Zij blij, wij blij, het land veilig

Marcel van Roosmalen ontmoet ‘deskundigen uit de watersector’.

Malware-virussen blijken aanvallen op gemalen en sluizen uit te voeren.

In het Nieuwegeins Business Center – een vergaderplek met verschuifbare paneelwanden – was de jaarlijkse ‘waternetwerkdag’. Deskundigen uit de watersector kwamen bij elkaar om kennis uit te wisselen. Thema was: ‘innovatie verbindt’.

Tja, innovatie verbindt, wat moesten we ermee?

In de hal was een kunstmatige waterval waar congresgangers elkaar tussen de workshops door konden ontmoeten. Een werkstudent kwam een blokkenschema brengen. Er waren wel honderd workshops.

Een greep uit het aanbod: De digitale delta: een creatieve destructie?, Lezing Ger Pannekoek, Waardecreatie door middel van onderhoudsbenchmarking, Geo ontketent.

Ik kon niet kiezen, alles was interessant.

Ik ging naar de informatiemarkt, een hal van een paar honderd vierkante meter vol marktkramen. Vertegenwoordigers in stropdassen drongen zich op aan congresgangers. Ze waren bijna allemaal voorzien van dezelfde weggeefgadget: een fles water.

Zeven flessen later belandde ik in de grijpgrage klauwen van vertegenwoordiger Rens Grim en IT-specialist Michael Theuerzelt. Ze droegen identieke grijze pakken en waren aanwezig namens Norman Data Defence Systems BV, een bedrijf dat ons beschermt tegen kwaadaardige cyberactievoerders en terroristen, tenminste, zo schetste Michael de situatie.

Ik wilde weten hoe het was om als vertegenwoordiger op een congres te staan van waterdeskundigen, maar wat ik wilde deed niet ter zake. Michael begon meteen hyperenthousiast met informeren, om in watertermen te blijven: de sluizen gingen open. En niet meer dicht. Het ging over computervirussen die waterwerings- en waterzuiveringsprocessen konden verstoren. Na het wegbezuinigen van brug- en sluiswachters konden terroristen zomaar stukken land onder water zetten, of nog erger, het drinkwater verontreinigen.

Ik moest het verder maar niet doorvertellen, maar het kon.

Hij sloot af met: „Vertel het maar aan de baas.”

Bij welke organisatie werkte ik? Rens, een man met een enorme neus met daarop een zwarte designbril, schatte me in als werknemer bij een waterschap.

„Ja, ja een ambtenaartje.”

Ik noemde de naam van dit medium. Ze kenden de organisatie niet.

Ik vertelde dat het een krant was en vroeg of ze hier waren om mensen bang te maken, want de kans dat cyberterroristen dijken of sluizen per computer aanvielen, leek me klein.

Over zoveel ‘onnozelheid’ kon Michael Theuerzelt dus ontzettend boos worden.

Huppakee, een heel verhaal over malware-virussen die continu aanvallen uitvoerden op kleine en grote gemalen en sluizen. Alleen met een defence-shield van Norman was je als waterschap redelijk beveiligd, honderd procent veilig bestond niet in deze tak van sport.

Ik had wel eens gehoord dat producenten van antivirusprogramma’s zelf computervirussen verspreidden. Ik vroeg of dat klopte.

Michael liep rood aan.

Hij vond het ‘een schan-da-li-ge opmerking’ waarvoor excuses aangeboden moesten worden.

Rens, in alles een verkoper, zei dat ik waarschijnlijk ‘een grapje’ maakte. „Marcel maakt een grapje. Marcel is niet gek. Marcel weet heus wel dat Norman Data Defence Systems een gerenommeerd Noors bedrijf is. Kom op zeg, Marcel, Norman is al 27 jaar top of the bill.”

Nou, dat wist Marcel niet, hoor. Marcel wilde eerst gewoon een antwoord op de vraag hoe het nu was om een hele dag op een beurs voor waterdeskundigen te staan met een kraam vol flessen water, maar nu wist Marcel het ook niet meer.

Die Michael keek boos voor zich uit, de armen over elkaar.

„Ik ben echt heel boos”, zei hij. „Wij zijn geen cyberterroristen... Je zegt toch ook niet tegen de brandweer dat ze zelf de brand aansteken. Kom nou, zeg...”

Rens zei ‘zand erover’ en aaide Michael over de rug. Hij zei dat ik Norman in de krant niet moest verwarren met Norton, ook een antivirusprogramma voor consumenten.

Rens zei dat hij informatiemarkten leuk vond. Norman Data Defence Systems was een prima werkgever, het geld was goed.

Hij woonde in Eemnes en hij hield van reizen. Hij begon over een safarivakantie naar Botswana, een land waar hij in een kuil had gescheten. Een van zijn reisgenoten was er tijdens het vissen gebeten door een krokodil en hij had er voor het laatst goede seks met zijn vrouw gehad. „Daarna is de boel drooggevallen.” Geen idee waarom ik dat allemaal moest weten.

Rens zei dat hij dit soort gesprekken vaak voerde met waterdeskundigen. „En daarna bestellen ze een anti-virusje. Zij blij, wij blij, het land weer veilig.”

De waternetwerkdag 2011 was erg leerzaam.