen. Oorzaak: ze vangen veel meer vissen dan er geboren worden. Om het evenwicht te herstellen, bepleit de Europese Commissie een ‘duurzame hervorming’ van het Europese visserijbeleid. „Het huidige systeem van quota en visserijrechten rammelt aan alle kanten.”

Niemand weet precies hoeveel vis er nog in de wateren zit. Maar dat het visbestand met de huidige visserijpraktijken eindig is, beseft iedereen. Ook in de Europese wateren zien veel vissers hun opbrengsten aan haring, makreel, kabeljauw en platvis als tong en schol teruglopen, al zien ze nog geen reden voor paniek. De zee heeft zijn eigen dynamiek en zal zich best herstellen, zeggen de vissers.

De Europese Commissie maakt zich wel grote zorgen en wil een nieuwe opzet voor de Europese visserij. Dat moet uiterlijk in 2013 leiden tot ‘duurzame’ visserij in de Europese wateren. En daarbuiten. Want ook elders in de wereld zouden de Europese vissers zich aan de Europese regels moeten houden [zie: Uitgangspunten van het nieuwe Europese visserijbeleid].

Niet alleen de vis staat op het spel, stelt de Griekse eurocommissaris Maria Damanaki, maar ook de visserij-industrie die aan duizenden mensen in Europa een bestaan biedt. De boodschap van Damanaki is helder: „We hebben te veel gevist, te veel vis weggegooid die we niet aan de wal wilden brengen, belastinggeld gebruikt om de vloot groter te maken, en wat is het gevolg? Driekwart van het visstand staat onder druk door overbevissing!”

„Als we zo doorgaan zullen er van de 136 visbestanden in de Europese wateren, in 2022 nog slechts acht duurzaam zijn”, aldus Damanaki. Bij eerdere hervormingen van het Europese visserijbeleid zijn oude visserijvloten gesaneerd. Met Europese subsidies zijn grotere schepen gebouwd die meer vis kunnen bovenhalen. En het systeem van quota en visserijrechten, waarbij aan landen en schepen bepaalde hoeveelheden vangst worden toegedeeld, heeft ertoe geleid dat er enorm veel vis wordt teruggestort in zee omdat die niet van de juiste soort, maat of kwaliteit is. Volgens gegevens van onderzoeksinstituut Imares gaat er op 1 kilo aangelande vis, 1,3 kilo vis overboord. Alle discards, zoals de teruggegooide vissen officieel worden genoemd, gaan dood.

Sjirry Poepjes uit Makkum voert ver van de fonkelende wereld van de Brusselse bureaucratie, haar eigen strijd voor behoud van de duurzame vis en de duurzame visser. De meeste vissers lappen de Europese regels aan hun laars, meent ze. Het overzicht is volledig zoek. Als de landen van de Europese Unie nou eens begonnen met het handhaven van de bestaande regels, dan zouden ze vervolgens kunnen vaststellen hoeveel er gevist kan worden en wat er wel of niet gesaneerd moet worden.

Regels overtreden is niet moeilijk in de visserij, stelt ze vast. Al jaren ziet ze hoe de met Europese subsidies gebouwde ‘Eurokotters’ met hun boomkorren de Nederlandse kustwateren afgrazen op zoek naar garnalen en platvis. Formeel mogen ze binnen de twaalfmijlszone slechts met 300 pk varen, maar de Eurokotters kunnen veel harder en ondanks verzegeling van de motor doen de meeste dat volgens haar ook. „Kracht is vangen, hoe meer bodemberoering, hoe meer vangst.” Het is eerder regel dan uitzondering.

De kleine kustkotter van de familie Poepjes vist dezer dagen op brasem langs de stranden van het IJsselmeer. In de moslimwereld bestaat een goede markt voor deze geschubte vis.

Het grootste deel van het jaar vist zoon Hans, die het scheepje inmiddels van zijn ouders heeft overgenomen, op garnalen in de Waddenzee. Zonder bijvangst, want door een speciale voorziening in het net, wordt de jonge vis eruit gezeefd. Deze zogeheten safelap is officieel verplicht. Ook al gebruiken lang niet alle vissers hem, wat leidt tot flinke bijvangst in de garnalenvisserij.

De Poepjes hebben tien jaar geleden bewust gekozen voor ‘duurzaam’. 2001 was een onverwacht goed jaar. De garnalenprijs was hoog en het geld stroomde binnen. Ze konden investeren.

In plaats van een groter schip te kopen, besloten Sjirry en haar man Arend om hun kotter duurzamer te maken: betere uitrusting, betere motor, minder uitstoot. „Niet groter, maar groener.” Met de WON 77, een kleine kotter van 40 ton, kunnen ze aan twee kanten van de Afsluitdijk terecht. Ze bepalen zelf waar en wanneer ze vissen.

