De vogel gaat voor de vrouw

Elk weekend komen in Den Haag Surinaamse mannen samen om een wedstrijdje te doen met hun zangvogels.

Ze pronken met hun twa twa’s en picolets alsof het hun kinderen zijn.

Ze zijn niet groter dan een mus, maar dat wil niet zeggen dat ze geen volwaardig lid van de familie zijn. Surinaamse mannen houden van hun zangvogeltjes alsof het hun kinderen zijn. „Nederlanders lopen met hun hond, wij met onze vogels.” Hoogtepunt in deze relatie zijn de wedstrijden die met de vogeltjes worden gehouden. Het draait allemaal om de eer, om wie de kampioen in zijn kooi heeft.

Normaal spreken ze af op een grasveldje bij de Uithof, maar daar was het op deze zondagochtend nat en koud. Daarom zijn de ongeveer vijftig leden van zangvogelvereniging Beef-Free uit Den Haag bijeengekomen in een kleine ruimte achter een schildersbedrijf, naast station Laan van NOI. Twee tegels zijn uit het systeemplafond opzijgeschoven om een lange stok te bevestigen, met daaraan een dozijn vogelkooitjes. Vanuit stalen bakken worden porties bami en roti uitgedeeld. Op tafel staat de reden dat ze bij elkaar komen te glimmen: de beker voor het kampioenschap van Den Haag.

Bij de wedstrijden gaat het niet om de schoonheid van de zang van de mannelijke twa twa’s of picolets, de twee soorten zangvogels waar voornamelijk mee wordt gestreden. Het gaat om het aantal ‘slagen’ dat de vogel in een kwartier kan fluiten. „Hoe korter dat riedeltje, hoe beter”, legt Suniel Chedie uit. Hij is dit jaar Nederlands kampioen twa twa. Zijn vogel Labaria won eerst de competitie in Amsterdam om daarna de kampioenen van de twee andere competities in Den Haag en Rotterdam, te verslaan.

Bij de twa twa’s is de kiauw het hoogst haalbare. Dit deuntje wordt het meest gewaardeerd. In het leren ervan gaat veel tijd zitten, want van nature zingen de vogels het niet. „Wilde twa twa’s hebben een boesh-slag en maar weinigen vinden die mooi. Daarom leren we ze andere melodieën.” Voor die training heb je andere twa twa’s nodig. Suniel Chedie: „Die noemen we makers. Het zijn een soort docenten, je hoort ze alleen als een andere twa twa vals fluit. Dan corrigeren ze hem.” Ze zijn niet geschikt voor wedstrijden. Zolang ze geen valse kiauw horen, houden ze hun bek.

Wat Suniel Chedie wel zelf kan aanleren, is om de kampioen zo tam mogelijk te maken. Voelt de vogel zich op zijn gemak, dan zal hij beter presteren. Daarom zijn zijn vogels onderdeel van het gezin. „Er hangt bijvoorbeeld een kooitje in de kamer van mijn dochtertje. Ik moest wel een teddybeer uit de kamer halen, want daar was hij bang van.” Soms gaat hij weleens stukjes rijden met een van zijn vogels. „Mijn vrouw zit dan achter het stuur en ik daarnaast, met het kooitje op mijn schoot.”

Achter in de ruimte waar de Haagse prijzen worden verdeeld, zit een groep oude mannen. De meesten hebben hun eerste zangvogeltjes nog zelf in het bos in Suriname gevangen. „Dat gaat heel makkelijk’’, legt Jacob Zahoer uit. Zijn dunne snorretje telt even zoveel grijze haren als zwarte. „Je neemt een kooitje met een mannetje mee het bos in en zet het in het territorium van een ander mannetje. Laat het deurtje van de kooi openstaan.’’ In de drang het gebied te verdedigen, vliegt de vogel zijn gevangenschap binnen.

