'Windflower' is een ratjetoe van oud en nieuw werk

Windflower, Perceptions of Nature. T/m 15 januari in Museum Kröller-Müller, Houtkampweg 6, Otterlo. Catalogus € 29,50. Inlichtingen op www.kmm.nl **

Hij begint spectaculair, de tentoonstelling Windflower in het Kröller-Müller Museum. De eerste zaal is gevuld met een immens bloemstuk, Bouquet VII van kunstenaar Willem de Rooij – een weelderige roze geurbom die direct al je zintuigen op scherp zet. Het is een boeket met het formaat van een reuzeskippybal, dat dagelijks ververst wordt door de tuindienst van het museum, en waarvan de samenstelling nauwkeurig door de kunstenaar is vastgelegd. Een boeket dus, dat eigenlijk een conceptueel kunstwerk is.

Dan volgen, in de tweede zaal, drie fabelachtige schilderijen van de Britse schilder Peter Doig. Drie landschappen zijn het, die op het eerste gezicht idyllisch ogen, romantisch haast, maar bij nader inzien ook allemaal iets dreigends hebben. Zo draagt op Pelican uit 2004 een man op een tropisch strand een dode pelikaan als een handtas met zich mee. Op Concrete Cabin II (1992) schemert er een flatgebouw door het herfstbos heen. En hoe lang duurt het nog voor de figuur die op het schilderij Daytime Astronomy (1997-1998) zo heerlijk in het gras ligt te dagdromen, overschaduwd wordt door de naderende donderwolken?

Windflower, met als ondertitel ‘Perceptions of Nature’, is een tentoonstelling over de kwetsbaarheid van de natuur. Twaalf kunstenaars, uit alle delen van de wereld, werden uitgenodigd hun visie op het thema te geven. En dus stelt een kunstenaar als Willem de Rooij met zijn streng gearrangeerde bos bloemen de maakbaarheid van ons landschap ter discussie. En laat Peter Doig op zijn schilderijen precies die plekken zien waar beschaving en wildernis tegen elkaar schuren.

Maar zo krachtig als de expositie van start gaat, zo snel kakt hij ook weer in. Juist van een museum dat zo met de omringende natuur van de Hoge Veluwe vergroeid is, zou je een uitgesprokener visie op het onderwerp verwachten. Maar Windflower ontpopt zich als een vrijblijvende ratjetoe van oud en nieuw werk, waarin iedere lijn ontbreekt. Zaalteksten zijn schaars, en vaak is het een raadsel waarom juist deze video’s of installaties zijn gekozen. Ook de catalogus, meer een losse verzameling teksten over de diverse kunstenaars, gaat daar niet dieper op in.

Bij de meeste bijdragen draait het toch in de eerste plaats om de schoonheid van de natuur – uitgesproken kritisch is haast niemand. De Koreaanse Kimsooja sust de kijker langzaam in slaap met haar video-installatie van een zonsverduistering boven een zachtjes kabbelende oceaan. En de Argentijn Charly Nijensohn laat in zijn videodrieluik The Wreck of Men (2008) vooral zien hoe woest en ledig het Boliviaanse landschap is. Wolken spiegelen er dramatisch in een spiegelgladde zoutvlakte en produceren er meer blauwtinten dan je voor mogelijk houdt. Maar wat, zo vraag je je voortdurend af, is nu eigenlijk de bijdrage van de kunstenaar in het geheel?

Een aangename verrassing is het werk van de Japanner Tetsumi Kudo (1935-1990), die in de jaren zeventig in het Stedelijk Museum in Amsterdam exposeerde, maar sindsdien wat in de vergetelheid is geraakt. Tetsumi Kudo was tien toen de atoombom op Hiroshima viel en in veel van zijn werken schetst hij een beeld van het radioactieve landschap uit zijn jeugd.

In het Kröller-Müller Museum staan enkele van zijn gifgroene, apocalyptische maquettes uit de late jaren zestig opgesteld. Ze doen nog altijd fris en actueel aan, zeker in het licht van de recente kernramp in Fukushima. Twintig jaar naar zijn dood deelt Kudo zo nog wat vileine speldenprikken uit op deze verder zo slappe tentoonstelling.