Handen die gewoon handen mogen zijn

Als patronesse van het korte verhaal val ik wel eens in herhaling. Vaak vertel ik hoe ik er bij het redigeren van mijn vorige verhalenbundel achter kwam dat ik te vaak het woord ‘hand’ gebruikte, en dat ik later in een theoretisch werk van Frank O’Connor ontdekte dat ‘hand’ een veel voorkomend beeld is in korte verhalen. Toen las ik ook nog eens een krantenartikel over een studie waarin een computerprogramma op zoek ging naar welke lichaamsdelen in welke muziekstijlen het vaakst worden gebruikt. In popmuziek zijn dat eyes, in hiphop ass. De blues is het domein van de handen. Wat me niet verbaast, vertel ik dan, want korte verhalen lenen zich van alle literaire genres ook het beste tot blues.

Mijn artistieke beleving van het voorbije weekend had onverwacht alles met de hand te maken. En met Franstalige Belgen. Op de indrukwekkende tentoonstelling ‘De wereld van Minne en Maeterlinck’ in het MSK in Gent, lag het geïllustreerde gedicht Les mains in een glazen kist op me te wachten. Hoewel Maurice Maeterlinck, de enige Belgische winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur, het nog vaker over lippen had, komen handen regelmatig terug in zijn werk. Sinistere handen weliswaar, die ’s nachts op het raam roffelen of schaduwen veroorzaken die weinig goeds voorspellen – je bent symbolist of je bent het niet.

De volgende dag reden mijn geliefde en ik naar Doornik/Tournai met als voornaamste reden Wallonië beter te leren kennen. Ook had ik tickets gekocht voor Kiss & Cry, van choreografe Michèle Anne De Mey, regisseur Jaco Van Dormael en nog vijf andere kunstenaars. ‘Nanodansen’ is de ondertitel van deze wonderlijke voorstelling, waarbij de handen van dansers in poppenhuizen televisie kijken, zich op het dak van een speelgoedtrein laten meevoeren door de mist en miniaturen van de mensen die ze vergeten zijn in het gat in hun geheugen gooien. Dat alles wordt live gefilmd, het resultaat is op een scherm boven de ‘making-of’ te zien.

Een ontroerende ode aan de hand, die mij het meest raakte wanneer de vingers geen beentjes speelden, maar handen gewoon handen mochten zijn, die elkaar streelden op een manier die ik bij momenten niet enkel sensueel, maar ronduit erotisch begon te vinden.

Bij afloop verenigden Vlamingen en Walen zich in een staande ovatie. Het applaus hield heel lang aan, alsof die honderden handen, los van hun eigenaars, het nog wat rekten.