Eindelijk is er wat te kiezen

Het communistische Cuba liberaliseert haar economie.

Zo mogen Cubanen straks direct hun oogst verkopen aan restaurants én verhuizen naar een andere stad.

Moros y Cristianos, zo heet een populair Cubaans gerecht. De ‘Moren’ staan voor zwarte bonen, ‘Christenen’ voor witte rijst. Voedzaam, maar buitenlandse toeristen hangt het gerecht vaak de keel uit na een week vakantie op het communistische eiland. Elke dag weer bonen met rijst.

Een nieuwe hervorming in Cuba moet zorgen voor gevarieerdere toeristenmenu’s. Vanaf 1 december mogen Cubaanse boeren hun oogst rechtstreeks aan hotels en restaurants verkopen, zo werd maandag aangekondigd in het officiële staatsbulletin voor wetsveranderingen.

De maatregel reduceert de rol van de centrale inkoopbedrijven van de Cubaanse staat, waar groente en fruit vaak liggen te rotten door trage distributie en een slechte afstemming van vraag en aanbod.

De liberalisering van de landbouw gaat echter gepaard met strenge voorwaarden. De boeren mogen hun oogst alleen vrij verkopen aan staatshotels en -restaurants, het domein van toeristen. Het blijft verboden rechtstreeks te leveren aan Cubanen met een eigen restaurant of eetstalletje. Deze groeiende groep kleine ondernemers – vorig jaar zijn 178 beroepen vrijgegeven, tegelijk met het gefaseerde ontslag van een miljoen ambtenaren – blijft aangewezen op de distributiepunten van de staat.

Dit soort begrensde markthervormingen is typerend voor president Raúl Castro. Sinds hij in 2006 het leiderschap overnam van zijn broer Fidel heeft hij de inefficiënte Cubaanse planeconomie – tot voor kort werkte 80 procent van de Cubanen voor de staat – geliberaliseerd.

Maar telkens op afgebakende gebieden. Sinds deze maand mogen Cubanen hun auto verkopen en ook voor huizen geldt dat straks, zo werd ruim twee weken geleden aangekondigd. Deze week volgde de aanvulling dat Cubanen ook van de ene naar de andere stad mogen verhuizen.

Alhoewel binnen en buiten Cuba hoopvol wordt gekeken naar de liberaliseringen, is het te vroeg om vast te stellen dat de Cubaanse bevolking economische vrijheden krijgt zoals die er tegenwoordig zijn in communistisch China, laat staan politieke vrijheid. De restricties aan vrij ondernemerschap, handel en privé-eigendom zijn nog altijd aanzienlijk.

De onder Raúl Castro aangekondigde hervormingen betekenen dan ook niet een geleidelijke overgang naar een vrijemarkteconomie, zeggen veel Cuba-experts, maar juist een poging om het communisme te versterken door de zwakke plekken aan te pakken. Raúl Castro (80) wil dat het socialistische systeem overleeft als de generatie van nu bejaarde leiders straks overleden is.

Het simpele feit dat Cuba verandert, betekent niet dat ze hun nationalisme en het ethos van de revolutie van 1959 afwerpen, concludeerde de Amerikaanse analist Julia Sweig naar aanleiding van het partijcongres van de Cubaanse communisten in april dit jaar, waar de economie een belangrijk agendapunt was. Sweig, die Cuba al jarenlang volgt bij de denktank Council on Foreign Relations, zei in een interview op haar website dat Raúls hervormingen „geen concessie zijn” maar „een noodzakelijkheid om de verworvenheden van de afgelopen vijftig jaar” te bewaren.

Het dubbele muntsysteem van Cuba maakt het waarschijnlijk dat de afgebakende ‘vrije markten’ van Raúl Castro zullen zorgen voor meer ongelijkheid. De huizen en auto’s worden vermoedelijk gekocht door de kleine groep Cubanen die toegang heeft tot de Peso Cubano Convertible (CUC). Dit is de munteenheid waar toeristen mee betalen en waar dollars van Cubaanse familieleden in Amerika tegen geruild worden. De rest leeft van de normale peso, een nagenoeg waardeloze munt.

De kracht van het Castro-regime is dat de leiders bepalen wie toegang krijgt tot CUC. Zij kennen banen toe in de toeristensector, die vrijwel geheel in staatshanden is. Ook artsen en andere ambtenaren van aanzien krijgen hun salaris deels in CUC. Deze poortwachterfunctie creëert loyaliteit aan de overheid. Een interessant detail uit de nieuwe landbouwhervorming: boeren die hun oogst leveren aan de toeristenhotels – een bron van CUC voor de Castro’s – worden betaald met gewone pesos. Genoeg voor een bord rijst en bonen.