'In de meeste films praten ze te veel'

Robert de Hoog (1988) speelt Gerrit de Veer in Nova Zembla. Hij kiest voor een Nederlandse film: Van God los.

„Het duiveltje of het engeltje op je schouder? Waar kies je voor? Voor het stemmetje dat zegt dat je het goede moet doen, of het stemmetje dat zegt dat het allemaal niets uitmaakt? Dat is waar de misdaadfilm Van God los (Pieter Kuijpers, 2003) in wezen over gaat.

„Ik zag de film over de bende van Venlo nog voor ik zelf debuteerde met Skin (Hanro Smitsman, 2008). In wezen gaan beide films over dezelfde dingen. Over erbij willen horen, aardig gevonden willen worden, en groepsdruk.

„De film zit vol met voorbeelden van het menselijke onvermogen. De hoofdpersoon, Stan, gespeeld door Egbert Jan Weeber, komt uit een gezin met ouders die hem niet begrijpen en dan ontmoet hij de criminele Maikel (Tygo Gernandt) die hem een gelegenheid biedt onder dat juk uit te komen. En dan wordt hij ook nog eens verliefd op de vrouw van zijn kompaan. Dat zijn intrigerende en herkenbare gegevens.

„Ja, ik kies een Nederlandse film en niet een of andere voor de hand liggende klassieker zoals Once Upon a Time in the West. Ik ben een Nederlandse acteur en maak Nederlandse films. En dit is een van die films die me sterk is bijgebleven. Ik weet elke scène nog; sommige beelden staan op mijn netvlies gebrand. Bijvoorbeeld in die scène op het politiebureau, als Tygo gearresteerd is en nog even zijn hoofd omdraait en een blik op Egbert Jan werpt. Die glimlach. Die bevestiging die Egbert Jan dan krijgt. Daar zie je al dat het goed fout gaat. In die hele scène wordt niets gezegd en toch zegt hij alles.

„Als acteur is het fijn om dat soort scènes te kunnen spelen. In de meeste films wordt veel te veel gesproken. Maar het interessante is om een emotie in één blik te kunnen overbrengen. Door te luisteren en te reageren en alles los te laten. Te balanceren op de lijn van het persoonlijke.

„In Nova Zembla wordt veel door dialoog uitgelegd. Maar in de openingsscène, als Gerrit de Veer met zijn vriendin de liefde bedrijft en zij tegen hem zegt dat het jammer is dat hij geen man van aanzien is, omdat ze anders kunnen trouwen, dan heb je weer zo’n moment waar alles in zit. Dan heeft hij de motivatie om die reis te maken, te overleven en terug naar huis te komen.”

Dana Linssen