'Er zijn te veel goede documentaires'

Veteraan Viktor Kossakovski maakte een documentaire over de mensen die op aarde elkaars tegenvoeters zijn. „Ik heb mijn kinderlijke nieuwsgierigheid nog.”

„Ik heb geen fantasie, en ik vind nooit iets nieuws uit”, zegt de Russische filmmaker Viktor Kossakovski (50). „Maar als er iets grappigs te zien is, heb ik dat in de gaten.”

Zijn film ¡Vivan las antipodas! (Leve de tegenvoeters) berust op een kinderlijk idee, vindt hij. „Als kind stel je goeie vragen: wat is er onder ons, aan de andere kant van de aardbol? Waarom vallen we er niet af? De meesten van ons vergeten die vragen als we ouder worden. Maar ik niet.”

In zijn eerdere documentaire Svjato, uit 2005, liet Kossakovski zijn zoontje van vijf spelen voor een grote spiegel. Het ventje wordt driftig, als hem duidelijk wordt dat hij niet tegelijkertijd zichzelf in de spiegel kan zien én fysiek aanwezig zijn achter de spiegel.

In ¡Vivan las antipodas! wordt dit soort praktische beperkingen voor de kijker opgeheven: hij is tegelijkertijd aanwezig op vier plaatsen op het noordelijk halfrond, en vier op het zuidelijk halfrond, die twee aan twee precies tegenover elkaar op de aardbol liggen. Het onmogelijke wordt waar: een kijkje nemen bij de tegenvoeters. Dat die tegenvoeters af en toe met hun hoofd naar beneden in beeld komen, vind je als kijker al vlug normaal. Onder en boven bestaan immers niet op een bol. We zitten er allemaal tegen aan geplakt.

Kossakovski begon in 2007 met de voorbereidingen voor ¡Vivan las antipodas!, dat eerder dit jaar het festival in Venetië opende – heel bijzonder voor een documentaire. „Bij gesprekken met mogelijke geldschieters moest ik vaak uitleggen wat tegenvoeters zijn. Ik kocht een plastic globe en breinaalden om het duidelijk te maken.” Het idee was al ouder. „Op mijn 20ste ging ik als camera-assistent mee met een wetenschappelijke expeditie naar de Noordpool. Maand op een ijsbreker, met alleen mannen. Op een avond zei de kok: ‘ik mis mijn vriendin zo, maar ja, die is met een wetenschappelijke expeditie op de Zuidpool’. Dat was in de tijd voor mobiele telefoon en Skype en ik dacht hé, daar zou je een film over kunnen maken.”

De acht locaties liggen in Chili, Argentinië, Botswana, Nieuw-Zeeland, Spanje, Rusland, Hawaï en China. „Er zijn niet veel mogelijkheden omdat er op het zuidelijk halfrond minder landmassa is”, legt Kossakovski uit. „Mijn eerste idee was om de tegenvoeters van het Kremlin en het Witte Huis te filmen, maar in beide gevallen kom je dan in een oceaan uit.”

Wanneer hij op een locatie filmde, stuurde Kossakovski zijn assistent erop uit om te kijken wat de toestand was op de exacte tegenpool. Hij wilde steeds in staat zijn de beelden van twee tegenpolen met elkaar te laten rijmen. „Heel wonderlijk was het verband vaak meteen duidelijk: tegenover vissende mannen in Chili lag een plek waar Chinezen visten. Tegenover twee eenzame mannen die in Patagonië tol heffen bij een brug, stonden twee eenzame vrouwen in een huis naast het Baikal-meer.”

Soms was het even zoeken naar beeldrijm: de structuur van gestolde lava op Hawaï bleek in close up bijna dezelfde structuur te hebben als de huid van een olifant in Botswana. Op een strand in Nieuw-Zeeland filmde Kossakovski het aanspoelen en sterven van een reusachtige walvis – een aangrijpende sequentie waarmee de film eindigt. „Mijn assistent liet vanuit Spanje weten dat er aan die kant alleen stenen waren. Ik dacht al dat ik de beelden van de walvis weg moest gooien, maar ben toch nog even zelf gaan kijken in Spanje. Toen zag ik opeens een grote steen die dezelfde vorm had als het lijk van de walvis. Net als Picasso kan ik zeggen: ‘ik zoek niet, ik vind’.”

¡Vivan las antipodas! is ook een ode aan de universaliteit: waar je ook gaat, overal op de aardbol scharrelen mensen en dieren rond die er het beste van proberen te maken. De filmmaker zorgt regelmatig voor kortsluiting: Hawaïaanse muziek begeleidt beelden uit Botswana; de weerspiegeling van bergen in zee blijkt bij nader inzien die van bergen op een andere locatie.

Voor een vrolijke noot zorgt de verhouding tussen mens en dier: van de ergernis van een Chileense man over opdringerige katten tot de vrouw in Botswana die klaagt dat ze iedere ochtend bij het openen van haar dorpswinkel de stront van een kudde van dertig olifanten moet opruimen. „Het belang van de mens op aarde wordt sterk overdreven”, vindt Kossakovski. „Vandaar mijn aandacht voor de walvis, de zee-adelaars, de honden.” Taal speelt in de film dan ook een ondergeschikte rol – vandaar de Spaanse titel voor een Russische film. Wat zijn maker betreft mag ¡Vivan las antipodas! rustig zonder ondertitels vertoond worden.

Kossakovski, trouw bezoeker van het IDFA, heeft oude banden met het festival. Hij won er in 1993 met zijn eerste eigen film, Bjelovi, de toenmalige Joris Ivens Award. Er zijn te veel goede documentaires in de wereld, vindt hij. „Twintig jaar geleden kende je alle echt goede documentairemakers bij naam, een stuk of 25. Maar nu: iedereen neemt maar een videocamera ter hand en maakt een goede film. Alleen al op IDFA zijn er 392. Niemand kan die allemaal zien, en ze bewerkstelligen niets meer. Er zouden alleen nog maar excellente, meesterlijke films moeten worden uitgebracht.”

¡Vivan las antipodas! draait vrijdag 25/11 nog (buiten competitie) op het IDFA en komt volgend jaar in de Nederlandse filmtheaters.