Op vrijdagavond de soep van je moeder eten

In Amerika wonen zes miljoen jonge volwassenen bij hun ouders. Ze hebben minder kans op een goede baan, en anticiperen daarop. Voor velen voelt het als een nederlaag.

Raphael Pope-Sussman (24) is, zegt hij zelf, een van de meest bevoorrechte jongeren van New York. Deze zomer studeerde hij af aan de prestigieuze Columbia University, waar zijn (gescheiden) ouders jaarlijks 60.000 dollar voor ophoestten. De verwachtingen waren hooggespannen. Als iemand het moet gaan maken, dan wel deze talentvolle, welbespraakte politicoloog.

Het voelde voor hem als een nederlaag dat hij al voor zijn afstuderen weer introk bij zijn moeder, een beschermende, joodse vrouw in Brooklyn. In het huis dat hij haat. Het huis van vroeger. „Iedereen wil na zijn afstuderen zo snel mogelijk een baan, iedereen wil meteen zelfstandig zijn. En ik zit op vrijdagavond de soep van mijn moeder te eten”, zegt Raphael, boven een pizza in een New Yorks restaurant. „Het is fijn dat het kan, maar het is deprimerend.”

Hoewel hij een baan heeft als redacteur bij een klein internetbedrijf, kan Raphael Pope-Sussman onmogelijk zelfstandig in New York wonen. De huren zijn te hoog, het salaris te laag, en vooral: er is geen vooruitzicht dat het snel beter wordt.

Zijn beste jeugdvriend in de straat is ook teruggekeerd naar het ouderlijk huis. Ook enkele studiegenoten van Columbia wonen weer bij hun ouders.

Raphael Pope-Sussman schreef zijn frustraties van zich af in een essay, dat in The New York Times verscheen. Hij had zich het leven op 24-jarige leeftijd anders voorgesteld, zoals veel generatiegenoten die ook weer bij hun ouders in zijn getrokken. „Ze hebben banen, stages of ambities, maar ze hebben hun onafhankelijkheid ingeleverd”, schreef hij. „Dat fundamentele verlies verandert iets simpels als de afwas doen in een existentiële gebeurtenis, en laat een moederlijk advies lijken op karaktermoord.”

‘Boomerang kids’ is de term die sociologen gebruiken voor het groeiende aantal afgestudeerde Amerikaanse jongeren dat terugkeert naar het ouderlijk huis. Volgens onderzoeker Rich Morin van Pew Reserach Center in Washington woont ruim 25 procent van de Amerikanen tussen de 25 en 34 jaar bij hun ouders – vooral hoogopgeleide jongeren.

Zes miljoen jonge volwassenen wonen bij hun ouders, tegen 4,7 miljoen in 2007. „De recessie heeft een hele generatie onzeker gemaakt”, zegt Morin. „Ze hebben minder kans op een goede baan en anticiperen daarop. Ze stellen hun leven uit: trouwen later, krijgen later kinderen en kopen later een huis.”

Rich Morin raakte geïnteresseerd in het onderwerp toen zijn zoon na zijn afstuderen weer bij hem introk. „Hij koos voor uitstel van volwassenheid. Als vader was ik blij dat hij terugkwam, maar ik zou nog blijer zijn als hij weer wegging. Het fenomeen is een goede indicator van het vertrouwen dat jonge mensen in zichzelf en hun land hebben.”

De economische crisis die in 2008 zorgde voor een instorting van de Amerikaanse huizenmarkt en de financiële instellingen heeft de vooral de kansen van jonge high potentials verkleind. Uit recent onderzoek is gebleken dat slechts 31 procent van de beroepsbevolking jonger dan 35 jaar alle rekeningen kan betalen en nog iets overhoudt. Voor afstudeerders dreigt een berg aan schulden zodra ze de arbeidsmarkt op gaan.

Rich Morin: „Twintigers zijn meestal de meest optimistische groep mensen. Het is veelzeggend voor Amerika dat juist deze groep nog steeds een dalend vertrouwen heeft in de toekomst.”

Ook in vorige recessies bleek dat jonge mensen ervoor kiezen weer naar hun ouderlijk huis te gaan, zegt Morin. „Liep de recessie ten einde, dan gingen ze weer op zichzelf wonen. Dat gebeurt nu niet, wat er op kan duiden dat de economische ellende nog een tijdje aanhoudt.”

Wie ervoor kiest weer bij zijn ouders in te trekken, betaalt ook een hoge prijs , zegt Claude Fischer, hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Californië in Berkeley. „Het Amerikaanse ideaal is nu eenmaal een eigen huis. Dat gegeven staat vast in onze denkwereld. Iemand die daar niet aan voldoet, is een mislukkeling. Terugkerende jongeren hebben last van een enorm maatschappelijk stigma. Eigenlijk geven ze toe dat ze het minder snel gaan maken dan iedereen verwacht.”

Raphael Pope-Sussman zegt: „In Amerika is geen vangnet. Als je valt, dan val je heel, heel diep. Je trekt niet alleen bij je moeder in, wat op zich al vervelend is. Je verliest ook nog eens je maatschappelijke status.”

Dylan, zijn jeugdvriend, schreef op zijn website dat hij weer in het huis van zijn jeugd in Brooklyn woonde. Hij kreeg de meest vreselijke reacties, zegt Raphael. De profiteur! Eerst een leuk studentenleven leiden op kosten van je ouders en nu weer je handje ophouden. Iemand beet hem toe dat hij ook eens wat moest bijdragen aan Amerika.

Hij woonde een paar jaar geleden ook al tijdelijk thuis. Hij kreeg kanker en woonde een tijd, doodziek, bij zijn moeder, tot hij herstelde. „Nu woon ik in het huis dat ik heb leren haten. De wc, waar ik zo vaak heb overgegeven. Het bed, waar ik pijn heb gehad. Het maakte het extra moeilijk om de stap te zetten, maar er was geen alternatief.”