'Heel Libië' zit in het nieuwe kabinet

Libië heeft een nieuw interim-kabinet. Twee belangrijke milities hebben er belangrijke posten in gekregen.

Nog min of meer op tijd – twee dagen na de officiële deadline – heeft de Libische interim-premier Abdurrahim al-Keib gisteren zijn kabinet gepresenteerd. Zijn taak was bemoeilijkt door de claim op een „rechtvaardige” vertegenwoordiging in het kabinet van de zwaar gewapende militie van de stad Zintan, die zaterdag Seif al-Islam Gaddafi gevangen nam en daarmee haar eisen kracht bij kon zetten. Maar er waren veel meer claims van milities, stromingen en regio’s, die de oplopende spanningen na de val van het oude regime onderstrepen.

„Heel Libië is vertegenwoordigd”, zei Keib gisteren op een persconferentie in Tripoli. Dat betekent dat de militaire commandant van de militie van Zintan, Osama al-Juwali, minister van Defensie wordt. De grote rivaal van Zintan, de stad Misrata – dat Seifs vader Moammar Gaddafi pakte en doodde – krijgt in de persoon van Fawzi Abdel A’al het andere veiligheidsministerie, Binnenlandse Zaken. De vraag is of, en hoe, zij de milities – zichzelf – gaan ontwapenen.

Als concessie aan geografische eisen wordt de benoeming gezien van de onbekende Ashour Bin Hayal, afkomstig uit het oostelijke anti-Gaddafi-bolwerk Derna, als minister van Buitenlandse Zaken. Zondag gold de Libische adjunct-ambassadeur bij de Verenigde Naties, Ibrahim Dabbashi, nog als zeker van de post. Dabbashi was in februari een van de eerste hoge regeringsvertegenwoordigers die tot de omverwerping van Gaddafi’s regime opriepen.

Het kabinet omvat ook twee vrouwen, Fawzia Siyala op Sociale Zaken en Fatima al-Hamroush op gezondheidszorg. Volgens premier Keib onderstreept dit dat vrouwen meer dan ooit tevoren gelijke rechten genieten, maar ook onder Gaddafi bekleedden vrouwen ministersposten.

Als enige belangrijke stroming ontbreken moslimfundamentalisten op belangrijke posten. De chef van de militaire raad van Tripoli, Abdelhakim Belhaj, werd eveneens een claim op Defensie toegedacht. Maar in Tripoli werd gesuggereerd dat de fundamentalisten zich opzettelijk buiten het kabinet hebben gehouden omdat zij erop vertrouwen mee te liften op de huidige trend in Noord-Afrika en de komende verkiezingen te winnen. Volgens de agenda van de Nationale Overgangsraad, het interim-leiderschap, worden over acht maanden verkiezingen gehouden.

Ali Hameda Ashour, rechter uit Misrata, krijgt als minister van Justitie de gevoelige taak de rechterlijke macht weer op poten te zetten en een eerlijk proces te organiseren voor Seif al-Islam Gaddafi en ex-inlichtingenchef Abdullah al-Senoussi. Het probleem is dat ze door het Internationaal Strafhof zijn aangeklaagd wegens misdrijven tegen de menselijkheid. De aanklager van het Strafhof, Luis Moreno-Ocampo, gaf gisteren in Tripoli toe aan de Libische eis dat ze niet in Den Haag maar in eigen land worden berecht. Hij kon niet anders: de militie van Zintan wil Seif alleen dan uit handen geven. Ocampo zei dat de Libische rechters het aankunnen, maar dat „onze rechters erbij moeten worden betrokken”. Hij zweeg echter over een zeer heikel punt: Libië kent de doodstraf, maar het Strafhof niet.