Invoeren nationale politie vertraagd

De nationale politie loopt vertraging op. Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) haalt het niet om op 1 januari volgend jaar te starten met één nationaal politiekorps, zoals hij had gepland.

Gisteren heeft de Eerste Kamer de minister gezegd dat het niet lukt om zijn wetsvoorstel nog dit jaar te bespreken. „Zo’n grote wet moet zorgvuldig behandeld worden. En de Eerste Kamer is geen stempelmachine”, zegt een woordvoerder van de senaat. De oprichting van een nationaal politiekorps is een van de belangrijkste doelen van dit kabinet. Eén korps zou tot betere en snellere samenwerking moeten leiden, en tot minder bureaucratie.

Volgende week zou de Tweede Kamer het voorstel op één dag helemaal behandelen, vanwege de tijdsdruk die coalitiepartijen CDA en VVD voelden om de deadline van 1 januari te halen. Nu duidelijk is dat Opstelten die datum hoe dan ook niet redt, wil de oppositie in de Tweede Kamer ook meer tijd hebben.

Tweede Kamerlid Ronald van Raak (SP): „Opstelten wil dat wij dit plan op een maandagmiddagje afhameren, terwijl dit grote invloed heeft op de veiligheid in Nederland.” Dat zegt ook PvdA’er Attje Kuiken: „Het zal best dat de minister vaart wil maken, maar kwaliteit moet boven snelheid gaan.” Punt van kritiek is onder andere de ‘inbedding’ van het lokale gezag; burgemeesters zijn bang dat zij straks te weinig over de politie-inzet te zeggen hebben.

Hoeveel vertraging de nationale politie nu oploopt, is onzeker. Het uitstel legt wel extra mentale druk op de politieorganisatie, zegt Gerrit van de Kamp van politievakbond ACP. „Dit levert veel onduidelijkheid en onzekerheid op.”