De familie kan de contouren schetsen van het lijden van een demente vrouw

Mag een huisarts euthanasie plegen als de patiënt te dement is om de euthanasieverklaring na te vertellen?

De Zaak. Een huisarts pleegt euthanasie op een oudere vrouw met alzheimer. Sinds de diagnose staat vast dat de vrouw euthanasie wil zodra zij naar een verpleeghuis moet. Het verzoek staat op papier en is vaak besproken en bevestigd. Na een verslechtering is zij alleen bij vlagen helder. Zij herinnert zich haar verzoek gedeeltelijk maar kan de euthanasiewens niet meer onderbouwen. Wel herhaalt ze liever te sterven dan naar een verpleeghuis te moeten.

Wat mag een arts? Bij ondraaglijk, uitzichtloos lijden mag een arts op uitdrukkelijk en weloverwogen verzoek van de patiënt diens leven beëindigen. Een collega moet advies geven.

Waarom is dit een kwestie? De vraag is of iemand bij wie dementie verder is, nog iets ‘weloverwogen’ kan verzoeken. Hier is de patiënt niet meer voldoende wilsbekwaam, althans volgens één geconsulteerde arts. Ze herhaalde wel de doodswens, maar vroeg niet meer rechtstreeks aan de huisarts om dat te doen. De vraag is of euthanasie dan mag.

Hoe bereidde de huisarts zijn besluit voor? Hij onderzocht of de vrouw ondraaglijk leed, of er uitzicht op genezing was en of haar lijden verlicht kon worden. Ook keek hij of de vrouw misschien een depressie had. Hij sprak over een periode van jaren met de patiënte over haar ziekte en haar wens. Hij vroeg twee collega’s advies. Eén arts kon na een gesprek met de vrouw niet bevestigen dat haar verzoek vrijwillig en weloverwogen was. De tweede arts vond dat de vrouw wel na kon denken over dementie met het verpleeghuis als consequentie. „Mede op basis van de schriftelijke verklaring” vond deze arts dat aan de criteria was voldaan. Daarop volgde euthanasie.

Wat wil de toetsingscommissie weten? Waarom vond de tweede arts dat de patiënt toch voldoende concreet was? Waarom vroeg de huisarts een tweede collega? En hoe vond hij deze collega?

De huisarts zegt dat hij de patiënt trouw wilde blijven. Hij kende de tweede arts niet, maar zocht naar iemand met verstand van dementie. Ook omdat hij zich „eenzaam” voelde in deze procedure. Hij zocht iemand die mee wikte en woog.

De tweede arts vindt dat de wens van een patiënt die zich niet goed meer uit, kan worden gewogen door de familie erbij te betrekken. De „contouren van het lijden” worden dan duidelijk. „Een deel van de autonomie van de demente mens is bij de naasten terecht gekomen.”

Hoe luidt het oordeel? Een schriftelijke verklaring kan een mondeling verzoek vervangen. Alle feiten in aanmerking genomen is het aannemelijk dat het verzoek vrijwillig en weloverwogen was. De tweede arts heeft onafhankelijk en objectief kunnen adviseren. De huisarts handelde zorgvuldig.

Folkert Jensma