Zwijgen is goud in ode aan stil Hollywood

The Artist. Regie: Michel Hazanavicius. Met: Jean Dujardin, Bérénice Bejo, John Goodman, James Cromwell, Penelope Ann Miller. In: 19 bioscopen. *****

Een bijna tekstloze, Franse zwart-witfilm, met titelkaarten en een soundtrack vol oude ballroomjazz. Marketingtypes braken zich vast het hoofd erover: hoe The Artist te verkopen? Als gimmickfilm? Als must see-film? Dat laatste is The Artist zeker, al is het maar omdat hij zo ongehoord slim, grappig en ontroerend is. Een bijna perfecte, hartverwarmende film: hulde aan het lef van de filmmakers.

Franse intellectuelen hebben een pathologische haat-liefdeverhouding met Hollywood. Minachting voor lopende bandemotie, diepe haat voor Franse filmmakers die het als Luc Besson wagen ‘Amerikaans’ te filmen, vastberadenheid om eigen volk daartegen te beschermen. En tegelijk slappe knieën voor Hollywoodglamour – zie Cannes – en geëxalteerde verering voor Amerikaanse regisseurs die zichzelf hooguit als vaklieden zien.

Misschien zit er de wens achter om erkend te worden: wat dat betreft leeft regisseur Hazanavicius nu de droom. The Artist geldt als een Oscarkandidaat in meerdere categorieën, waaronder beste acteur: Jean Dujardin als zelfingenomen held van de stille film George Valentin. Een uitdovende ster die in een A Star is Born-script het pad van Peppy Miller kruist, actrice van de toekomst. De scène waarin zij halverwege een trap een onhandig smeulend gesprek hebben, is een van de vele klassieke momenten in The Artist. Maar Peppy gaat de trap op, George daalt af.

Retrofilms zijn in de mode nu je elke denkbare 'look' uit de computer kan toveren. Films die perfect een film noir nabootsen, actiefilms uit de jaren tachtig, Steven Spielberg anno 1979. Hazanavicius geldt als meester in dat genre met pastiches waarin Dujardin de Franse James Bond speelt, OSS-117: een oliedom, schattig Gallisch haantje dat in de jaren vijftig of zestig Kairo en Rio onveilig maakt. Zijn die films knap en amusant, The Artist biedt veel meer: een droomwereld die historisch is, maar ook exotisch en opwindend als Avatar. Hier gebeurt iets magisch: het is een tragikomedie die je op allerlei niveaus raakt. Het ene moment lach je of bewonder je een ingenieus shot; dan zie je met een brok in de keel Valentin vallen.

Dat we George Valentin tussen alle grappen door serieus nemen, is ook de verdienste van Jean Dujardin, eigenaar van een winnende glimlach die hier veel diepere registers haalt. Sleutel is de waardige tristesse die hij zelfs in zijn delirium behoudt. Bérénice Bejo, eega van de regisseur, is helemaal op haar plaats als de rijzende ster Peppy Miller. Na de zwoele diva’s van de stille film, sudderend in het diffuse licht van het melodrama, belichaamt zij de avontuurlijke, pittige heldin van de jaren dertig. Dat zij haar grote liefde voor Valentin combineert met terloopse consumptie van toyboys, is een Frans accentje in The Artist. Een klein meesterwerk.

Coen van Zwol

    • Coen van Zwol