Zjenja en Pasja hebben hun kraam

Zjenja en haar man Pasja hebben een zuurstal, een koninkrijk van gepekelde augurken, scherpe pepertjes, ingemaakte kool, komkommers, wortels, knoflookstengels, paddestoelen en tomaten. Iedere vrijdag en zaterdag staan ze op het marktje tegenover mijn huis.

Zjenja en Pasja komen uit een boerendorp op 120 kilometer van Moskou, waar ze met hun drie kleine kinderen wonen. Om op de markt te komen, trotseren ze op donderdagmiddag de file, die hen soms urenlang gijzelt. En ’s winters vechten ze op de weg met ijs en sneeuw.

Als ze donderdagavond hun busje en kraam op de markt hebben geparkeerd, maakt Zjenja eerst wat bordjes met zuurwaren klaar. „Voor de klanten”, zegt ze. „Zodat ze morgen kunnen proeven hoe lekker alles bij ons is.” Als Zjenja de bordjes heeft bereid, gaan zij en haar Pasja slapen: op de bodem van de laadruimte van hun busje, want dat is tot zaterdagavond hun hotel. Ook daar is het gezellig en knus, want Zjenja en Pasja zijn gelukkig met elkaar en trekken zich weinig aan van alle ellende in hun land en de rest van de wereld.

De kraam is hun nieuwste aanwinst: een mobiel winkeltje met een hoge toonbank en een opklapbaar luik, dat de klanten beschermt tegen regen en sneeuw. Ze hebben het verdiend met hard werken. In het vervolg hoeven ze niet meer de hele dag in een koude tent te staan, zoals de meeste andere marktkooplieden.

Hun vooruitgang menen Zjenja en Pasja aan Vladimir Poetin te danken te hebben, want onder zijn bewind is er ‘stabiliteit’ gebracht. „Daarom gaan we op 4 december maar op zijn partij Verenigd Rusland stemmen en in maart op hem”, zegt Pasja. „Een alternatief is er toch niet en een serieuze oppositie hebben we evenmin. Dus wat moet je anders?”

Eerlijk gezegd kunnen ze geen enkele naam van een oppositiepoliticus bedenken. „Die zien we nooit op de buis”, zegt Zjenja. „We kijken alleen naar het nieuws op de staatstelevisie en daar zien we alleen Poetin en Medvedev. Radio Echo Moskvy ontvangen we niet. Maar wat doet het er ook toe? Politiek interesseert toch niemand. Het maakt allemaal niets uit, omdat we er geen enkele invloed op kunnen uitoefenen. We richten ons liever op ons gezin.”

Mijn vraag of ze ooit van de bekende corruptiebestrijder en blogger Aleksej Navalny of de klokkenluidende politiemajoor Aleksej Dymovski hebben gehoord, levert alleen twee vragende gezichten op. „Nooit van gehoord”, zeggen ze. „Maar corruptie is er in Rusland nu eenmaal altijd geweest. Poetin heeft er waarschijnlijk niets mee te maken. Maar die hoge ambtenaren wel. Die roven de staatskas leeg.”

De mening van Zjenja en Pasja is die van 40 procent van de Russische kiezers. Ze kijken voor hun informatie alleen naar de staatstelevisie, waarop Poetin en Medvedev dagelijks gouden bergen beloven en de oppositieleiders de schuld geven voor de economische chaos van de jaren 90, zonder dat die zich mogen verdedigen. Dat veel van de huidige welvaart vooral aan de hoge olieprijs te danken is, blijft onvermeld.

Zjenja heeft Poetin net nog op de buis gezien, achter het enorme stuur van een maaidorser in een korenveld. „Het is weer helemaal als in de Sovjet-Unie, toen Chroesjtsjov dat soort dingen ook deed”, zegt ze. „En heeft u onze president gezien? Die verschijnt op televisie in trainingspak, terwijl hij reclame maakt voor badminton. Dat is wat er straks van al zijn hervormingen overblijft: Medvedev staat dan alleen nog maar voor de badmintonisatie van Rusland.” Lachend haalt ze haar schouders op en zegt: „Politiek is meer iets voor journalisten zoals u, niet voor gewone mensen.”

Dan trekt ze de achterdeur van haar busje dicht en gaat rustig slapen. Morgen moet ze om zes uur op.

Michel Krielaars