Vaak worden zo rowties of gelebeks gevangen. Twa twa’s zijn zeldzamer en daarom erg gewild. Een goede zangvogel brengt zo 4.000 euro op. „In Suriname loop je op straat met een twa twa om ermee te pronken. Zoals een Rolex”, zegt Zahoer lachend. Hij wijst naar de stok met kooitjes met vogels onder het systeemplafond. „Daar hangt makkelijk voor 20.000 euro aan fluiters.” Ook Jacob Zahoer gaat met zijn vogels op stap. „Ik loop een blokje om of ga met ze naar de naar de markt.’’

De rivaliteit tussen de mannetjes maakt het mogelijk wedstrijden te houden. Een vrouwtje, in zangvogelkringen pop genoemd, gaat altijd mee. „De pop blijft achter in de auto en als de twa twa andere mannetjes ziet, zal hij willen strijden om het wijfje te imponeren”, vertelt Suniel Chedie. Kunst is om de zangvogel tijdens het kwartier te laten pieken. Daarvoor moeten ze op ‘spang’ worden gebracht, dat wil zoveel zeggen als op scherp worden gezet. Iedereen heeft daar zijn eigen manier voor. Bij Jacob Zahoer thuis is iedereen de dag voor de wedstrijd muisstil om de vogels gelegenheid te geven zich voor te bereiden.

De wedstrijden gaan om de eer. Soms krijgt de winnaar een vliegticket naar Suriname. Geldprijzen geven de drie verenigingen niet, al wordt er soms wel op de vogels gewed. De competitie wordt gehouden in de zomer, want zangvogels in een sporthal tegen elkaar laten fluiten kan niet. „De zon moet erbij zijn”, zegt Suniel Chedie. Ook moet het warm zijn, want onder de vijftien graden gaan ze dood.

De prijzen in Den Haag zijn inmiddels uitgereikt. De bestuurleden van Beef-Free hebben voor de inzet dit jaar elk een mooie bos bloemen gehad.

Vanuit een klein flesje, waar eens bronwater van het huismerk van Albert Heijn in zat, wordt rum in witte koffiebekertjes met cola geschonken. „Schrijf maar op”, schreeuwt iemand, „Vogels zijn belangrijker dan de vrouwen, is echt waar!” „Zo”, zegt Joy Ramdaras, eigenaar van het schildersbedrijf waar de bijeenkomst plaats vindt grijnzend, „jij hebt alvast een kop voor boven je artikel.” Om eraan toe te voegen dat het niet voor iedereen geldt. Feit blijft dat zangvogels houden druk legt op een relatie. Er zijn huwelijken in Den Haag daardoor gestrand.

Want de liefde tussen man en vogel gaat ver. Iedereen bij Beef-Free is het er over eens dat een band met een vogel net zo sterk kan zijn als met een kind. In gevangenschap kunnen twa twa’s wel dertig jaar worden, tijd genoeg om je aan het beestje te hechten. „Ik zou erg verdrietig zijn als Ricardo dood gaat”, zegt Suniel Sriram. Hij kocht de twa twa twee maanden nadat hij uit het ei was gekropen.

Ricardo is niet zomaar een kampioen. Hij heeft het Nederlands record van meest aantal slagen op zijn naam. In de wedstrijd tegen Jongboy in 2008 (te zien op YouTube) werden 254 slagen geturfd. „Ik maak elke ochtend een praatje met hem”, gaat Suniel Sriram verder. „‘Hee boy’, zeg ik eerst. Altijd hetzelfde.” Een twa twa zoals Ricardo wordt volgens hem maar een keer in de duizend jaar geboren. „Hij is echt heel apart”, legt Sriram uit. De vogelvriend naast hem knikt instemmend en voegt toe; „Ricardo is heel bijzonder.”

Blijft het de vraag of er toekomst is voor de verenigingen. „Bijna iedereen hier is in Suriname geboren”, zegt Joy Ramdaras. „We zijn opgegroeid in een samenleving vol zangvogels. De jongeren die hier in Nederland zijn geboren, hebben dat niet meegekregen.” Daarom is er weinig nieuwe aanwas bij de clubs. De zoon van Joy beaamt dit. „Je kunt niet echt zeggen dat het leeft onder de jeugd. Wij zijn toch met andere dingen bezig en geven ons gespaarde geld echt niet uit aan dure zangvogels.”