Aapjes van het Vijlenerbos

Deze maand start de winterslaap van een onbekende maar niet onbeminde inwoner van Limburg: de hazelmuis

Ga aan de rand van het Vijlenerbos in Zuid-Limburg staan en je kijkt uit over het totale verspreidingsgebied van de hazelmuis in Nederland. Waarom is deze speciale muis nergens anders dan op deze luttele vierkante kilometers te vinden? Ruud Foppen, hazelmuiskenner: „Dit is de uiterste hoek van het natuurlijke verspreidingsgebied. De hazelmuis wil een landklimaat, met warme zomers en relatief koude winters. Dat vind je in Nederland alleen hier.”

Het gaat best goed met de hazelmuis. „Begin jaren negentig telden we ongeveer twintig nesten”, zegt Foppen. Maar er kwam een beschermingsprogramma met subsidies voor boeren en terreinbeheerders. „Nu zijn hier meer dan honderd nesten te vinden.” Jammer alleen dat nog niet iedereen van het bestaan van dit grappige beestje op de hoogte is. Zodat ijverige ambtenaren per ongeluk wegbermen laten maaien waarin de hazelmuis zijn nest heeft gebouwd. Vandaag wandelen ambtenaren van de gemeente Vaals met Foppen langs de rand van het Vijlenerbos. Hier bouwt de hazelmuis graag zijn nest. Foppen: „Prachtig dat ik deze mensen bij elkaar heb. Eigenlijk zou je als kenner altijd met de maaiers moeten meelopen. ”

Foppen is een fan van hazelmuizen, een van de weinige muizensoorten die een lange winterslaap houden. Van november tot april liggen ze opgerold in de humuslaag van een bos. ’s Winters daalt hun temperatuur tot 0,2 graden Celsius. „Hun hart slaat maar drie keer per minuut. Zo verliezen ze weinig energie”, aldus Foppen. De zomer en het najaar brengen hazelmuizen op enkele meters hoogte door. Zodat ze niet verschalkt worden door uilen, marters of gaaien. Ze bouwen nesten om jongen groot te brengen, maar ook nesten waarin ze slapen of van waaruit ze eten zoeken. Ze eten zachte vruchten zoals bramen, maar ook kastanjes. En hazelnoten natuurlijk.

Foppen wandelt onvermoeibaar verder om uit te vinden hoe het staat met de bewoners van de nestkasten die hij tussen Epen en Vaals heeft opgehangen. Hij beschikt over een camera waarmee hij op afstand in de kast kan loeren. Meestal kijken twee oogjes terug. De ronde oren als getekend op de kop. Het lijken wel aapjes. „Klopt”, zegt Foppen. „Ze zijn gebouwd om te klimmen. Ze hebben speciale opponeerbare tenen.”

Foppen en andere wetenschappers willen de genetische structuur van de hazelmuispopulaties in kaart brengen. Ze vermoeden dat die weinig gevarieerd is, wat op inteelt wijst. „Dat komt door de versnippering van het landschap”, zegt René Krekels. Hij leidt een Europees onderzoeksproject naar het beestje. „Hoe kleiner het verschil in genetische structuur, hoe groter de kans dat het landschap geen mogelijkheden biedt voor uitwisseling van populaties.” Je moet het landschap herstellen, suggereert hij, zorgen dat de muizen via houtwallen van de ene bosrand naar de andere kunnen schieten.

De tocht eindigt met een laatste observatie van een jonge hazelmuis, zijn knuistjes vastgeklonken aan een tak, wiegend in de wind.