De veel grotere Eurokotters, van wel 150 ton, kunnen zich dat niet permitteren, ze zijn gedwongen wekelijks uit te varen op garnaal en platvis. Niet vissen betekent verlies. Een weekje rustig op het IJsselmeer is er niet bij. De meeste schippers hebben tonnen aan schuld bij de bank af te lossen. Het systeem dwingt ze bijna om de regels te overtreden door met meer pk’s te vissen, bijvangst niet aan te melden of overboord te gooien.

Sjirry Poepjes denkt dat de verplichte installatie van een blackbox op alle schepen, die pk’s, uitstoot, olieverbruik, visuren en visplaatsen vastlegt, al een heel verschil zou maken.

Maar Louwe de Boer uit Urk wil juist minder regels en meer eigen verantwoordelijkheid voor de visser. „Heb je het visserij-jaarboek wel eens bekeken? Al die pagina’s met regeltjes?” De EU-regels zijn om gek van te worden, zegt hij. „In het huidige visserijbeleid vloekt de ene regel met de andere. Het systeem rammelt aan alle kanten.”

De Boer is directeur van Ekofish, een groep van duurzame vissers uit Urk. Hij gooit zijn netten veel verder uit dan de familie Poepjes. Uit de wateren tussen Denemarken en Schotland haalt hij wekelijks ruim 150 ton schol op. Tot begin december. Dan gaat hij in Het Kanaal vissen.

De Urker vindt dat de visserij zelf nauwer bij de nieuwe plannen van Brussel moet worden betrokken. „Reguleren is een taak van onszelf, niet van de overheid”, zegt hij. Van de gegevens over de visstand die de Europese Commissie hanteert, klopt volgens hem „geen zak”. „Wij zien precies wat er op zee gebeurt.”

De Boer vertelt hoe hij al vier jaar geleden vaststelde dat de schol terugkwam; dat hij had met eigen ogen gezien. Uit onderzoek van de Europese Commissie blijkt dat nu eindelijk ook.

De Boer heeft zijn eigen manier van duurzaam vissen ontwikkeld. Aanvankelijk vooral uit economische overwegingen. De brandstofprijzen waren de pan uitgerezen. Inmiddels is Ekofish een overtuigd groen merk dat ook andere vissers probeert over te halen duurzamer te vissen. Zijn schol heeft het gewilde duurzaamheidslabel MSC (Marine Stewardship Council, ook wel ‘gecertificeerde duurzame visserij’ genoemd).

In zijn kantoor op de visafslag in Urk tekent hij het net dat hij heeft ontworpen voor zijn duurzame visserij: de twinrig. Het zijn twee netten die in een punt naast elkaar langzaam over de bodem worden getrokken. Hij hoeft niet volle kracht te varen en bespaart zo brandstof. Door de stand van de mazen die minstens 12 centimeter groot zijn, kan de kleine vis eruit glippen. Volwassen schol blijft hangen aan een botje op de kop van de vis.

Zo kan De Boer specifiek op schol vissen, de bijvangst die hij aan wal brengt beperken tot een kwart, en de ‘discards’ die terug de zee in gaan tot 3 procent. Specifieke visserij op één soort, heeft de toekomst, meent hij. „Het probleem is de gemengde visserij die van alles tegelijk ophaalt.”

In het nieuwe visserijbeleid, waarover nog met de EU-regeringen en het Europees Parlement overeenstemming moet worden bereikt, stelt Brussel voor om het overboord zetten van ‘discards’ te verbieden. Alle vis die uit zee wordt gehaald zou moeten worden aangeland. Dat zou meer inzicht geven in wat er eigenlijk op zee gebeurt.

Op basis van de vangst zou ook beter berekend kunnen worden hoe groot of klein het bestand van een vissoort is. Door ontwikkeling van technologie zou er meer specifiek op bepaalde soorten kunnen worden gevist, zoals de Ekofish-groep al doet. Wat er toch nog meekomt zou aan de wal gebruikt moeten worden voor de productie van diervoer of vismeel.

Milieuorganisatie Greenpeace gaat dat nog lang niet ver genoeg. De verplichte aanlanding van alle bijvangst is een belangrijke stap, maar lost het probleem niet op. Jaarlijks wordt er, als het bijvoorbeeld om tong gaat, meer vis op de veilingen aangeboden dan er gevist zou mogen worden. Zolang er een quotasysteem blijft bestaan dat zegt hoeveel een visser mag vissen, zal de neiging groot zijn om de regels te overtreden, stelt Saskia Richartz van Greenpeace in Brussel.

Net als vissersvrouw Poepjes in Makkum, noemt Richartz de meeste vissersschepen „veel te groot om duurzaam te kunnen vissen”. Daar moet dus rigoureus het mes in. „De zee is van ons allemaal. De rechten moeten niet per land verdeeld worden. Er moet een openbare inschrijving komen. Het gaat er om wie mag uitvaren en wie niet. Goed gedrag moet beloond worden. Niet slecht gedrag, zoals nu.”

Renée Postma

Grieken hebben de meeste schepen, Spanjaarden vangen de meeste vis