Grandioos als plaatjesboek

Nova Zembla 3D Regie: Reinout Oerlemans. Met: Robert de Hoog, Doutzen Kroes, Derek de Lint, Jan Decleir. In: 105 bioscopen ***

Aan wie het maar horen wilde vertelt regisseur Reinout Oerlemans bij zijn veelvuldige mediaoptredens dat Nova Zembla, de eerste grote Nederlandse film in digitaal 3D, vooral bedoeld is als familiefilm, geschikt voor een gezinsuitje. De wantrouwende consument zou er iets van kunnen gaan denken. Kennelijk vertrouwt Oerlemans er niet helemaal op dat de film ook als zodanig zal worden gezien.

Die onzekerheid van Oerlemans, als dat het is, is niet helemaal onterecht. Nova Zembla gaat rauw van start met de verwrongen gezichten van ruwe zeebonken die, onder de bloedspatten, woest inhakken op wat later een ijsbeer blijkt te zijn. Niet direct een opening voor alle leeftijden. En ook daarna gaat het er nog een tijd tamelijk lomp aan toe – met de dronken bemanning van Willem Barentsz, die zich tussen twee tochten door bezat en vermaakt met hoeren; is de boot eenmaal vertrokken dan slaat een zeebonk de hand aan zichzelf, en is er bij wijze van straf voor een van hen nog een potje kielhalen – in wat overigens de beste en spannendste scène van de film is. Pas na verloop van tijd komt Nova Zembla tot rust, en dan gaat de film meer lijken op een klassiek jongensboek.

Als contrapunt is er aanvankelijk alleen het lieftallige minnekozen van Gerrit – Robert de Hoog, uitstekend spel met blikken en hier en daar een opgetrokken wenkbrauw, bepaald niet geholpen door het script – en zijn meisje, domineesdochter Catharina; Doutzen Kroes, het supermodel dat niet slecht blijkt te acteren. Of beter: regisseur Oerlemans weet heel slim binnen haar beperkingen als debuterend actrice te blijven. Hoe dan ook, op basis van Nova Zembla zal ze vermoedelijk meer filmaanbiedingen krijgen. Haar photogénie blijkt zich in ieder geval uitstekend te laten vertalen naar film. Zeker in handen van een meester-cameraman als Lennert Hillege, die aan deze film toch de langverwachte internationale doorbraak zou moeten kunnen overhouden.

Met een budget van 7 miljoen euro – voor een film op deze schaal en met zoveel ambitie eigenlijk een fooi – heeft Hillege een buitengewoon knappe prestatie verricht; hij weet een filmwereld op te roepen die schilderachtig mooi is. Het gebruik van 3D is subtiel en overtuigend, en als er eens sprake is van een meer opzichtig effect, zoals wanneer de handen van Gerrit en Catharina zich in de koortsdroom van Gerrit verstrengelen, dan is dat effect op zijn plaats in het verhaal. Of 3D nu werkelijk zoveel toevoegt als het zo subtiel wordt gebruikt – een probleem waar ook Hollywoodfilms die gebruikmaken van het nieuwe medium mee kampen – is weer een andere vraag. Weegt de diepte echt op tegen het verlies van scherpte door die altijd vettige 3D-brillenglazen?

Oerlemans heeft zich erover verbaasd dat het verhaal van de heroïsche expeditie van Willem Barentsz, en de overwintering in het uit wrakhout opgetrokken Behouden Huys op Nova Zembla, niet eerder is verfilmd. Maar dat kan iets te maken hebben met het ontbreken van een dwingend dramatisch conflict. In principe hebben we het hier over een ellenlange, lege en saaie vaartocht, en een dito verblijf onder barre omstandigheden. Het dramatische conflict zou kunnen bestaan uit de confrontatie tussen mens en natuur, maar dat is duur. Elk special effect kost een berg extra geld. Dan maar de psychologische spanning en het conflict tussen de bemanningsleden onderling. Maar dat vergt dan weer een heel wat betere uitwerking van de personages, en hun onderlinge relaties, dan de eendimensionale figuren die nu de film bevolken: de onschuldige, maar dappere Gerrit, die van een jongen een man moet worden; de wijze maar ook weemoedige Barentsz (Derek de Lint), of de slechterik Vos die alleen maar uit is op gouden munten (Teun Kuilboer, die een vergelijkbare slechterik speelt in De Heineken ontvoering).

Oerlemans lijkt dat probleem vooral te hebben willen omzeilen door het verblijf op Nova Zembla niet te lang te laten duren – het duurt een tijd voordat de overwinteraars dan eindelijk vastzitten in het kruiende ijs. En ze zijn ook lang voor het einde van de film al weer op de weg terug. Maar zo ontbreekt in de film een dramatisch keerpunt – een climax waarin alles samenkomt. Blijft over een film die getuigt van grote ambitie en veel durf – technisch gezien een geweldige prestatie. Maar ook een film waarvan de inzet nooit helemaal helder wordt en die de kijker betrekkelijk siberisch laat.

Peter de Bruijn