De Uitspraak: Mag een huisarts euthanasie plegen op een gevorderd demente patiënt?

Mag een huisarts euthanasie plegen als de patiënt te dement is om de euthanasieverklaring na te vertellen? Met commentaar van NJB-medewerker Aart Hendriks, hoogleraar gezondheidsrecht in Leiden.

De Zaak. Een huisarts pleegt euthanasie op een oudere vrouw met de ziekte van Alzheimer. Sinds de diagnose staat vast dat de vrouw euthanasie wil zodra opname in een verpleeghuis nodig wordt. Haar verzoek staat op papier en is regelmatig besproken en bevestigd. Na een plotselinge verslechtering is zij alleen nog bij vlagen helder. Zij kan zich haar verzoek gedeeltelijk herinneren maar de wens om euthanasie niet meer onderbouwen. Wel herhaalt ze liever te sterven dan naar een verpleeghuis te moeten.

Wat mag een arts doen? Bij ondraaglijk en uitzichtloos lijden mag een arts op uitdrukkelijk en weloverwogen verzoek van de patiënt diens leven beëindigen. De arts vraagt een collega om advies.

Waarom is dit een kwestie? De vraag is of iemand bij wie dementie verder is, nog voldoet aan het criterium ‘weloverwogen’. In deze zaak is is de patiënt niet meer voldoende wilsbekwaam, althans volgens één consulterende arts. Ze herhaalde wel haar doodswens, maar vroeg niet meer rechtstreeks aan de huisarts om dat te doen. De vraag is of euthanasie dan mag.

Hoe bereidde de huisarts zijn besluit voor? Hij onderzocht of de ziekte van Alzheimer de patiënte ondraaglijk deed lijden, of er uitzicht op genezing was en of haar lijden nog verlicht kon worden. Ook liet hij uitzoeken of de vrouw misschien aan een depressie leed. Hij sprak over een periode van jaren met de patiënte over haar ziekte en over haar wens om te overlijden vóór opname in een verpleeghuis. Hij vroeg twee collega’s om advies. Eén arts kon na een gesprek met de vrouw niet bevestigen dat haar euthanasieverzoek vrijwillig en weloverwogen was. De tweede arts vond dat de vrouw wel na kon denken over dementie met het verpleeghuis als consequentie. ‘Mede op basis van de schriftelijke verklaring’ vond deze arts dat aan de criteria was voldaan. Daarop volgde euthanasie.

Wat wil de toetsingscommissie weten? Waarom vond de tweede arts dat de demente patiënte toch voldoende concreet om euthanasie vroeg? Waarom vroeg de huisarts na een negatief oordeel een tweede collega. En hoe vond hij deze collega?

De huisarts zegt dat hij de patiënt trouw wilde blijven toen ze verslechterde en ze haar doodswens bleef herhalen. Hij kende de tweede arts niet, maar zocht naar iemand met verstand van dementie. Ook omdat hij zich ‘eenzaam’ voelde in deze procedure. Hij zocht iemand die mee wikte en woog.

De tweede arts vindt dat de wens van een patiënt die zich niet goed meer uit, kan worden gewogen door de familie erbij te betrekken. De ‘contouren van het lijden’ van de patiënt worden dan duidelijk. „Een deel van de autonomie van de demente mens is bij de naasten terecht gekomen”.

Hoe luidt het oordeel? Een schriftelijke verklaring kan een mondeling verzoek vervangen. Alle feiten in aanmerking genomen is het aannemelijk dat het verzoek vrijwillig en weloverwogen was. De tweede arts heeft onafhankelijk en objectief kunnen adviseren. De huisarts handelde zorgvuldig.

Lees hier het oordeel van de toetsingscommissie euthanasie.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

    • Folkert Jensma