Ingrijpen in Syrië blijft voor Turkije ondenkbaar

Turkije roept wel op tot aftreden van de Syrische president Bashar al-Assad maar piekert er niet over om daden aan zijn woorden te verbinden.

In de afgelopen maanden werd de Turkse regering steeds kritischer jegens zijn voormalige bondgenoot in Syrië, president Bashar al-Assad. Maar anders dan Europa of de Verenigde Staten bleven de Turken weg van een oproep tot zijn aftreden. Tot gisteren.

Premier Recep Tayyip Erdogan gebruikte in zijn toespraak tot het parlement woorden die zelfs westerse leiders zouden schuwen. „Als je wil weten hoe het af is gelopen met iemand die tot aan zijn dood bleef vechten, dan hoef je alleen naar nazi-Duitsland te kijken, kijk naar Hitler, Mussolini, Nicolas Ceausescu in Roemenië”, waarschuwde hij Assad. „En als je daar niet genoeg lessen uit kunt trekken, kijk dan naar de Libische leider die nog maar 32 dagen geleden werd gedood.”

Maar hoe stoer die woorden ook klinken, de Turkse regering is niet bereid de daad bij het woord te voegen. Al dreigt Ankara nog zo vaak met het afsluiten van stroom of water naar Syrië en laat het nu zelfs zijn soldaten langs de grens marcheren, ingrijpen is voor Turkije even ondenkbaar als voor het Westen.

„Hoogst onwaarschijnlijk, het staat niet op de agenda”, zegt hoogleraar Ilter Turan. „Ondenkbaar, en levensgevaarlijk om alleen al met dit idee te spelen”, zegt voormalig minister van Buitenlandse Zaken Mümtaz Soysal.

Erdogan lijkt gedwongen zijn voorzichtige houding van de afgelopen maanden te verlaten onder druk van twee incidenten in Syrië. Maandag beschoten Syrische soldaten een bus met Turkse pelgrims die terugkeerden uit Mekka. En een week eerder bekogelden demonstranten de Turkse ambassade in Damascus en Turkse consulaten in Aleppo en Latakia met stenen. Erdogan houdt Assad persoonlijk verantwoordelijk voor die incidenten.

Maar de premier kan zien dat het alternatief voor Assad onbetrouwbaar is. Leden van de Syrische Nationale Raad, die zich opwerpt als de verenigde oppositie, vechten elkaar al maanden de tent uit op conferenties in Istanbul. De moslimbroeders, de druzen, de christenen krijgen zelfs ruzie over de vraag wie er wel of niet op de foto mag. Koerden komen niet eens opdagen. „Assads regime is als verrot fruit, maar het is lang niet zeker dat het ook zal vallen”, aldus de voormalige Amerikaanse onderhandelaar voor het Midden-Oosten, Aaron David Miller. „Anders dan in Libië, waar de oppositie verdeeld was maar ten minste delen van het land onder haar controle had, is de Syrische oppositie onrijp.”

Bovendien vinden veel Turken dat premier Erdogan al veel te ver gaat in zijn bemoeienis met de ontwikkelingen in Syrië. „Waarom houden we ons bezig met deze interne aangelegenheid in Syrië, terwijl we niet eens onze eigen mensenrechten bewaken”, sneert oud-minister van Buitenlandse Zaken Mümtaz Soysal. Hij doelt op de strijd met de militante Koerden in het oosten en de honderden activisten, schrijvers en journalisten die in Turkse gevangenissen vastzitten.

Net zoals velen in de Turkse oppositie gelooft hij dat Erdogan enkel de bevelen uitvoert van Washington of Brussel. Hij is het type politicus die vindt dat Turken hun eigen koers moeten varen. De Republikeinse Volkspartij CHP, opgericht door Mustafa Kemal Atatürk, stuurde zelfs een delegatie naar Syrië om steun te betuigen aan Assad. Niet dat de partij voor seculiere Turken zo van Arabieren houdt. Maar Amerika haten ze nog meer.

Soysal vreest dat Erdogan zich met de oproep aan Assad vooral economisch in de vingers heeft gesneden. Twee jaar geleden schafte Turkije de visumplicht af voor Syriërs. De regering brak met de tientallen jaren van koude oorlog met Syrië, dat aan de leiband liep van de Sovjet-Unie. „We hadden heel goede handelsrelaties met Syrië. Het lijkt me waarschijnlijk dat Assad aanblijft en het nog lang gaat uithouden”, zegt de ex-minister. „De regering doet er goed aan om die relaties te bewaken en tegelijkertijd Assad te bewegen tot hervormingen. Aan spanning met de buren hebben we niks.”

In juni stroomden duizenden Syrische vluchtelingen Turkije binnen. Zo’n zesduizend Syriërs bivakkeren nog steeds in de vluchtelingenkampen in de provincie Hatay. President Assad beschuldigt de Turken ervan onderdak te geven aan het gewapende verzet, dat vanuit Turkije sabotageacties zou ondernemen tegen Syrische troepen.